maandag 30 november 2009

Boer zoekt vrouw in Hua Hin

Dag 393 t/m 397, 26 tm 30 november 2009, Hua Hin en Bangkok

”Dit vind ik echt niet te vreten!", zegt boer Hans over het eten op zijn bord. Onwennig kijkt hij zijn nieuwe, net gekozen vrouw aan. Het loopt nog wat stroef. Het valt ook niet mee als je jaren vrijgezel bent geweest, nog bij je ouders woont en je gaat dan ineens op vakantie naar een vreemd land met een verwachtingsvolle vrouw.

Op het moment dat wij via BVN een aflevering van Boer zoekt vrouw kijken, zijn er in Hua Hin talloze puberale vijftigers en zestigers druk bezig met het knijpen in borsten en billen van Thaise twintigers. Vol branie lopen ze van girliebar naar girliebar, zich rebels en jongensachtig te gedragen. Het contrast kan niet groter zijn tussen deze twee type mannen. Maar ik vraag me af wie er nu de echte boeren zijn. De boeren die via de KRO aan een vrouw komen zijn tenminste aandoenlijk. De boerenpummels die in Hua Hin een Thais poppetje komen scoren zijn sneu.

We hebben moeite een normale bar te vinden, waar je als Westerse vrouw je op je gemak voelt. Vanuit de Ierse pub zien we het komen en gaan van grijze geilbakken bij de bars aan de overkant. Hua Hin ligt op drie uur rijden van Bangkok. We verblijven hier drie dagen en komen de tijd door met op ons balkonnetje zitten, eten ,massages en slenteren over de avondmarkt. Het strand laten we voor wat het is. Het zit er zo vol en het zeewater is bruinig. Nu klinkt het alsof we een verschrikkelijke tijd hier hebben gehad. Dat valt wel mee hoor, maar soms zijn er factoren die het wat minder mooi maken. Hua Hin, ik zal het in ieder geval niet aanraden :-)

Zondag rijden we terug naar Bangkok en verblijven we in de buurt van de Khosan road. Er moet nog een hoop geregeld worden voordat we naar Birma gaan. In Birma is geen pinautomaat of bank waar je als buitenlander je geld kunt halen. Alles wat je denkt te gebruiken moet je dus van te voren meenemen. Dit betekent dat we zo'n 2300 dollar mee moeten nemen. En dat moeten ongekreukte, schone, nieuwe dollarbiljetten zijn. Het valt nog niet mee om daar aan te komen. De meeste wisselkantoortjes hebben maar een beperkte hoeveelheid dollars of ze hebben oud en versleten biljetten. Nadat we er zeven hebben bezocht zijn we compleet. Het voelt een beetje als illegale geldtransporten hahahah. We moeten ook nog een was doen, een taxi naar het vliegveld regelen voor morgenochtend 05:00 uur, kopieën maken van ons visum voor de controles die we onderweg in Birma gaan krijgen, onze medicijnen netjes in doosjes met de juiste bijsluiters sorteren, uitzoeken wat niet mee gaat naar Birma en in een kluisje in Bangkok blijft, anti-muggenspray halen, en nog even snel dit blogje schrijven en plaatsen. Heb ik nog tijd voor een massage???

Maar het allerbelangrijkste is ons visum Indonesië ophalen. Vol verwachting en een beetje gespannen melden we ons bij de ambassade. En vijf minuten later staan we weer buiten. Nee, niet met lege handen, maar met EEN 60 DAGEN VISUM IN ONS PASPOORT!!!! JIHAAAA. High five! Dat ze de achternaam van Edwin niet kunnen spellen is met een beetje gekras en gegum zo weer rechtgetrokken en dan staan we echt dolblij weer op straat! Nu kunnen we tot 23 februari in Indonesië blijven. Grote kans dat we daarna direct naar ..***ahum, eh, kuch*** huis gaan.

Daar denken we nu nog maar niet te veel aan. Morgen naar Birma. Internet is daar niet zo makkelijk en veel websites zijn ontoegankelijk verklaard door de regering. Als het lukt hoor je van ons en anders tot na de kerst!

woensdag 25 november 2009

Bliksembezoek Chiang Mai en Bangkok

Dag 388 tm 392, Chiang Mai, 21 tm 22 en 25 november 2009

tuk tuk sir, Tuk Tuk Sir, TUK TUK SIR...Ah, we zijn weer in Thailand! Nog geen meter de grens over en de 'mannetjes' staan al druk om ons heen te springen. "Where do you go, sir?" Nee, wij laten ons niet gelijk weer in de eerste de beste val lokken en nemen gewoon de gewone bus vanaf het gewone busstation. Nog een groot verschil met Laos? Overal weer winkels, bedrijvigheid, auto's, vrachtauto's, drukte.

Chiang Mai; we hebben er zoveel goede verhalen over gehoord, dat we reikhalzend uitkijken naar deze stad in het noorden van Thailand. Een stad die trouwens veel groter blijkt te zijn dan ik dacht. De Lonely Planet zegt 1,6 miljoen. Als ik het navraag bij een serveerster zegt ze zonder blikken of blozen dat het er 6 miljoen zijn. Grappig, de Thai hebben een inschattingsvermogen van een klein kind. Maar toch, de stad is dus groot. Is dit nu het spirituele, holistische centrum van Thailand? Chiang Mai is veel mooier en rustiger dan Bangkok, dat wel. Maar toch vooral gewoon een stad met wellicht iets meer yogastudio's en meditatiecentra. Wel staat de binnenstad vol met tempels. Je struikelt bijna over de glimmende, soms bijna kitscherige, Boeddhistische gebouwen. In eentje staat een eng levensecht beeld van een monnik. Fascinerend zo goed als dat gemaakt is, maar ik begrijp niet hoe het verafgoden van een wassen beeld rijmt met het Boeddhisme. Moet ik toch maar eens navragen. De zondagse avondmarkt van Chiang Mai is een lust voor het oog. Een oneindige sliert van kraampjes met zeer creatieve snuisterijen en souvenirs. Goedkope eetstalletjes met lekkers staan opgesteld op het terrein van de tempels.

Na Laotiaans koken, storten we ons nu op een Thais kookavontuur. Niet bij de vele kookscholen in de stad, maar in een zeer groene omgeving, op het platteland, op een organische boerderij. Vooraf bezoeken we de lokale markt, waar de lekkerste stukjes vlees prachtig uitgestald staan. De kookdag is een heerlijke en smaakvolle dag die we met een bol buikje afsluiten. Met een groepje gaan we nog wat drinken in de stad. “He, kijk, een olifant”, zegt Edwin ineens. Huh? Maar het is waar. Er loopt een babyolifantje over straat, met een begeleider die voer verkoopt aan toeristen zodat die het kunnen geven aan het arme beestje. Er loopt ook nog genoeg ander jong vlees op straat, wat vooral de wat oudere Westerse man bekoort.

Herinner je nog ons debacel in Vientiane bij de Indonesische ambassade? “Solly, sil, only 60 days visa in Bangkok” Nou, wij checken dat eerst even vanuit Chiang Mai. Eén telefoontje leert ons dat het inderdaad kan, maar als we maandag het visum willen hebben (ja, dat willen we want we vliegen dinsdag naar Birma), dan moeten we het morgen (!!!!!) inleveren. Er is namelijk een feestdag deze week en dan is de ambassade gesloten, dus het duurt 4 werkdagen ipv drie. DUS.....!! Dit betekent dat we zo ongeveer NU naar Bangkok moeten om morgen om 09:00 uur al onze bewijzen, papieren, formulieren, vliegtuigticketaankopen, pasfoto's, bankafschriften moeten overhandigen. Ok, schakel, schakel, denk, denk, reageer! Wat eerst? Treinkaartje voor de nachttrein regelen. We springen in een tuktuk en sjesen naar het treinstation. De trein van 18:00 is al vol, in die van 16:30 heeft nog twee bovenbedjes. Doe maar! De rest van de dag zijn we druk met kopietjes maken van alles wat we nodig hebben voor het visum. We boeken ook een vliegticket terug vanuit Indonesië. Dat heb je nodig als bewijs dat je het land weer verlaat. Lang leve Air Asia.com waar we voor 20 euro een vlucht Jakarta – Kuala Lumpur (Maleisie) aanschaffen. We zien later wel of we daadwerkelijk gebruik maken van deze tickets.

Ik slaap slecht in het schommelende bovenbedje. We checken na 14 uur treinen in Bangkok snel in bij een hotel dat op loopafstand van de ambassade ligt, douchen en kleden ons netjes aan en wandelen direct er naar toe. Op hoop van zegen. Maandag zien we wel of ons geglimlach (en twee keer 45 dollar) de juiste stempeltjes oplevert. In Bangkok zitten we nu in de hippe, moderne wijk midden tussen enorme winkelcentra zoals MBK, Siam Center en Siam Square. Echt alles kun je hier kopen. Poepsjieke winkels, rijke yuppen, dikke auto's. De omgeving is bijna surrealistisch. 's Avonds lopen we nog door Soi Coyboy. Soi betekent steegje/straatje. Cowboy is de bijnaam van de Amerikaanse soldaat die hier de eerste bar opende. Nu struikel je over de girliebars, rode neonlichten, kortgerokte dames en kwijlende mannen. Wat is het toch een stad van uitersten!

Tot maandag in Bangkok blijven vinden we een beetje lang, dus nemen we morgen de bus naar het strand.

vrijdag 20 november 2009

Feestelijk einde van Laos

Dag 385 tm 387, 18, 19 en 20 november 2009, Luang Prabang en de Mekongboottocht

Affectie in het openbaar wordt niet gewaardeerd in Laos, maar toen we Jeroen en Annemarie weer zagen konden we het niet laten ze even een flinke knuffel te geven. Leuk om ze weer te zien, al is het maar van korte duur. Zij waren even naar Thailand geweest om daar de broer van Jeroen te ontmoeten en hadden zoveel gehiked dat het leek of ze het hele stuk naar de grens gelopen hadden. Ze gaan nu weer verder in Laos met hun reis.

Helaas had het ook in Luang Prabang geregend en daarbij is het ook nog eens koud, omdat het zo hoog in de bergen ligt. Gatverdamme! Na die lange busrit zijn we hier niet helemaal op ingesteld. Eerst maar even wat eten! Na een heerlijke curry duiken we een loungebar in om weer helemaal bij te praten. Jeroen had een paar prachtige spirituele aanvaringen gehad en keek nu nog meer uit naar de meditatie retreat die gepland staat. Inspirerend om te horen en de avond vliegt voorbij.

De volgende dag doen we niets, iets waar we ondertussen erg goed in zijn geworden. De dag bestaat uit uitgebreid ontbijten en lunchen, koppie koffie drinken en een lekkere Khmu massage. Dat kopje koffie wordt trouwens ineens veeeel lekkerder als er Bolletje Kruidnoten uit de tas van Jeroen en Annemarie komen. Dat meen je niet! Is dat even lekker zeg; een handje pepernoten in je mond en we wanen ons weer even in Nederland. En dan komen er ook nog dropjes tevoorschijn. En had ik al gemeld dat we hebben ontbeten met een baguette met echte Calvé pindakaas. Jammie jammie. Ja, je mist die oer-Hollandse lekkernijen soms wel hoor.

Op de avondmarkt kopen we alvast een klein kadootje voor mijn broer Marco en z'n vrouw Hilda, want één dezer dagen komt hun tweede kindje ter wereld. Om de avond en ons samen reizen af te sluiten nodigen Jeroen en Annemarie ons uit om een echt wijntje te gaan drinken. Bier is er genoeg in Azië, maar goede wijn is een luxe. Jeroen heeft zijn oog laten vallen op een wijn die in zijn favorietenlijstje staat en wil ons graag trakteren. We slaan dat aanbod natuurlijk niet af en sluiten de avond in stijl af. Grote kans dat we ze niet meer gaan zien deze reis, al hebben we wel voorzichtig laten weten in Bangkok te zijn rond 27 december.

De twee dagen op de slow boat zijn zeer ontspannend, maar de koude wind en het sombere weer maken het wel iets minder comfortabel. In onze jas, en Mascha heeft ook nog een sjaal om, tuffen we twee dagen van 9 uur de Mekong op. Als het stroomafwaarts was geweest, had het in twee keer 8 uur gegaan. Slapen doen we in het dorpje Pakbeng, waar maar elektriciteit is tussen 18:00 en 22:00. De tweede dag is ook nog eens mijn verjaardag. Ja, deze kleine doerak is al weer 35 en het is al mijn tweede verjaardag op deze wereldreis. Helaas stromen de smsjes nog niet binnen, want ..yep.. geen bereik. Dat hebben we pas als de Thaise grens in zicht komt en dan krijg ik ook meteen het leukste kadootje; 8 gemiste oproepen van mijn broertje... want we hebben een nieuw nichtje. 19 november is Kim Annely geboren, de prachtige dochter van Marco en Hilda. Gefeliciteerd!

We zijn genoodzaakt nog één nacht in Laos te slapen, want de grens sluit om 18:00 en we komen natuurlijk net iets te laat aan met de boot. Ze doen het er om! We vieren mijn verjaardag door maar weer een keer uit eten te gaan. Maar ik heb geluk, want er staat een groot podium en verschillende artiesten geven een wervelend (maar soms zo ontzettend vals) optreden. Waarom weten we niet, maar de sponsor is de lokale bank. Na een uur kattengejank houden we het voor gezien en duiken het bedje in. Dag Laos, je was geweldig. We komen nog een keertje terug en hopelijk blijf je zo puur en lief zoals je nu bent!

dinsdag 17 november 2009

Spetteren in Vang Vieng

Dag 381 tm 384, 14 tm 17 november 2009, Vang Vieng

Happy pizza, opium thee en Friends afleveringen in elk restaurant. Vang Vieng, vooral bekend om het 'tuben' – in een vrachtwagenband de Nam Xong rivier afdobberen – , is weer eens zo'n typisch extreem in Laos. De stad wordt overspoeld door schaars geklede, schreeuwende dronken tieners die in schril contrast staan met de verlegen lokale bevolking. Maar Vang Vieng is meer dan dat, want de omgeving is adembenemend; een droge versie van Halong Bay met prachtige karstgebergte. We hadden dit dorpje al eerdere gepasseerd op weg van Luang Prabang naar Vientiane en nu stoppen we er op de terugweg om zelf te tuben, iets wat we achteraf niet doen, maar daar kom ik nog wel op.

De eerste dag huren we fietsen en gaan we de omgeving verkennen. Eerst fietsen we naar een 'organic farm'. In de verte horen we de muziek van de barretjes langs de rivier. Je kunt hier tijdens het tuben stoppen om je voor weinig vol te gieten met alcohol en jezelf met touwen het water in te slingeren. Een erg grappig gezicht, maar vooral ook een besef dat je ouder wordt ;-) We stappen gewoon weer nuchter op het fietsje en peddelen verder. Overal zijn grotten te bezoeken en kleine lagunes waar je kunt zwemmen. Achteraf hadden we beter scooters kunnen huren, want het is echt bloedheet vandaag en de wegen zijn allemaal bagger. Badend in het zweet komen we aan bij een klein meertje wat door zou gaan als de Blue Lagoon – de echt Blue Lagoon blijkt achteraf nog een paar kilometer verder te zijn. Maar het doet er niet toe, we zijn toe aan een duik in het ijskoude water en eten bij het in elkaar geknutselde restaurant een soeppie. Eenmaal bijgekomen van de hitte besluiten we toch nog de berg te beklimmen om de grot te bezoeken. Dom dom dom.. eenmaal boven bezwijken we bijna weer van de warmte en de grot nodigt niet echt uit om te verkennen. Het is enorm glad en steil, als hier iets gebeurt ben je echt mega de pineut en dus wint het verstand het van het verlangen om de diepe grot in te gaan.

We fietsen weer een paar kilometer en komen weer aan bij een prachtige blauwe poel. Ook hier nemen we weer een duik en beseffen dan dat we weer terug naar de stad moeten willen we voor het donker thuis zijn. De terugweg lijkt een stuk korter, in een klein uurtje zien we de rivier en het stadje weer en kunnen we lekker gaan douchen. Die avond nemen we een pizza, niet de happy variant, maar gewoon een degelijk waar Mascha de volgende dag helaas ook nog veel plezier van zal hebben. Ze wordt wakker met wat lijkt een knorrende maag, maar er moet niet iets in, er wil iets uit. Erg naar want hierdoor is ze niet in staat om te gaan tuben en morgen willen we de bus terug naar Luang Prabang nemen. Die dag hangen we maar wat rond en proberen zoveel mogelijk in de nabijheid van airco en wc te blijven. We boeken vast de bustickets voor de volgende middag in de hoop dat Mascha beter is en we in de ochtend nog kunnen tuben.

We worden wakker van de regen op het dak. Mooi klote dus, dat tuben gaat 't niet worden als het regent en we moeten tot twee uur vanmiddag wachten voordat we met de bus weg kunnen. We kunnen gelukkig regelen dat we alsnog een bus eerder kunnen nemen en om 10.30 uur zitten we in een stampvolle bus richting Luang Prabang. Jammer van het tuben, maar vanavond zien we ons vrienden Jeroen en Annemarie weer en daar kijken we ook wel naar uit. Lekker een dagje in Luang Prabang met hun optrekken en dan richting Thailand met de boot over de Mekong. Kunnen we altijd daar nog een band achter de boot hangen en tuben ;-)

vrijdag 13 november 2009

Wachten in Vientiane

Dag 374 tm 380, 7 tm 13 november 2009, Vientiane

Vorig jaar op deze dag namen we de boot naar Isla de Holbox, een tropisch paradijsje, om ons 10 jarig verkeringsjubileum te vieren. Vandaag zijn we ook onderweg, maar de eindbestemming is minder romantisch. Vientiane is de hoofdstad van Laos, maar heeft de uitstraling van een provinciaal stadje. Komt ook omdat we net uit het leuke Luang Prabang komen en dan hoop je zoiets weer te treffen, maar helaas. Zo op het eerste oog is het niet mooi, erg rustig en ongezellig. We vieren ons 11-jaar-samen-zijn met verse spling lolls en toasten met een Beerlao.

Maar we zijn hier met een doel, dus we maken er maar het beste van. Op te kleine gehuurde fietsen zijn we op zoek naar de Indonesische ambassade. Niemand heeft ons verteld dat de straatnamen onlangs zijn veranderd en dan is het lang zoeken naar die ene straat. Maar dan na veel heen en weer gefiets staan we zwetend in onze beste outfit voor de deur van de ambassade. “Solly sil, 60 day visa for Indonesia only in Bangkok”, zegt het snotaapje. “What? Are you saying we came voor jen loel to Vientiane?”. Ik kan gewoon niet geloven dat we binnen 1 minuut weer buiten staan. Met lege handen. Probeer daar maar eens een meditatietechniekje op los te laten als je het liefste een zeker bepaald iemand even flink de waarheid wil zeggen. “Dat klote Indonesië, willen ze dan geen toeristen die hun geld komen uitgeven”, briest Edwin. En ook ik wil allerlei illegale praktijken uitproberen om de man zo ver te krijgen ons toch het juiste visum te geven. Maar ja, de deur is al dicht en ietwat agressief stappen weer op onze fiets. Annemarie zal zeggen: 'Ik zal me er lekker druk over maken'. Het visum voor Birma dan maar. Dat kan morgen pas, want de ambassade is alleen open tussen onhandig en onmogelijk. Nieuwe ronde, nieuwe kansen?

Deze ambassade ligt lekker ver weg, zo'n 6 kilometer fietsen. Zeiknat komen we aan en mijn hoofd is roder dan rood. Het invullen van het aanvraagformulier wordt zo nauwlettend in de gaten gehouden, dat ik moet nadenken bij de vraag 'wat is de naam van uw vader'. Alles moet in drievoud met drie pasfoto's en we krijgen een paar moeilijke vragen over onze banen. Dan mogen we betalen. Twee keer 20 dollar. Gedwee overhandigen we de biljetten. Raar toch dat je je in dit soort omstandigheden zo nederig kan voelen. Er zit echter een minuscuul vlekje op één van de twee biljetten en 'the authority officer' accepteert het niet. Maar we hebben geen andere biljetten! “Tja, dan moet je die ergens gaan halen”, zegt de assistent streng.

Dus fietsen we het hele hete stuk terug naar de stad op zoek naar een wisselkantoor met schone biljetten en dan het HELE STUK WEER TERUG om daar te horen dat het eerste biljet toch eigenlijk ook niet goed genoeg is. En dan kalm blijven en lachen.... Gelukkig hadden we meerdere biljetten gehaald en is dit zaakje ook weer rond. Morgen is het een nationale feestdag in Birma en is de ambassade gesloten, maar vrijdag (!, vandaag is het dinsdag) om 16:00 uur kunnen we het visum ophalen. Wat moeten we al die dagen in Vientiane doen? Uitgedroogd en oververhit fietsen we nogmaals het stuk terug om daar in het eerste de beste airco restaurant met draadloos internet een paar uur bij te komen.

Laos als land bevalt ons trouwens wel heel goed, hoor. In tegenstelling tot Vietnam eten we hier elke dag lekker, de mensen zijn op geen enkele manier uit op je geld en proberen ook niet je elke minuut van de dag op te lichten of iets aan te smeren. Afdingen is een nieuw begrip voor een land dat pas begin jaren '90 z'n deuren opende voor buitenlanders. Een land dat zich wat armoede betreft 'kan meten' met hongerlanden in Afrika. Laotianen zijn verlegen, kalm, vriendelijk en soms onzeker in hun omgang met toeristen. Vooral toeristen die in te blote kleding zichzelf op de foto willen zetten met een monnik of op een andere manier over de bescheidenheid van de Laotianen heen walsen.

Ik vind het een aandoenlijk land. Het ontroert me te zien dat zij zich aanpassen aan de wensen van de toerist op een soms onhandige, maar o zo vriendelijke manier. Waar bijvoorbeeld de Vietnamezen overal maar 'yes' op zeggen (want je weet maar nooit of je iets kunt verkopen) en de Thai je kunnen uitlachen, geven de Laotianen een verlegen glimlach en trekken ze zich onzeker terug als ze jou niet willen wijzen op je 'fouten' of hun eigen onwetendheid.

We komen de lange en vooral smorend hete dagen door met overheerlijke massages, een bezoek aan het Nationaal Museum waarin de Amerikanen als beesten worden afgeschilderd Dat is volkomen terecht als je weet dat Laos nummer 1 in de wereld is met de grootste hoeveelheid bommen en granaten op de grond. Kadootje van de Amerikanen die bang waren voor de opmars van Vietnam, het buurland. Er werden 9 jaar lang elke 12 minuten bommen gedropt op dit land of een ander sommetje, 1000 kg per inwoner van Laos! Je kunt wel bedenken hoeveel daarvan er in deze tijd nog slachtoffers maken. Er is hier weinig over bekend in de wereld, Amerika doet of z'n neus bloedt en de Laotianen spreken over de secret war.

Wil je meer weten kijk dan op http://www.uxolao.gov.la en op http://www.copelaos.org/

Bij deze laatste organisatie bezoeken we het visitor centre, waar we op een indringende manier uitleg krijgen over het leed dat de bommen tot op de dag van vandaag veroorzaken.

Bij het klooster Sikawet raken we aan de praat met twee verlegen studenten. Ze komen uit het arme zuiden, maar hebben gelukkig een beurs gekregen om te studeren voor arts. Ze vertellen dat de universiteit nauwelijks boeken heeft en ze daarom soms van het internet het studiemateriaal halen. Wat dan weer in het Frans of Engels is, dus niet zo makkelijk voor ze. In het klooster zelf praten we een tijdje met een monnik, die zich even geen raad weet met de melding dat in Nederland twee mannen of twee vrouwen met elkaar kunnen trouwen. “Fascinating”, zegt hij bedenkelijk.

En dan eindelijk is het vrijdagmiddag en kunnen we het visum ophalen. Toch wel een beetje zenuwachtig (want je weet maar nooit wat ze ontdekken als ze je natrekken) komen we aan bij de ambassade. Ja, ook nu zijn we weer met de fiets gekomen, dus ook nu komen we weer oververhit aan. Maar zorgen om niets; er zit een mooi plakkaat in ons paspoort en nog wat andere officieel uitziende documenten zijn er in vastgeniet. JOEPIE, wij gaan naar Birma!

Morgen nemen we de bus naar Vang Vieng; hét toeristenoord van Laos. We gaan daar op aanraden van een heleboel mensen tuben. Met een band de rivier af. Kom maar op, want we zijn we toe aan wat actie.

Oh ja, vader en moeder vermaken zich inmiddels prima in het noorden van Thailand. We krijgen opbeurende berichten dat het eten heerlijk is, het land mooi en de biertjes goed koud. Dat horen we graag. Nog 1,5 maand en we zien die grijsjes in Jakarta!

vrijdag 6 november 2009

Verzot op Luang Prabang

Dag 366 tm 373, 30 oktober tm 6 november, Luang Prabang

“Massie, hier wil ik niet meer weg”, zegt Edwin tegen me terwijl 'ie me met gelukzalige én smekende ogen aankijkt. “Dit is de plek, hier moeten we blijven. Ik meen het hoor”.
En hij heeft gelijk. Luang Prabang is een wereldse plek. Een plek waar we ons thuis voelen, waar de omgeving prachtig is, waar de mensen lief zijn, het eten heerlijk... We kunnen geen negatieve punten opnoemen. Of het moet zijn dat andere toeristen deze plek ook bezoeken....

De dagen vliegen voorbij en we blijven het vertrek maar uitstellen. We leren Laotiaans koken op de kookcursus van Tam Nak. We fietsen in de omgeving rond (en raken verdwaald, moeten met de fiets over een plankbrugje en duiken op in de achtertuin van iemand). We zwemmen bij de waterval. Nemen een overheerlijke Khmu massage. Bezoeken de vele kloosters. Slenteren door de talloze schattige straatjes met koloniale huizen. Eten een baguette met Franse kaas (en een crèpe en spicy salads en noodles). Zitten met een boek op ons balkonnetje. Worden elke ochtend wakker van het luiden van de gong bij onze buren, de monniken. En liggen vroeg op bed, omdat er in Luang Prabang een avondklok is; 24:00 moet iedereen in z'n hotel zijn. We hebben vaak leuk gezelschap van andere reizigers. De dagelijkse H'mong avondmarkt is een lust voor het oog met de kleurrijke handwerkproducten en smakelijke hapjes. We lunchen bij bamboorestaurants met uitzicht op de Mekong. En zien het ochtendritueel van de monniken als ze rond zes uur in de ochtend over straat gaan met hun bedelnap. Zo kan ik nog wel even doorgaan. Begrijp je nu waarom we hier niet weg willen?

Toch gaan we morgen met de bus naar Vientiane, de hoofdstad van Laos. Daar moeten we onze visa voor Indonesië en Birma gaan regelen. Maar zodra dat in orde is...juist ja...als de wiedeweerga terug naar Luang Prabang!

Oh ja, en we hebben natuurlijk ons één jaar reizen gevierd. En stil gestaan bij het feit dat we nog steeds ontzettende mazzelaars zijn.