donderdag 27 juli 2017

¡Me gusta Colombia!

Of we wel voorzichtig doen? Tuurlijk! Colombia heeft niet zo’n beste reputatie en Derk Bolt was ook nog maar net terecht, en toch gaan we er gewoon heen. Want de ándere verhalen die we horen, over de prachtige natuur, de lieve mensen, de afwisseling in het landschap, hebben ons al lang over de streep getrokken.

Bogotá, onze landplaats, charmeert niet direct. Op 2700 meter hoogte, met een grijze lucht en soms een waterig zonnetje start onze reis nogal koud. Zo’n 12 graden is dan wel weer perfect voor een fietstochtje door de stad. In 5 uur krijgen we een snelcursus over-de-stoep-rijden-door-een-miljoenenstad en veel info over Colombia. Op de markt proeven we vruchten die ik echt nog nooit heb ik gezien. Van sommige vertrekt je gezicht, zo zuur, andere zijn beter te doen. Lulo heeft de mooiste naam. Ook koffie is typisch Colombiaans, en hoewel de beste bonen het land verlaten, treft Marnix toch een lekker bakje ‘tinto’ aan bij een lokale branderij. Maar we leren meer; ooit van tejo gehoord? Het is een spel waarbij je een loden kogel in een bak klei werpt, en dan – als je goed bent- precies op het kartonnetje met kruit zodat er een flinke knal ontstaat. Je hoort er ook veel bier bij te drinken. Dat laatste lukt ons dan nog het beste hahaha. Botero, de beroemde Colombiaanse schilder en beeldhouwer van dikke figuren, heeft zijn eigen museum in Bogota waar we nog even naar binnen gaan. En na nog wat slenteren door de stad, laten we Bogota voor wat het is.

Tijd voor de zon in Cali, zo’n 500 km naar het zuiden. Deze stad, bekend van het beroemde kartel dat de (drugs)oorlog verklaarde aan Escobar, is niet bepaald een toeristenbestemming. Er is weinig te zien, alles draait hier om salsa. Cali wordt zelfs de ‘
salsa capital of the world’ genoemd. Wij logeren bij een geweldig stel in hun luxe Airbnb-appartement en na lekker sterke mojito’s op hun rooftop terras, nemen ze ons mee de stad in voor een dansje. Al snel kom ik erachter dat de salsalessen in Nederland echt voor jan-lul zijn geweest, want hier heb ik er niets aan. Ik doe een dappere poging, en kijk er leuk bij, maar deze ‘caleño-stijl’ beheers ik niet. Om van het dansen (en de nodige drank) te herstellen, nemen de Airbnb-jongens ons de volgende dag mee naar de rivier (Rio) Pance, waar zo’n beetje heel Cali op zondag recreëert. Koud water, kleine omaatjes die er een duik nemen, tropische omgeving, veel snackverkopers en een gemoedelijke sfeer; een perfecte ochtend hier.

Van Cali naar Manizales is het 5 uur met de bus, maar onze buschauffeur zegt dat hij het in 3,5 uur kan. Wij, naïef, denken dat deze bus minder stops maakt, en daarom dus sneller is. Maar helaas, met 100 km scheuren we over de kronkelige bergweggetjes naar 2150 meter hoogte. De omgeving is prachtig, want we zijn in het koffiegebied van Colombia, ook wel Zona Cafetera genoemd. Nou ben ik geen koffiedrinker, maar kan wel genieten van het landschap met die steile groene heuvels. Had het alleen liever met 60 km per uur gedaan. Om bij te komen, regelen we bij aankomst een taxi naar een hotspring. Water uit een vulkaan stroomt hier in baden en is zo’n 41 graden. Het proeft superzuur, maar hier een paar uurtjes dobberen is wel erg relaxed!

Brokkenpiloot gaat downhill
Het  Parque Nacional Natural Los Nevados ligt in de buurt van Manizales en in een vlaag van verstandsverbijstering leek het me een goed idee om hier te gaan downhill mountainbiken. Enerzijds om Marnix tegemoet te komen die graag actief/sportief wil doen (en ik indruk wil maken) en anderzijds omdat het gewoon een
prachtig natuurgebied is. Idee? Van 4138 meter naar 2150 meter in 30 km afdalen. Wacht ff! Je zegt dus ruim 2 hoogtekilometers dalen? Tja, hoe moeilijk kan dat zijn? Met gemak baan ik me elke dag een weg door de urban jungle van Den Haag met trams, nog slapende fietsers, vrachtwagenchauffeurs en opgefokte automobilisten. Dan kan ik dit toch ook? Maar enigszins bibberend – al komt dat vooral omdat het maar 8 graden op de top is en er een ijzig windje waait- klim ik op mijn mountainbike met teveel versnellingen. Ik krijg wat tips groot en klein verzet en voor ik het weet zijn de twee gidsen, een Ier van 21 jaar en Marnix al keihard aan de afdaling begonnen. Onverharde weg, zand, stenen, kiezels, modder, gras. Wetende dat ik de sloomste ben, probeer ik wel harder te gaan maar oei wat eng. Nog maar 29,5 km denk ik, volledig verkrampt van angst. En dan is genieten van de omgeving er echt niet meer bij. Ik maak een fout, een verkeerde combi van remmen en sturen en vlieg door de lucht. Met een klap stort ik ter aarde en blijf maar stil liggen. Iets kapot, behalve mijn ego? Hmm, bloed, kapotte jas en knie. En elleboog en bovenbeen. Lang leve de helm. De rest van de lange afdaling hou ik me groot, maar terug in Manizales komen toch de schriktranen. Overheerlijk uiteten en een flink glas rum cola maken het wel weer een beetje goed.

Vanaf Manizales vliegen we in piepklein vliegtuigje in een half uurtje naar Medellín. De stad van Escobar. We hebben alle afleveringen van Narcos op Netflix gezien en dan in die stad zijn waar het zich vooral afspeelde is wel heel tof. Maar we laten de toeristische Escobar-tripjes links liggen. We geven ons geld en tijd liever uit aan een dagtripje richting het platteland naar het koloniale stadje Sante Fe de Antioquia. En aan lekker eten, Plaza Botero, de Botanische tuinen, pina coladas in het hippe wijkje El Poblano en de kabelbaan. Kabelbaan?
Ja, Medellin ligt in een vallei en de arme wijken liggen op hoogte tegen de heuvels aan. De kabelbaan, het openbaar vervoer eigenlijk, gaat echt rakelings over de huizen in deze krottenwijken van Medellín. Fascinerend!  Medellín voelt rustig, hip en modern. De metro werkt geweldig, is schoon en geen enkel moment voelen we ons ergens onveilig. Nou zoeken we het gevaar natuurlijk ook niet op, maar toch, er is geen enkele reden om hier bang te zijn. En eerlijk gezegd valt Colombia sowieso mee. Mensen zijn lief en vriendelijk, we worden nergens lastig gevallen.

Na een paar dagen vliegen we naar Santa Marta, aan de Caribische kust. Dit is de oudste nog bestaande stad in Colombia en is in 1525 gesticht. De straatjes in het historisch centrum zijn schattig en ’s avonds is het een drukte van jewelste met mensen die flaneren over de pleintjes en terrasjes. We zijn hier eigenlijk maar om één reden en dat is ons tripje de volgende dag naar het National Park Tayrona dat hier bijna twee uur rijden vandaan ligt. “Only 8 minutes walking to bus stop”, zegt de receptionist van ons koloniale hotel. Hij vergeet even dat wij niet gewend zijn aan 37 graden én we twee rugzakken meesjouwen. Eerlijk waar, we zijn kletsnat van het zweet als we bij de bushalte aankomen. De bus naar Tayrona rijdt net weg helaas. Maar dit blijkt dan weer goed nieuws, want de eerste die erna aankomt, is nog helemaal leeg en kunnen we de beste plek kiezen. Laatkomers moeten staan in dit kokend hete koekblik op wielen. We worden afgezet langs de kant van de weg en moeten nog een flink stuk omhoog lopen naar ons hotel Villa Maria. Maar wat we dan zien is echt geweldig! Paradijsje! Het zwembad is deze middag van ons! Uitzicht over de jungle en daar beneden ligt de Caribische zee! ‘s Avonds drinken we nog ijskoud bier op dat strand, waar we verlangend naar de enorme golven kijken. Daar gaan we morgen in!

Tijd voor actie: we gaan in de ochtend een trekking doen naar de baai van Cabo Juan, in het National Park Tayrona. Eerst een stukje met een bus naar de ingang van het park, dan volgt er een ingewikkeld gedoe met kaartjes en polsbandjes, dan nog een busje in het park richting het startpunt. Heen en terug is het 5 uur lopen, zeggen ze. En het park gaat dicht om 17:00 uur. Geen tijd voor getreuzel, hop hop. Al snel is duidelijk dat dit een uitputtend tripje wordt, vanwege de hitte én het klimmen. Gelukkig is het prachtig. Nee, meer dan prachtig zelfs. Hier bestaat het leven uit drie kleuren; blauwe lucht en oceaan, wit zand en groen groener groenst van het regenoud. Oh, en een vierde kleur; knalrood; onze bezwete tomatengezichten. En dan na 2,5 uur lopen is daar die baai, Cabo Juan, de mooiste van Tayrona! En nog tig andere mensen, bijna geen schaduw en tja, mag ik eerlijk zijn als ik zeg dat het een beetje een domper is. Tuurlijk jumpen we nog in de zee om het zweet af te spoelen en maken we de gebruikelijke selfies. Maar helemaal ontspannen? Niet echt. Bovendien, we moeten ook het hele takke-end nog terug, dus na een ijskoud drankje hobbelen we weer terug de jungle in, horen nog aapjes, crossen we weer over riviertjes en klauteren als berggeitjes over rotsblokken. Ruim op tijd verlaten we het park weer, onderhandelen het eelt op onze tong voor twee brommerritjes terug naar ons hotel (blijf het toch altijd spannend vinden achterop de brommer bij een local) en dan is daar die zee bij ons hotel. Waanzinnige hoge golven, die mij in één keer omver trekken, alsof ik door de zeewasmachine ga (ik schuur mijn been open). Voel me wel weer helemaal 'alive’. Marnix is een grote dare devil en duikt wel keer op keer de enorme golven in. Twee regenbogen en een onbestemd aantal biertjes later kun je ons opvegen. Morgen naar Cartagena…..

Cartegena: we like mucho! Dat het toerisme in Colombia nog relatief nieuw is blijkt wel uit het gebrek aan goede transporten tussen plekken waar toeristen graag naar toe gaan. Daar valt nog een wereld te winnen. Maar het lukt ons nu ook weer een bus te regelen die niet via Santa Marta, maar rechtstreeks naar Cartagena gaat. En wat is Cartegena leuk! Een ommuurd historisch centrum met huizen in elk denkbare kleur, toffe pleintjes, imposante witte kerken, straatverkopers, de Caribische zee om de hoek, en geweldige restaurants en winkels. Cartegena: we like mucho! En hier komen we ook een beetje tot rust, want we hoeven niet zo veel meer. Behalve dan nog een snorkeltripje bij Isla del Rosario. De aangeboden boottripjes rondom de eilanden schijnen allemaal vreselijk commercieel te zijn, dus wij kiezen voor een professionele trip vanuit een duikschool.  Okay, hoewel het koraal nogal dood is en er niet superveel visjes zijn, was een dagje op een bootje, een eilandje en zwemmen in heel warm water zeker geen straf. En als het dan tijd is, na een laatste bakje koffie en mango juice, om dan echt de tas te pakken en naar het vliegveld te gaan, denken we maar één ding: NEEEEE, we willen nog blijven! Colombia, die (nog) meer toeristen wil trekken met de slogan; the only risk is wanting to stay had geen betere tekst kunnen bedenken. Want eng, gevaarlijk en onveilig is het zeker niet, maar er willen blijven is inderdaad het grootste risico! Gracias! En een dikke gracias voor mijn reislief: You made it even more special! Een bescheiden bijdrage van die reislief:
Wauw! Vol verbazing lees ik bovenstaand verhaal. Herinneringen komen boven en ben bij elke zin ben ik aan het nagenieten. Zoveel moois meegemaakt in een relatief korte periode. Het is maar een korte samenvatting van 17 dagen vertoeven in een fantastisch land. En helemaal eens met Mascha, we wilden nog veel meer genieten. Dus Colombia is een echte aanrader! En dan ook nog met deze globetrotter eerste klas op pad, voor de eerste keer. Het was echt fantastisch!

zondag 1 mei 2016

Hangmatteren in Suriname

Dit keer een blog van reismattie Anne met wie ik in april 2016 twee weken in Suriname ben geweest. Over de vraag of ze gastredacteur wilde zijn, hoefde ze niet lang na te denken: “Ik heb echt heel veel inspiratie om te schrijven, Mascha!” . Take it away, Anne!

Als je in Suriname uit het vliegtuig stapt, komt de warmte en de typische Surinaamse geur je direct tegemoet. Net als bepaalde landen in Afrika, heeft SU, ja ik noem het vanaf nu gewoon SU, zijn eigen specifieke geur. Het land heeft ongeveer een half miljoen inwoners, waarvan de helft in de hoofdstad Paramaribo woont en de andere helft in het binnenland. Een bijzonder land met een mix aan culturen. ‘De Surinamer’ bestaat namelijk niet, want er zijn Javanen, Creolen, Hindoestanen, Marrons (gevluchte voormalige slaven in het bos), Chinezen en Indianen. Een tolerant land, waar de synagoge gewoon naast de moskee staat. De mix van culturele invloeden uit zich het beste in het straatbeeld van Paramaribo. De doorgewinterde reiziger zal invloeden herkennen uit Afrika (kleine winkeltjes waarvan de buitenmuren kleurrijk geverfd zijn met reclame), het Caribische gebied (huizen met grote hekken en prikkeldraad), maar ook uit Nederland (dezelfde rotondebordjes) en natuurlijk de Nederlandse taal. SU is een land met weinig toeristen, maar een ontzettend vriendelijke, gastvrije bevolking.

Een half jaar geleden ben ik in Suriname mijn hart verloren aan het land en een man uit desbetreffend land. Ik ben vast vooruit gereisd  en na een paar dagen bevind ik me in afwachting van Mascha op Zanderij (het vliegveld van Paramaribo). Zij heeft net de saaiste vlucht uit haar leven gehad, omdat ze 9 uur lang geen tv kon kijken en blijkbaar naast de enige niet-praatgrage Surinamer heeft gezeten. Het uur van Zanderij naar de stad kletst ze daarom meteen de oren van mijn kop. Ons appartement in Paramaribo is de komende weken onze standplaats van waaruit we Suriname verder ontdekken. We maken het befaamde scheMassie (grof reisplan a la Mascha) en sluiten onze oogjes.

Het plan is om het eerste weekend met Surinamers door te brengen in Republiek ,een recreatieoord in de buurt van Paramaribo. We worden echter meteen geconfronteerd met de Surinaamse realiteit waarin plannen maken én uitvoeren niet op het menu staat. De trip gaat niet door en dus tijd om ons eigen plan te trekken! In het centrum boeken we gelijk tripjes voor de eerste week, lopen langs de palmentuin en bezoeken Fort Zeelandia. Dit is een voormalig Nederlands fort waar ook de Decembermoorden hebben plaatsgevonden. Na onze historische stadswandeling strijken we neer bij het populaire terras van 't Vat en drinken een erg kleurrijke cocktail. We doen vanaf nu alles op Surinaams tempo, want no spang: wij hebben geen haast meer. Zonder auto kom je niet heel ver in Suriname, dus we brengen best veel tijd door in taxi's. Ook vanwege de lange files in en rondom het centrum, want elke Surinamer heeft zijn eigen auto (je gaat natuurlijk niet lopen of fietsen in de brandende zon). De auto is hier een statussymbool: je huis mag dan een krot zijn, als je maar een hippe wagen hebt. Elk taxiritje is een bijzondere ervaring, omdat je met de chauffeur al snel een gezellig praatje hebt. Zo leren we in de taxi dat 'vieze patat' een benaming is voor gewoon patat met ketchup en mayo en dus niet voor gore, slappe frietjes. Geen enkele chauffeur kent de straat van ons appartement trouwens dus thuiskomen is elke dag weer een uitdaging: "Kwatrostraat, nee, niet Kwatta.. Ja het is wel bij Kwatta. Nee, ken je de Vioolstraat? De Pianostraat? Ook niet? Ga maar even rechtdoor, ik wijs het je wel!"

Nachtelijk schildpaddenavontuur
Op maandagochtend staan we vroeg op voor ons tripje naar Galibi. In de tourbus komen we er via de gids achter dat we een poncho móeten hebben. Deze zijn wij per ongeluk expres vergeten (hoe erg kan de regen zijn?), maar al snel beseffen we dat het een noodzakelijk item is voor deze trip. De poncho is namelijk niet tegen de regen, maar tegen de hoge golven op de rivier die de boot in slaan. Om bij onze bestemming te komen rijden we eerste naar Albina en stappen daar over op de boot naar Galibi. Snel nog een poncho kopen dus bij de Chinees! Als een Surinamer het over de Chinees heeft, bedoelt hij trouwens geen afhaaltoko maar de supermarkt. Vrijwel elke supermarkt in Suriname wordt namelijk gerund door Chinezen.

Redelijk droog, dankzij die sexy ponchos’s, komen we aan bij Galibi: een indianendorp in het zand, aan de Marowijnerivier met prachtige palmbomen.
We krijgen meteen het vakantiegevoel! 'S Avonds stappen we bij maanlicht opnieuw in de boot om in een natuurgebied te kijken hoe enorme zeeschildpadden (van soms wel 1,5 meter groot) eieren leggen op het strand. Ik heb eigenlijk weinig met dieren (sorry Marianne Thiemes van deze wereld). Maar als ik die pingpongballetjes uit de schildpad zie vallen in het zelfgegraven gat, word ik toch even overvallen door een bijzonder liefdevol gevoel. Tegelijkertijd voel ik me een soort voyeur in de bijzondere levensgebeurtenis van deze zeeschildpad.
Bonjour!!
 De volgende dag staat een ochtendje Frankrijk op het programma: Frans Guyana welteverstaan! Het ligt aan de overkant van de rivier, dus met 10 minuten varen zijn we er al. Een teleurstelling voor landensparende Mascha, want dit is voor haar niet land nr 65, want Frans Guyana is een  departement van Frankrijk . Je belt er tegen Europese tarieven, betaalt met de euro en auto's hebben Franse nummerborden. We bezoeken in het grensstadje Saint Laurent de Maroni een oude gevangenis en drinken een te dure orangina in een café met Franse chansons. Au revoir, wij gaan terug naar SU!


Op woensdagavond maken we een dolfijnentour op de Surinamerivier. We spotten de roze gekleurde Flippers al snel en genieten van hun kunstjes. Mascha legt van wanhoop haar camera weg, want 'die stomme beesten' zijn haar steeds te snel af. Na wat snacks op een oude plantage cruisen we met de wind in ons haar terug naar de stad. Wijntje (!) erbij, muziek op vol volume, ondergaande zon. Geluksgevoel: 100%!
Voer voor de leeuwen
Onze weekenden, die al donderdag starten, staan in het teken van uitgaan. Dat is echt een feest in SU. Op donderdag beginnend in Havana lounge, waar de avond start met salsa, maar voor je het weet verandert in een ongegeneerde billenschudsessie. Hier vind je ook een bevolkingsgroep van Suriname waar ik nog niet eerder over heb gesproken: de Nederlandse stagiaires. Twintigjarige meisjes die een half jaartje proeven van 'het Surinaamse leventje'. De meisjes bevinden zich in kluitjes midden op de dansvloer, zijn dronken van de borgoe –cola en worden versierd door de cirkel van donkere mannen die om hen heen sluit. Hoewel we ons eventjes oud en onwennig voelen tussen dit publiek, laten we ons niet afschrikken en dansen tot in de vroege uurtjes!

Het liefdesspel wordt in Suriname anders gespeeld. Lust is gescheiden van liefde, waarschijnlijk ook de reden dat menig Surinamer wel eens buiten het potje pist. Surinaamse mannen behoren tot de meest directe, maar ook grappigste versierders ter wereld. De meest cliché, ordinaire zinnen die tegen me gezegd zijn, schrijf ik hier maar niet op. Om jullie toch een beeld te geven, een korte anekdote van een avondje uit. Terwijl ik me door de massa begeef richting het toilet, word ik aan mijn arm richting een man getrokken. Hij gooit alles in de strijd, maar ik geef aan dat ik bezet ben. Zijn reactie: "Heeft je vriend je hier alleen gelaten?! Dat is net als een stuk vlees voor de leeuwen gooien!" Ik besef me dat ik net ben vergeleken met een homp vlees, lach erom en wijs hem nogmaals af. Hij trekt me dicht tegen zich aan en fluistert in mijn oor: "Als je maar weet dat er in ieder geval 1 Surinamer is die van je geniet vanavond". De rest van de avond voel ik zijn ogen branden en meermaals komt hij nog een poging wagen: "Toe nou, het is maar voor 1 nachtje. Niemand hoeft het ooit te weten". Geen gekke opmerking in een land waar vreemdgaan eerder norm dan uitzondering is. En je moet het ze meegeven, het zijn wel volhouders die Surinamers.

Op zaterdag stappen we in het uitgaanscentrum van Paramaribo (het SUP gebied). Hier heb je diverse clubs waar je heerlijk kunt dansen: Next, Euphoria, Tequila, Ace. Elk met hun eigen publiek en sfeer. We drinken weer Borgoe (lokale rum) met cola voor slechts 10 SRD (omgerekend ongeveer 1,50 EUR), een aanradertje dus. Na het stappen hebben we enorme honger. Dus meteen door op zondagochtend naar de Kwatta markt, die al om 5 uur begint!  Hier kan je heerlijk eten (ontbijten dus voor ons) voor een schijntje en de markt is ook een belevenis met al het prachtige groente en fruit. Onze taxichauffeur vindt het een topidee. Hij heeft ook honger en gaat gewoon mee voor de gezelligheid!
Hangmatteren is een werkwoord
Als we die week erop door de winkelstraten van Paramaribo lopen, denk ik nog regelmatig aan de 'vlees-leeuwen'-metafoor. Elke vrouw (met of zonder minderwaardigheidscomplex) kan ik aanraden een rondje door het centrum te lopen voor een egoboost van 'de leeuwen'. Van 'pssst poppetje' tot 'oe lala mooie dames' tot 'Hallo... Kitty!' Aan het eind van de straat weet je 1 ding zeker: ik ben een lekker wijf!
Maar dat is niet waar we voor komen, wij hebben namelijk een missie: een hangmat voor Mascha kopen! De Jeruzalem Bazaar is daarvoor the place to be, ze verkopen er alles om het binnenland in te gaan, van potten en pannen tot aan kapmessen. Een hangmat is een must in Suriname. Hangmatteren is er zelfs een werkwoord! Ik herhaal; het is een WERKwoord. Op onze tweede maandag maken we een tripje naar het binnenland van Suriname., naar de dichte jungle dus. In de auto naar Atjoni zing ik vrolijk mee met alle Surinaamse hitjes van o.a Kenny B en Gio. We lachen met onze tourguide om de cultuurverschillen tussen Surinamers en Nederlanders. Onderweg stoppen we nog even bij een goudmijn, waar Braziliaanse arbeiders keihard werken onder erbarmelijke omstandigheden. Vanaf Atjoni gaan we varend verder. De weg houdt hier gewoon op. In de keiharde regen (het regenseizoen start begin mei, maar laat al van zich horen eind april) varen we in een lange smalle houten boot naar Isadou, een klein eilandje in de Boven-Surinamerivier. We worden hartelijk ontvangen met een heerlijke maaltijd van Selientje  van de lokale marronbevolking.
De marrons zijn de mensen die diep in de jungle (het bos) wonen. De omgeving is prachtig, alleen maar groen, groen , groen. Niemand vertelt ons bij aankomst het programma, we doen dus even een dutje en missen daardoor onbedoeld ons eerste uitstapje naar een dorpje. Zezagen ons wel liggen, maar hadden ons niet wakker gemaakt.  No spang, dan gaan we wel weer hangmatteren met uitzicht op de bruine rivier en we wagen er zelfs een duik in. Wat best spannend is, want de rivier staat extreem hoog, de stroming is sterk en het water dus donker waardoor een slang, kaaiman of piranha (zitten die hier?) onzichtbaar is.

Je kunt er dood van worden
 De volgende morgen staan we wel op tijd klaar en bezoeken we meerdere marrondorpjes die aan de rivier liggen. Lokale gids Doris vertelt ons over de poort van bladeren aan de rand van het dorp. Deze is bedoeld om de boze geesten buiten te houden. (Bij)geloof is een belangrijk onderdeel van het leven van de boslandcreolen.   Tijdens een ‘boswandeling’, dat klinkt onschuldig, maar is het zeker niet, laat Doris ons het schors van de ‘viagraboom’ proeven (goed voor de potentie dus), een ranzige bittere smaak die ons de rest van de dag nog achtervolgt. Hij vertelt alles over planten en kruiden. De natuur is een apotheek zegt hij. Als hij halverwege de wandeling keihard roept "Rennen!", weet ik niet hoe snel ik me moet omdraaien en sprinten. Achteraf blijkt er geen poema of slang te zijn, maar slechts een wespennest dat hij met zijn machete kapot heeft geslagen. Kon ik ook niet weten natuurlijk, maar better safe than sorry. Op de vraag of er nog meer gevaarlijk spul in het bos is, zegt hij: “Ja, een spin; daar kun je dood van worden.”

Na drie dagen hangmatteren in het binnenland reizen we terug naar de stad. Langzaam begint het regenseizoen en er zijn af en toe plensbuien waardoor je tot aan je enkels in de plassen staat. Een beetje regen kunnen wij Hollanders wel tegen en we vermaken ons nog steeds prima. We bezoeken het lokale rummuseum en proeven uiteraard alle soorten. Vervolgens laten we ons masseren en pamperen in de Thermen Hermitage. Met het personeel voeren we uitgebreide gesprekken over de crisis en de zwarte valutakoers. Surinamers maken zich zorgen om de economische gesteldheid van hun land. En of het nou de schuld is van Bouterse of de goud- en olieprijs, daar zijn de meningen over verdeeld. Feit is wel dat prijzen met de dag stijgen.  's Avonds eten we een heerlijke rijsttafel bij Sarinah's, waar je voor een tientje genoeg krijgt om drie dagen van te eten. In Suriname zijn doggybags heel normaal, dus we nemen lekker alle restjes mee naar huis. Eten is sowieso een feest in Suriname. Misschien wel wat calorierijk, en altijd met rijst, maar de roti (bij Joosje), baka bana (aan de Waterkant) en bara's zijn heerlijk. Een ijsje van Fernandes erbij -echt Surinaams ijsplezier- of een koud Parbo biertje. Hmmmm.

No spang
 Aan die Waterkant trouwens, een soort vergane glorie boulevard langs de rivier, staat het vol met eettentjes. Mascha en ik moeten daar ook even naar de wc en dan komt de Surinaamse humor om de hoek kijken als we een bord treffen waarop staat: small business (plassen) 1 SRD, big business (afgaan) 3 SRD. Mascha maakt er een foto van en we moeten er erg om lachen, maar de wc-meneer begijpt absoluut niet wat de grap is. En dat maakt het nog grappiger.


Als we op vrijdagmiddag brak wakker worden na een avondje clubben in de Havana, zien we dat de zon weer schijnt. YES! We besluiten nog even de stad te verlaten en een stuk het binnenland in te gaan om van de zon en de rust te genieten. De voorbereiding kost echter meer tijd dan we van tevoren dachten. Nog even de hangmatten halen, nog even drinken halen, nog even eten halen, nog even een paar boodschappen doen, nog even tanken. En dat allemaal op Surinaams tempo. Je snapt het al, tegen de tijd dat we aankomen bij Parabello is de zon al onder. Toch genieten we van de rust, het urenlang hangmatteren en de goede gesprekken over het leven. We kunnen natuurlijk niet naar huis zonder een keer Surinaams gekookt te hebben! Op de laatste avond maakt manlief daarom 'oma's pindasoep', terwijl Mascha en ik ons storten op de kunst van het bananenballen maken. Twee rijpe en een groene banaan (of was de perfecte verhouding nou andersom?) eerst koken en dan in een grote vijzel en stampen maar! Terwijl Mascha zich flink in het zweet stampt, draai ik de mooiste bananenballetjes van Suriname. Een topteam met heerlijke pindasoep met balletjes als resultaat!
Genieten blijkt een codewoord in Suriname. Bij alles wat je gaat doen, zegt iedereen "Genietse hè". En niks is minder waar, want genoten hebben we zeker! Lieve Mascha, bedankt voor alle (gekke) avonturen en voor de mooie gesprekken over reizen en het leven. Ik had dit met niemand anders willen doen. En Switi Sranan, bedankt voor al het moois dat je hebt gebracht in mijn leven.

Dank je wel Anne voor je blog, maar nog meer dank je voor twee geweldige weken in SU. Het was superrelaxed met jou! Liefs Mascha

dinsdag 16 februari 2016

Bruiloft in India

Vaak ben ik al tijdens mijn reizen in mijn hoofd bezig met hoe ik dat later, op 'online papier', wil verwoorden. Opmerkelijke momenten worden in gedachten al in mooie volzinnen gegoten en ik zie dan al welk beeld ik wil schetsen van een landschap of situatie. Dat gaat gewoon automatisch. Maar wat als een reis zoveel van die momenten heeft, dat je niet weet waar je moet beginnen te schrijven. Hoe kan ik ooit deze week India delen met de lezers..het wordt een lang verhaal, dat is zeker. Je bent gewaarschuwd.

Vijf jaar geleden reisde ik met mijn ex door Noord India en via Couchsurfing kwamen we in contact met twee zusjes uit Jaipur. Ik schreef daar dit blog over. Toen hadden zij het al over hun bruiloft, uitgehuwelijkt worden, en ik moest ze beloven erbij te zijn als ze daadwerkelijk zouden gaan trouwen. Via Facebook bleven we semi in contact en eind december 2015 kwam het bericht: we (!) gaan trouwen op 11, 12, 13 februari en JE-MOET-ERBIJ-ZIJN. Het was geen vraag, maar een opdracht! Een milliseconde dacht ik na, maar de keuze was snel gemaakt. Bovendien paste het helemaal bij mijn goede voornemens voor 2016; tegen alle leuke dingen gewoon JA zeggen zonder de 'bezwaren' (zoals geld/tijd) te zien. Dus ik ging! Met mijn dappere reismattie Kim (zie Cuba blog).

Even een weekje op en neer naar India voor een bruiloft dus. Gewoon omdat het kan. Ons eerste doel in Delhi; we moeten de juiste kleding hebben. Van mijn vorige reis naar India en Couchsurfing ken ik ook Pinaki, een jongen die in Delhi woont, en hij wilde wel shoppen met ons (dat heeft hij geweten). We spraken af op Connaught Place om 15:00 uur.
Vanuit ons hotel zou het niet zo moeilijk moeten zijn om daar te komen met de metro. How wrong were we... Zelfs na 16 keer vragen wisten we nog steeds niet welke kant we op moesten en ondertussen zwermden de geldbeluste tuktukchauffeurs om ons heen. Nee, we nemen de metro en laten ons niet bedonderen door hen. Eentje is wel erg volhardend en achtervolgt ons zelfs. Als we eindelijk het station hebben gevonden, zijn twee studentes zo aardig ons te helpen met het kopen van de kaartjes en wijzen ons de weg naar het goede perron. Gelukkig zeggen ze ook nog net op tijd dat als we in de metro stappen we dan wel in de vrouwenwagon (!) moeten gaan zitten. En als we na 15 minuten uit de metro stappen en richting de afgesproken plek (Starbucks :-) lopen, gebeurt er iets geks waarvan ik me pas later realiseer hoe gek het is; daar staat weer dat ene vervelende tuktukmannetje voor ons neus. Huh? Zijn we gevolgd? We zullen het nooit weten…Gelukkig treffen we Pinaki snel en we wanen ons veilig vanaf nu. In de eerste winkel kunnen we het niet echt vinden, dus moeten we naar een heel ander deel van Delhi, vindt Pinaki. Tuktuks haat hij, vanwege dat eeuwige onderhandelen over de prijs, dus regelt hij een Übertaxi, die al na 2 minuten voor onze neus staat. Het verkeer is gewoon te idioot voor woorden. Duwen, wringen, persen, toeteren. En dan die uitlaatgassen. Verstand op nul en het ondergaan. Dat wordt sowieso het motto voor deze reis; het gewoon maar ondergaan, go with the flow.. je verzetten heeft geen zin..let it goooooo..
We gaan dus op zoek naar jurken, die geschikt zijn voor een Rajasthaanse bruiloft. Genoeg keuze dat wel, maar wat wij niet door hadden is dat je een jurk koopt die je qua kleur en model en versieringen mooi vindt, en dat je 'm dan op maat laat vermaken. Wisten wij veel, wij gingen van alles passen, wurmden ons in synthetische en zeer slecht zittende gewaden met een overdosis glimmertjes, ruimte voor de borsten waar mijn sleutelbenen zitten en raakten steeds gefrustreerder (we hadden ook nog niet geslapen he, vanwege de nachtvlucht). En als ik tegen de overdaad aan personeel - allemaal mannen- zeg dat ik een blauwe of groene jurk wil, komen ze gerust met roze of geel aanzetten. Yes, madam, very nice. Kortom, het is nog best een klus, maar we slagen allebei, wachten vervolgens een uur totdat de kleermaker de ‘ready fit dresses’ op onze maat heeft vermaakt en nemen afscheid van Pinaki, die zich de volgende keer wel 10 keer bedenkt voordat hij met twee Westerse vrouwen gaat winkelen…We eten nog superlekkere dosa’s en zijn inmiddels dan zo gaar dat we ‘rechtstreeks’ terug gaan naar het hotel. Met een tuktuk. De eerste vier willen niet voor die prijs die wij willen, maar een heel oud chauffeurtje wel. Wel jammer dat ‘ie pas vertrekt als ‘ie zijn chai heeft opgedronken en is uitgekletst met z’n collega’s. Go with the flow..Ik hou van India. Ik heb aardig wat van de wereld gezien, maar er is geen land dat zo ‘gek’ is.  Of gekmakend misschien.


Naar Jaipur
We hebben voor de volgende dag een ‘mannetje’ met een auto geregeld die ons in 5 uur naar ons hotel in Jaipur rijdt. In Jaipur wonen ongeveer 3,5 miljoen mensen, geen klein, traditioneel dorpje dus. Toch zal later blijken dat de tradities hier ook nog de norm zijn. Omdat we verwachten dat we straks bij de familie weinig zelf voor het zeggen hebben, nemen we onze eerste (na)middag in Jaipur lekker voor ons zelf. Het hotel adviseert ons een restaurant een paar blokken verderop.
Als we ervoor staan kunnen we niet echt geloven dat hij ons dít heeft aanbevolen. Het ziet er niet uit!!! Maar hey, wij willen avontuur, toch? Dus we nemen plaats aan het plakkerige, wankele tafeltje en eten vervolgens de lekkerste curries en naan. Loslaten die vooroordelen dus… Aan de overkant spot ik een bakery en daar scoren we het suikerzoete toetje.


Let it goooooo!
De volgende ochtend gaan we op pad naar de familie Verma. We weten niet helemaal wat de bedoeling is vandaag, maar Savita had het over ladies day, henna-sessies en dansen. Kim en ik hebben allebei voor deze dag een sari geleend en in een plastic tasje nemen we het meterslange gewaad mee. De tuktukchauffeur zegt vol trots dat hij precies weet waar we heen moeten, maar als we maar rondjes blijven rijden en hij het wel 17 keer moet vragen, begin ik mijn geduld wel een beetje te verliezen. En dan na heel lang zoeken, rijden we eindelijk de straat in van de familie die ik 5 jaar niet heb gezien (ik herken de straat wel) en sluiten we ze in onze armen. Er is hier helemaal niets veranderd, de kamer waar we 5 jaar geleden zaten is voor de gelegenheid wel omgetoverd tot henna-fabriekje waar tantes, schoonzussen, buurvrouwen, nichtjes etc. elkaar aan het beschilderen zijn. Ook wij ontkomen er niet aan, alleen jammer dat het om éen of andere vage reden blijft bij het alleen donker maken van mijn vingertoppen en tenen.
Geen mooie bloemige versieringen. Kim geeft zich er ook aan over en laat zich hullen in de bruidsjuwelen van Savita, inclusief neusring dat met een kettinkje naar het oor loopt en een rood kanten hoofddoekje. Hilarisch! Ook ik mag er aan geloven. Zo zijn we wel een paar uurtjes zoet.
Ik wil wel vast iets opmerken wat relevant is voor later in het verhaal. We hebben vanmorgen een beetje ontbeten, één geroosterd broodje met jam. Kopje thee. Meer niet. Inmiddels is het al een uur of 3 en we hebben nog niets aangeboden gekregen. Als we dan ineens worden verzocht mee te gaan naar de beauty salon denken we dat we dan wel wat kunnen drinken of eten….
Gekte in de beautysalon
In de piepkleine salon, ruim tien minuten met de tuktuk, is het…chaos. Stampvol met spullen, stoelen, dames, kinderen, producten, dozen, een hond. We begrijpen nog steeds niet helemaal hoe en wat, maar als mij wordt gevraagd of ik een ‘head spa’ wil, zeg ik gewoon ja en niet veel later is iemand minutieus mijn haar aan het inoliën met een vreemd ruikend goedje. En begint het daarna wild te masseren. Achter me (de ruimte is 3 bij 3) krijgt Kim een pedicure, terwijl ze heel ongemakkelijk op een houten bankje zit. Als dan een tweede persoon haar ook een head spa probeert te geven zie ik aan Kim dat ze inmiddels een punt heeft bereikt waarbij je alleen nog maar kan denken: let it go…..let’s go crazy.. We hebben honger, dorst, maar ook hier is alleen water te krijgen wat wij beter niet kunnen drinken. Uiteindelijk krijgen we van de eigenaresse een fles water die wel veilig is, maar dan zijn wij beide al in een soort trance geraakt waarbij het ons allemaal echt niets meer kan schelen. Mijn haar is inmiddels baggervet en er dan wordt me gevraagd of ik warm of koud water wil om het uit te spoelen. Warm lijkt me, duh! Maar dat betekent dat er eerst water moet worden gekookt en later sta ik op een smerig achterplaatsje buiten met mijn hoofd op zijn kop, benen wijd, terwijl het beautysalonmeidje uit een pannetje water over mijn hoofd giet. Kansloos dit. Het blijft vet en ik laat het maar zo. Ik probeer het zelf droog te föhnen (ja, ook kansloos), terwijl de salon inmiddels nóg drukker is geworden.
We laten ook nog ons haar stylen (lelijk!) en opmaken (veel te zwaar) en kunnen alle hulp gebruiken bij het aankleden in onze sari. Want dat is echt een gedoe! Savita en Joyti zijn al een tijdje eerder al naar huis gegaan. En wij moeten zelf met een tuktuk terug naar het huis van de familie. Maar er komt geen tuktuk, wel de broer van de meisjes op zijn motor/brommer, waar ik helemaal opgetut in een sari met twee benen aan één kant (amazonezit), zonder helm, achterop moet gaan door het drukke avondverkeer van Jaipur. Dit maakt de chaos in mijn hoofd wel compleet. Uitgehongerd en vol van de indrukken houd ik me maar goed vast aan de broer. Hey, ik wilde avontuur, dan kan ik het krijgen ook.

Dance like everybody is watching....
Als ik aankom bij het huis van de familie, word ik echt letterlijk van de brommer afgerukt. Mijn tas wordt afgepakt en ik moet NU mee komen. En waar bleef ik nou zo lang?!?!?! Rennend, wat echt onmogelijk is in een sari weet ik nu, gaan we een stuk verder het nauwe straatje in. Het geluid is overdonderend. Er staan metershoge boxen opgesteld op een met plastic zeil overdekte braak liggend veldje. Er ligt een provisorisch gemaakt dansvloertje, het is druk met mensen en voor ik de situatie helemaal in me kan opnemen, sta ik op dat gammele dansvloertje in een overdosis decibel te bollywood dansen terwijl echt IEDEREEN naar mij kijkt en ik word gefilmd door een tiental mobiele telefoons. OMG! De zusjes staan te stralen dat ik, hún buitenlandse gast, op het feestje ben gearriveerd. Ik kan niet anders zeggen dan dat ik hét middelpunt ben. Het is inmiddels trouwens half 9 ’s avonds, ik heb nog steeds niet gegeten…ik val bijna om.
Als Kim ook arriveert, trek ik haar meteen naar buiten en we besluiten dan zelf maar wat te gaan kopen bij een winkeltje. De straten zijn donker, vies en in onze volledige feestoutfit kopen we bij een houten kraampje wat notenrepen. We trekken natuurlijk ook hier weer de aandacht, ook van de vader van de familie die nu wel doorheeft dat we echt willen eten en terug in hun straat neemt ‘ie ons mee naar binnen in het huisje en gaat hij, zichzelf non stop verontschuldigend, op zoek naar wat eetbaars voor ons. Een handje chips. Nu we wat zijn bijgetrokken gaan we terug naar het dansfeestje en doen we nog wat koele dansmoves en dan ineens is het afgelopen. En heb ik een piep in mijn oor.


En dan, dan pas gaan we eindelijk echt eten. In het huis, op de grond in een kring, met de hele familie kan ik er wel weer de lol van inzien.
Er volgen nog talloze fotosessies, en nog wat dansjes, maar dan gaat het licht echt uit bij mij en Kim. En willen we een tuktuk terug naar het hotel. How wrong were we. Er wordt op ons ingepraat dat we ook nog de nachtelijk hennasessies bijwonen waarbij de armen van de bruiden helemaal worden versierd en ook die van ons, maar beleefd en stellig bedanken we. Demonstratief gaan we buiten staan en komen er na 20 minuten achter dat de tuktuk nog niet eens onderweg is, laat staan gebeld! Ik zal de lezer nu wel een stukje besparen, maar laat, heel laat ploffen we in ons bedje…Morgen de echte bruiloft…


800 gasten, 800 blikken op ons
De bruidjes willen dat we al vroeg bij ze zijn, maar we hebben geleerd van gisteren en weten dat de ceremonies pas rond 18:00 starten, dus gebruiken we de ochtend om wat van Jaipur te zien. Ik herken veel van de vorige keer en bezoek voor de tweede maal het Paleis van de Winden (nog steeds mooi) en we struinen door de oude stad. Slenteren, ons verwonderen over hoe vies het is, en hoe druk. Terug in het hotel relaxen we nog wat bij het zwembad, en dan begint het Grote Optutten.
Het lijkt wel carnaval, in onze nieuwe jurken. “Als wat ben jij verkleed? Nou, als een gast op een Indiase bruiloft”. We toetsen onze outfit bij de eigenaresse van het hotel en ze zegt dat we precies goed gekleed zijn. Ze maakt het nog even af met een plak-stip op ons voorhoofd. Nu zijn we helemaal zoals het hoort.
We staan loeivast in het verkeer en doen er ruim een uur over om aan de andere kant van de stad te komen. Het is zaterdagavond, er wordt volop getrouwd vandaag (iets te maken met de stand van de sterren) dus iedereen is op weg naar een feestlocatie. Eenmaal daar worden we bekeken, bekeken en bekeken. Er zijn zo’n 800 gasten, er staat een enorm podium en aan de zijkanten van het veld staat de catering opgesteld. Aan beide kanten van het podium staan allemaal spullen. Het duurt even voor ik het door heb, maar dan blijken dat de bruidsschatten te zijn die hier tentoongesteld worden. Denk aan een bed, kasten, stoelen, potten, pannen, tv, oven, etc. etc. Er staan gewoon twee complete huishoudens, die de meisje straks meenemen naar hun schoonfamilie. Plotseling klinkt er enorm lawaai en speelt een tetterende fanfare. Bruidegom 1 arriveert! Op een wit paard.
In een prinsenoutfit! Een half uur later volgt nummer 2. Zelfde verhaal; dringende mensen om hem heen, een stukje onder een rijk versierde poort door. Kim en ik hebben geen enkel idee wat er allemaal nog op het programma staat of hoe lang deze avond überhaupt duurt, maar er is deze keer wel volop eten. En lekker eten ook; ik ben echt gek op Indiaas eten. Regelmatig worden we ‘gestoord’ door de vader van de bruidjes, die ons wil voorstellen aan zijn bazen of andere mensen in hogere rangen. Glimmend van trots staat hij er dan bij; ‘kijk eens even, wij hebben twee buitenlandse gasten op de bruiloft die speciaal hiervoor zijn overgekomen.’ En dan glimlach ik beleefd en schud ik handjes.
Love marriage no good
Dan roept één van de broers ons. Opschieten, want ze komen eraan! We worden samen met tantes, nichten, moeder en andere zus naar het parkeerterrein gedirigeerd waar een auto staat met Savita en Jyoti erin.
Wat zijn ze prachtig! Onherkenbaar eigenlijk. Ze dragen zoveel sieraden, glimstof, armbanden, huid vol henna. De spanning is op hun gezichten te zien, lachen doen ze niet, maar uiterst serieus lopen ze, omringd door ons, richting de honderden mensen, richting dat enorme podium, waar vier tronen staan. En daar zitten ze dan, samen met hun nieuwe mannen. Ik weet niet meer precies hoe lang, maar voor mijn gevoel ruim 1,5 uur. Zitten, staren naar het publiek. Wat je je moet realiseren is dat de meisjes de jongens nog niet echt kennen. Er is hier sprake van een gearrangeerd huwelijk.
Uiteindelijk gaan de familie en de twee bruisparen ook eten. Veel rituelen ontgaan ons vandaag, maar een nichtje van de familie geeft ons af en toe wat uitleg. De daadwerkelijke ceremonie begint pas na 00:00 uur en duurt zo lang dat gasten her en der gaan liggen slapen! Wij zijn juist met onze neus op deze bijzondere ceremonie gaan zitten waar er in het midden een vuur is, een pandit (geestelijke) van alles uitspreekt en er zeven keer rondom het vuur wordt gelopen. Ook dit duurt weer ruim twee uur en dan is ook onze aandacht wel verslapt en zitten we te geinen met de mannen van de familie; de broers, neven. De verschillen tussen India en Nederland komen ten volste naar boven. Want wij zijn natuurlijk enorm exotisch: 40plus,  ongetrouwd, geen kinderen, met ons eigen huis, en leven. Als ze er achter komen dat ik motor rij is, weten ze helemaal niet meer hoe ze het hebben. (Je ziet ze denken, hoe doe je dat dan met een sari aan hahah).
En dan rond 03:00 loopt het ten einde. De bruidsparen zijn getrouwd, althans dat denken we, want de bruiloft gaat nog een paar dagen door. Daar doen wij, tot grote spijt van de familie, niet meer aan mee. Dit was al een uitputtingsslag. Een tuktuk, die we al vooraf hadden geregeld deze keer (ja, je leert snel in India), zoeft ons terug naar ons hotel door de donkere straten van Jaipur. We zijn gewoon nog even stil van alle indrukken deze dag. Het was ook vreemd, om bruidsparen te zien die niet uit liefde met elkaar zijn getrouwd en als vreemden naast elkaar zitten. Savita legde me ooit uit dat dit de beste manier is, want dan kan de liefde nog groeien, terwijl bij een 'love marriage' de liefde bij de bruiloft op z’n hoogtepunt is en het daarna alleen nog maar minder kan worden. Maar wie ben ik om daar over te oordelen? Zijn in onze Westerse wereld de verwachtingen sowieso niet te hooggespannen daar waar het liefde betreft en is een ‘economisch’ verbond niet veel …logischer? Het houdt me nog wel een tijdje bezig.

Taj Mahal
De volgende dag nemen we de lokale bus naar Agra, waar Kim de Taj Mahal wil zien.
Ik ken dit gebouw al en ik denk niet dat ‘ie er nu anders bij ligt dan vijf jaar geleden, dus ik blijf ’s ochtends lekker in bed. De rest van de dag verblijven we in Agra, genieten van de zon op een mooi dakterras, een massage en nog meer lekker eten.
In de avond hebben we een mannetje geregeld die ons naar Delhi rijdt. Delhi is een stad van 22 miljoen mensen (en de meest vervuilde stad ter wereld), dus het is slim dat we een hotel nemen naast het vliegveld, dat scheelt ons uren en uren in het verkeer vaststaan. Het was een zeer bijzondere ervaring, die ik zeker niet had willen missen. Kim en ik zijn niet echt uitgerust van deze trip, maar hebben we een hoofd vol mooie ervaringen en verhalen. Namaste!

maandag 23 november 2015

Sri Lanka, tuk tuk Madam?!

Land nummer 63, here I come!
Sri Lanka, dat pukkeltje in de Indische Oceaan ten zuiden van India. Op mijn vorige reis naar Cuba kon ik me door omstandigheden totaal niet voorbereiden, nu was ik heel goed voorbereid. Gewapend met reisgidsen plozen mijn reismattie Lonneke en ik uit wáár we dan zouden gaan surfen, zonnen, cultureel doen etc. Enige onduidelijke was de regen. Sri Lanka is de ene helft van het jaar regenachtig aan de ene kant en de andere helft van het jaar aan de andere kant. Vraag me maar even niet welke kant het nou was. In ieder geval; wij gingen  precies ten tijde van die overgangsfase. Dus we besloten ter plekke dan te kijken of het regende of niet....
Natte hond
Bij aankomst in Colombo rijden we in het ochtendgloren direct door naar Negombo. En het regent. Best hard. En het is heet. Heel heet! We laten ons niet uit het veld slaan en lopen op onze slippers naar het strand. Slecht idee! Daar waait het ook nog eens heel hard en lijkt het in de verste verte niet op de exotische foto's uit de reisgids. We balen, zeker als we de weervoorspellingen checken. Het regent OVERAL in Sri Lanka. De komende anderhalve week. Dan maar het beste ervan maken. We regelen voor morgen alvast een taxi naar Polonnaruwa en Sigirya Rock.
Dat klinkt makkelijker dan dat het is, omdat wij het gevoel hebben dat we heel veel teveel moeten betalen en gaan dus keihard de onderhandeling in. Op het scherpst van de snede strijden wij om onze roepies. En hij ook. Uiteindelijk komen we toch nog ietwat bedrogen uit. Okay, we krijgen de rit voor 8500 roepies, zoals wij wilden, (de Lonely Planet heeft het over 12.000). Maar je had onze gezichten moeten zien toen de volgende ochtend de chauffeur kwam voorrijden. "Passen wij daar in", roep ik verschrikt, “Dit is een soort Playmobiel autootje!" "Deze auto ruikt naar natte hond," kermt Lonneke. De achterbank is vochtig (sorry, madam, forgot to close window last night). Goedkoop is duurkoop hahaha. Maar hij brengt ons in vier uur veilig naar de boeddhistische overblijfselen van Polonnaruwa. Hier liggen 15 meter lange Boeddha’s, enorme stupas, een uitgebreid complex aan oude tempels, kloosters, Hoewel we er wat gehaast doorheen schieten, is het echt heel mooi om te zien. En daarna rijdt de chauffeur ons nog naar Siqiriya, dat was bij de prijs inbegrepen J


We will rock you
Ons hotel in Sigirya wordt beheerd door de look alike van Freddy Mercury, en hij is zo ontzettend dienstbaar. Op het enge af. Met buiginkjes, big smiles, een zijige stem. Maar wel lief. De volgende ochtend beklimmen we de rock die hier als een vreemde bonk ineens in het vlakke landschap ligt, Sigirya Rock, ook wel Lions Rock genoemd. Tegen alle adviezen in gaan wij niet heel vroeg (want nog koel), maar sjokken we pas tegen tienen die kant op. Jammer dat in Sri Lanka de toeristische attracties buitensporig duur zijn geworden, net als deze. Maar we hebben besloten; we-gaan-die rots-beklimmen. De zon schijnt, de lucht is blauw. Dit kunnen wij! Nou ben ik al niet zo’n berggeitje, maar dit is op sommige punten echt best eng. IJzeren traptreetjes, die steile rotswand. Ik probeer maar niet teveel te denken aan hoe onstevig dit gebouwd kan zijn. En dan de beloning als we eindelijk na 2 uur boven zijn; een geweldig uitzicht...en een korte regenbui. Die trouwens niet verkoelend werkt. Nu moeten we ook weer terug, wat ik veel enger vind, want de treetjes zijn nat. Met de bibbers in de benen kom ik beneden. De rest van de dag gaan we in de chill stand, beetje rusten, wandelen, eten. Het is tenslotte vakantie.
1 + 1 = 3
Een dag later brengt de tuk tuk ons in een uurtje naar Dambulla. Blijf toch grappig die kleine wagentjes waar wij net aan inpassen, en dan moeten onze grote rugzakken er ook nog bij. De wind door onze haren, overal glimlachende mensen. Palmbomen, zo veel groen, het is een mooi gebied hier. Hij zet ons af bij de grotten met de meer dan 150 Boeddha beelden. Met de spierpijn in onze kuiten van de klim van gisteren beginnen we (weer met blauwe lucht) aan de wandeling omhoog. Halverwege moeten de slippers uit. Op warme stenen verder, zwetend. De beelden zijn in een grot verstopt en het ziet er fascinerend uit. Ik blijf het bijzonder vinden dat vaak  op de meest onmogelijke plaatsen de Boeddha wordt ‘vereerd’. Eenmaal beneden stikt het op het parkeerterrein van toeristenbusjes en private drivers. Ons plan was om hier de gewone lokale bus te pakken naar Kandy, maar als ik al die busjes zie, krijg ik het idee om te gaan liften. Lonneke vindt het een twijfelachtige actie, maar ik probeer het gewoon.
De eerste chauffeurs zeggen allemaal nee. "Sorry Madam, for my clients only" Logisch, maar toch jammer. Ik probeer  het bij wegrijdende busjes, steek mijn duim op. En wat denk je? Een busje met een chauffeur en een meisje erin stopt. Ik vraag of ze naar Kandy gaan en dat blijkt zo te zijn. We mogen mee! Het meisje is Frans, reist alleen met haar chauffeur Andrew een weekje door Sri Lanka. Het klikt enorm goed met deze Française. De rit naar Kandy duurt een kleine 3 uur, onderweg stoppen we om verse kokosnoot te drinken en foto’s te maken. En we besluiten met haar mee te gaan naar het hotel dat zij al heeft geboekt in Kandy, omdat we het zo gezellig hebben met z’n drietjes. In Kandy gaan we direct door naar Tempel van de Tand, met de zogenaamde tand van Boeddha. Een paar keer per dag zijn hier ceremonies en komen er honderden mensen bijeen. Maar niet als wij er zijn, waardoor we op ons gemak de tempel kunnen bekijken. En eerlijk gezegd ben ik niet zo onder de indruk. Ik heb, denk ik, al te veel boeddhistische tempel en stupas etc. gezien (in Tibet, Thailand, Nepal), die ik indrukwekkender vond. Hier komt het wat kitscherig over. Wat ook jammer is dat ik de tip van Lock en Janneke over sokken meenemen nu pas herinner. Het is niet normaal hoe kokend heet de stenen zijn waar we met onze blote voeten over heen moeten lopen!  's Avonds gaan we naar de markt. Alle drie moeten we ook echt wat hebben, dus we lopen redelijk doelgericht rond. We kunnen natuurlijk niet ongemerkt de markt over. Drie Westerse dames, dat trekt wel de aandacht en iedereen wil ons wat verkopen. Met onze neuzen dicht schieten we heel snel langs het ‘vlees’deel van de markt. In afvalbakken liggen de afgekloven koppen van ..ja, wat was het eigenlijk..koeien? Brrr. Snel naar het fruitdeel. Lonneke en Geraldine scoren nog mooi textiel bij de stoffenverkopers.


Theetrein
De Française wil graag Adams Peak beklimmen, maar wij zijn wel even klaar met klimmen en nemen de volgende ochtend de trein naar Ella. We spreken af haar daar over twee dagen weer te zien. De treinreis is 6 uur lang prachtig. In de 2e klasse zitten vooral backpackers. Derde klasse vonden we iets te ‘local’ en in de 1e klas zitten de ‘georganiseerde reizigers’, in de airco, maar waar de ramen niet open kunnen. Wij kunnen uit het raam hangen om prachtige foto’s te maken van het
groene landschap en zelf de deur naar buiten op het balkon is open en ook daar kunnen we eruit hangen. We rijden in het bergachtige deel van Sri Lanka en zien vooral heel veel theestruiken. Hilariteit alom als een Duitser na 4,5 uur vraagt: Excuses me, but is this tea? Ja, lieve schat daar kijken we al een tijdje tegenaan en is ook de reden waarom deze trein vol zit met toeristen, omdat het zo’n mooi ritje is door de theeplantages! Tegen de tijd dat we in Ella aankomen is het donker en regent het verschrikkelijk hard. De bekende chaos op het station met ‘mannetjes’ en tuk tuks komt ons tegemoet. Maar wij zijn niet over te halen en weten dat er een hotel vlakbij het station is. Wij gaan lopen… Ons wordt een weggetje gewezen, steil naar beneden, een geitenpaadje, meer is het niet. In het donker dus en in de zeikregen glibberen we op onze slippertjes het paadje af, bijschijnend met het licht van de telefoon, en elkaar heel goed vasthoudend. We voelen ons enorm avontuurlijk hahaha. Het hotel is niet 1,2,3, te vinden en we bellen, als twee verzopen katjes, aan bij het eerste de beste dat we wel tegenkomen. Gelukkig, er is plek. En we kunnen zelfs nog wat te eten krijgen. Heerlijk rice and curry! 

Later op de avond wordt het droog en gaan we op onderzoek uit in het dorpje Ella. Dit ziet er uit als backpackers paradise. Heel veel restaurantjes, winkeltjes, en zo belanden we al snel in de leukste kroeg van Ella. Pina colada please! Op een gegeven moment begint het barpersoneel de boel achter ons af te sluiten en blijven we met een klein groepje achter in het voorste deel van de bar. De barmannen vertrekken zelfs en laten ons achter. Dat kan hier blijkbaar. Grappig detail dat dan pas blijkt dat we allemaal uit Nederland komen.
Pauwenoverdosis
Okay, Adams Peak beklimmen vonden we iets te veel van het goede, maar hier in Ella kun je Little Adams Peak beklimmen. Een tripje van twee uurtjes omhoog. Dat kunnen we wel aan. Een prachtig uitzicht is onze beloning. Die kuitjes van mij worden nog eens echt gespierd zo! Eenmaal beneden lopen we nog door naar een theefabriek. Het is leuk te zien hoe ze de thee maken (drogen, wringen, nog een keer drogen, filteren op grootte), maar het meisje dat ons rondleidt heeft er niet veel zin in, spreekt slecht Engels en wil ons vooral thee verkopen. 's Avonds arriveert ‘onze petite’ Frans vriendinnetje ook in Ella. Uiteraard nemen we haar mee naar de leuke kroeg van gisterenavond..
Omdat het nog steeds zo goed klikt, reizen we de dag erna verder met haar en haar chauffeur, richting het Udawalawe National Park.
Na de lunch bestijgen we de grote Jeep waarmee we op safari gaan. Niks netjes zitten op de stoelen met een gordel om (zoals we andere, hele brave, toeristen zien doen), wij staan als echt rangers op de stoelen zodat we goed de dieren in het landschap kunnen spotten. Hotsend en schuddend rijden we door het National Park, op zoek naar olifanten. Zoals wel vaker op dit soort safari’s wordt er bij elk vogeltje gestopt en moeten we van de ranger ernaar kijken. Ook stikt het hier van de pauwen. De eerste 4 zijn nog leuk, daarna worden we pauwmoe. En worden er zelfs erg melig van. De peacock grappen vliegen door de lucht. Gelukkig zien we ook olifanten. Echt avontuurlijk wordt het als we met de wagen vast komen te zitten in een moeras, Mijn eerste reactie: ik ga NIET duwen. Er zitten hier 'kokodrillo's'! Gelukkig is de chauffeur handig en komen we uiteidenlijk met veel kabaal los. Pfieuw! 
De dag erna rijden we naar de kust, naar Unawatuna. De Française heeft hier ook al een hotel geboekt en wij delen weer de kamer. Het is een prachtig locatie, op 2 minuten lopen van het strand. We besluiten na de lunch eerst het dorpje te verkennen. Hier zijn ze berekend op toeristen en er zijn talloze winkeltjes die inspireren om ons geld uit te geven aan souvenirtjes. Het is duidelijk nog maar het begin van het drukke seizoen, want afdingen lukt hier voor geen meter.


Met veel moeite praten we er een paar centen vanaf, maar meer zit er echt niet in. Van deze verhitte discussies moeten we echt afkoelen, een duik in de Indische Oceaan helpt dan zeker (een beetje eigenlijk maar, het water is heel warm). Het is de laatste avond van de Française en we sluiten in stijl af met een diner op het strand en een wild stapavondje in Unawatuna. De details besparen we de lezer, maar in de kern kwam het neer op biertjes drinken, dansjes dansen en hele intelligente gesprekken voeren met andere reizigers J.
Nu echt vakantie

Lonneke en ik zeggen de volgende dag onze lieve vriendin Geraldine gedag en gaan nu ook in de chill stand. We hebben een hoop gedaan de afgelopen dagen en hier aan het strand kan de vakantie echt beginnen. Ligbedje, beetje zwemmen. Af en toe een regenbui incasseren. Maar het gaat toch weer kriebelen en we regelen een dag later een tuk tuk naar Galle. In dit stadje zijn veel overblijfselen van de Nederlandse periode in Sri Lanka. Een Dutch fort, Dutch hospital, een ingenieus watersysteem, Nederlandse straatnamen, een kerkhof met Nederlandse namen. Bovendien is dit fortgebied ook nog eens heel goed bewaard gebleven en we vermaken ons hier een paar uurtjes prima. 

Unawatuna en vooral het hotel beginnen ons uiteindelijk te vervelen (of eigenlijk irriteren), dus we besluiten een stuk terug langs de kust te gaan, daar waar gesurft kan worden. We vinden een heel tof hotel aan zee, in Weligama, met boardverhuur, de beste golven voor de deur, een mooi strand met strandstoelen voor mij en een hele relaxte surfscene. Binnen de kortste tijd hebben we leuke nieuwe mensen ontmoet, met wie we het nachtleven van Mirissa, een dorp verderop, ontdekken. Deze plek heeft het ultieme vakantiegevoel. En terwijl Lonneke zich uitslooft als surfchickie, ga ik naar een ayurvedische massage, doe ik een kookcursus en kijk ik naar surfende mensen. Geen straf he.


We belanden nog een avond op een Indiaas bruiloftsfeest met veel champagne en rode wijn, we dansen met lokalen en andere surfers op een wild strandfeestje en willen eigenlijk niet meer weg hier. Dus als de dag aanbreekt dat we terug moeten naar het vliegveld, zitten we tot de laatste minuut met onze voeten in het zand. Een taxi brengt ons in een kleine drie uur naar Colombo en dan is het voorbij. Is Sri Lanka een aanrader? Jazeker, als je een relaxte, afwisselende reis wilt maken. Het is overzichtelijk, er is goede infrastructuur, het weer is heerlijk, fantastisch eten, het is schoon en duizend maal minder chaotisch dan India. Wij hadden niet heel veel tijd (16 dagen), dus hebben maar een deel van het land gezien. Maar wat we hebben gezien, heeft ons zeker ‘gepleased’. Het leuke reisgezelschap van Lonneke heeft daar zeker aan bijgedragen. Thanks lieve Lon voor het lachen!

donderdag 4 december 2014

Cuba, waar ik mijn dansschoenen kapot danste


Je moet gaan zolang Castro nog leeft! Die zin hoorde ik vijftien jaar geleden al. Maar ik ben er nu achter dat als hij of zijn broer dood gaat, er vanzelf een andere leider het systeem overneemt. Ondanks dat de Amerikanen de banden nu aan het herstellen zijn. De Cubanen zelf geloven er in ieder geval absoluut niet in dat het systeem ‘valt’ bij de dood van de Castro broers.
Sterker nog, de man die me kaartjes verkoopt op het busstation is erg uitgesproken. Hij probeert mijn kaartjes te printen met een oude Epson printer. Je weet wel, met van dat papier met die gaatjes aan de zijkanten. Het ding loopt steeds vast. Ik ben geduldig, maar hij barst bijna uit elkaar van frustratie. Hij valt uit, niet tegen mij, maar tegen het systeem. “I fucking hate this system. Nothing works in my country. I am stuck here. I have no chances. Nothing is ever gonna change here, Ever.. I hate this so much.” Hij kijkt me er indringend bij aan. Je zo uitlaten is niet echt ‘handig’ in een land waar mensen altijd mee luisteren. Toch grijpt hij zijn kans. Ik zeg dat het me erg spijt voor hem. Na nog wat gevloek op de grote leider, is de printer ook weer werkend en krijg ik mijn kaartjes. Hij zegt nog sorry tegen me en gaat gefrustreerd verder met zijn werk. Cuba is een vakantieland. Met prachtige stranden, perfect mooie blauwe zee, de zon schijnt er volop. Er is geweldige muziek, de mojitos en de cuba libres zijn heerlijk. Tot zo ver niets aan de hand. Als je aan de oppervlakte blijft in dit land, waan je je in het ideale vakantieplaatje. Je kunt in een resort met een bandje om je pols je twee weken vol eten en drinken en je komt dan lekker bruin thuis. Maar dit land heeft een extra laag. De kaartjesverkoper op het busstation is een voorbeeld van dat ‘laagje’.


Op de bonnefooi
We hebben twee weken op de bonnefooi door Cuba gereisd. Een ticket Havana en verder zien we wel, was het idee. We waren redelijk onvoorbereid. Ik had gewoon geen tijd gehad om ook maar iets te lezen vooraf. Twee bikini’s, wat uitgaansjurkjes en mijn dansschoenen. Dat waren de belangrijkste items in mijn rugzak. Kim was beter voorbereid, zij had een koffer mee met heel veel spulletjes voor mensen daar. Schoenen, kleding, cosmetica. We komen laat in de avond aan in Havana. We worden opgehaald en rijden naar onze casa in zo’n oude klassieke auto. Hilarisch vinden we het. Want zo’n oude auto die nog rijdt! Waanzinnig! Diezelfde auto blijkt de volgende dag in daglicht één van de mooiste exemplaren te zijn die we zullen tegenkomen tijdens onze reis…..

Propaganda in plaats van reclame
Na een top ontbijt in onze casa particular proberen we een taxi collectivo te nemen naar het historisch centrum. Dat is de taxi voor de lokale bevolking. Niet iets wat heel makkelijk is. We steken de straat wel 6 keer over, want we worden van de ene naar de andere kant verwezen. Is het raar dat twee turistas met lichte haartjes in zo’n deeltaxi willen? Hoe weten we welke we moeten hebben, en waar we eruit moeten? Mijn Spaans is een stuk roestiger dan dat van Kim. Maar we zijn allebei niet voor één gat te vangen, en redden ons uiteindelijk toch weer prima. De taxi valt echt bijna uit elkaar. Uit de blikken boxen knalt keiharde latin muziek. Zo komen we wel in de juiste stemming. Wat opvalt? Winkels zijn vrijwel leeg. Oude spullen. Of wat Chinese rommel. Er isbgeen reclame, zijn geen advertentieborden op straat, wel heel veel propaganda over de revolutie. Verval, maar veel ernstiger dan alleen wat achterstallig onderhoud. Echt verval. Je ziet dat het ooit mooie gebouwen geweest zijn.  Het zijn wel fotogenieke plaatjes. De lege straten (ik bedoel zonder auto’s, in NL staan straten vol met auto’s. Hier zie je af en toe een auto). En mensen die lopen. Navraag leert ons dat fietsen heel duur zijn in de aanschaf, als ze al te koop zijn. Prive auto’s zijn er nauwelijks, taxi/bussen kosten geld, dus loopt men.

Dansen dansen dansen
Onze route door Cuba is ietwat willekeurig. We willen van alles, maar hebben geen auto gehuurd. Lange busreizen zijn een beetje zonde van onze korte tijd hier. We besluiten: Trinidad wordt het, maar waarom niet eerst via Cienfuegos? We zien wel of daar wat te doen is. En of! We komen er aan op een maandag. En in de avond is de nightclub afgeladen. Reden? Vieren dat het weekend voorbij is. We leren snel hier :-) Als ik over mijn eerste schaamte heen ben (kan ik het wel?), ga ik los op salsa, merenque, bachata en het wat ‘ordinairdere’ reggeaton.  Cienfuegos is niet super toeristisch. Als we de volgende dag naar het strand gaan (15 km verderop) worden we herkend door de life guard.  Die was blijkbaar ook in de disco vannacht. We raken op straat vaak aan de praat met mensen die iets van ons willen. Shampoo, kleding, schoenen. Geld wordt ons niet gevraagd, waarschijnlijk omdat je met het geld toch niets kan kopen, aangezien er nauwelijks iets te koop is.

We vermaken ons prima in Cienfuegos, maar gaan toch na een paar dagen met de bus naar Trinidad. Aha, hier zitten dus alle toeristen!  Busladingen vol Duitse 60-plussers. We hebben er een fijne casa (de staatshotels laten we aan ons voorbij gaan), en vermaken ons weer prima met dansen bij de Casa de Musica, de grotdisco, het stadje verkennen en het strand. Hier doen we ook een poging tot internetten, het ís er namelijk wel in Cuba, alleen duur en traag. En voor Cubanen dus al helemaal niet te betalen. Sowieso is geld een rare kwestie hier. Voor ons is er de CUC, Cubanen betalen met een andere valuta. Dat is vooral verwarrend als je ergens bent waar prijzen alleen in hun valuta staan, zoals een markt. Of als je wel wisselgeld krijgt in pesos. Ik ben niet goed met getallen en rekenen, dus ik laat de portemonnee aan Kim over. Mijn taak is de route, de planning etc. Na Trinidad plan ik dus een prive taxi naar Santa Clara. Trinidad was geweldig, maar er is meer te ontdekken. Onze casa in Trinidad regelt een casa in Santa Clara. Hier blijven we ook een paar dagen. Hier is o.a. het mausoleum van Che Guevara te bekijken.

Omdenken
Hoewel we het idee hebben het land een klein beetje door te hebben, hebben we nog zo veel vragen. Dit land is echt niet zo maar te doorgronden, alleen al vanwege het totale andere systeem. Wij hebben toch onze kapitalitische opvoeding mee gekregen, hier moeten we 'omdenken'.  We raken er in ieder geval niet over uitgepraat, met elkaar, maar ook niet met de mensen die we ontmoeten.

Rode draad van onze vakantie is de muziek. Ik hoor zoveel geweldige muziek, dat ik steeds aan mensen vraag  om me de naam van de artiest en het liedje te vertellen. Zo leer ik El Tubazo, een liedje wat elke avond wel een paar keer voorbij komt in de discotheca. Mijn salsa gaat ook steeds beter, ik ben al lang voorbij het gevoel van schaamte en snap nu ook echt pas wat mijn dansleraar in Nederland bedoelde met "je laten leiden". Want leiden kunnen deze danspartners wel! We dansen elke avond, mijn schoentjes zijn bijna versleten! We eindigen onze trip in Varadero, achteraf gezien niet de juiste keuze, maar dan weten we dat voor de volgende keer. Hollands als we zijn huren we fietsen en rijden wat rond langs grote resorts vol met Canadezen en Russen. Nee, dit is niet 'the place to be', maar de zon schijnt, het strand is wit en het water blauw. En net als op alle andere plekken in Cuba, de cuba libre smaakt fantastisch.

Sinds we terug zijn in Nederland was Cuba veel in het nieuws (of het viel me gewoon meer op), want er worden grote stappen gezet. De Amerikaanse ambassade is heropend bijvoorbeeld. Er gaan steeds meer mensen naar Cuba toe op vakantie. Dat het gaat veranderen is een feit, Ik hoop alleen dat de mensen niet hun levensvreugde verliezen, want die is aanstekelijk en werkte nog lang na bij Kim en mij. Kim, dank je wel voor dit mooie avontuur! We waren een geweldig stel samen. Ik vermoed dat het dan ook niet bij dit ene tripje blijft....