maandag 28 december 2009

Kerst in bus, Birmese stad en Thaise metropool

Dag 422 tm 425, 25 tm 28 december 2009, Naar Yangon en terug naar Bangkok

Dat was een slimme zet, die twee busstoelen per persoon. Want de bus zit propvol en de ruimte per stoel is beperkt. En uiteindelijk is de rit geen 20 uur, maar slechts 15 uur. Onderweg zijn we ineens over een lege zesbaansweg (ik ben al uren wakker deze nacht, want slapen lukt niet echt) die volledig verlicht is met straatlantaarns. We rijden nu langs de nieuwe hoofdstad van Birma die de regering in een vlaag van verstandsverbijstering uit de grond heeft gestampt. Deze stad ligt in een droge, kale omgeving en niemand snapt waarom Yangon niet meer de officiële hoofdstad is. Hoewel dat het natuurlijk nog wel is voor alle andere mensen. Laten we het houden op een misplaatst prestigeproject dat miljoenen heeft gekost en wat beter besteed had kunnen worden aan het bestrijden van de schrijnende armoede in dit land.

In Yangon komen we aan op Eerste Kerstdag, maar een kerstfeest is er niet echt. Ach, met een bordje fried prawn fantaseren we de kerstsfeer er wel bij. Tweede Kerstdag in de ochtend vliegen we terug naar Thailand, Bangkok. Met en beetje weemoedig gevoel. We waren graag nog wat langer in Birma gebleven. Ik weet zeker dat we hier nog een keer terugkomen. Okay, het is een land met een gebruiksaanwijzing en je moet zorgvuldig voor jezelf de afweging maken of je wel naar een land wilt dat al jaren en jaren wordt 'bestuurd' door een militaire dictatuur. Maar wij kozen ervoor om te gaan. Om vooral de lieve mensen in dit land te laten weten dat ze niet vergeten zijn. En ook omdat we met ons geld de mensen een klein beetje hebben kunnen helpen. We hebben heel bewust zo veel mogelijk vermeden dat ons geld direct de uitpuilende portemonnee van de regering vult. Elke keer slapen in private guesthouses, rijden met lokaal vervoer, eten in familierestaurantjes. En we hebben veel meer dan ooit souvenirtjes gekocht, omdat we het de mensen hier zo ontzettend gunden.

In geen enkel land tijdens deze reis heb ik zo vaak met tranen in mijn ogen genoten van de vriendelijkheid van de mensen en tegelijkertijd met pijn in mijn hart gezien hoe zwaar het leven hier is. En dan krijg je als toerist nog helemaal niets mee van de strafkampen van de politieke gevangenen, de ijzeren controle op de mensen, de angst voor hun leven als ze willen protesteren. Daarom met recht een land met gebruiksaanwijzing, maar laat je er niet van weerhouden hier heen te gaan. En als je gaat, ga alsjeblieft niet alleen naar de vier highlights van dit land (Yangon, Madalay, Bagan en Inle Lake), maar ga juist naar de kleine dorpjes onderweg. Daar leer je het echte leven kennen en je zult met open armen worden ontvangen als een nieuwe vriend.

Over vrienden gesproken; eentje ligt in een ziekenhuisbed in Bangkok en de ander ligt er op de slaapbank naast. Al ruim twee weken lang zijn Jeroen en Annemarie, onze reismaatjes, in het ziekenhuis na het zeer ernstige ongeval van Jeroen in Laos. Zodra we aankomen in Bangkok op Tweede Kerstdag rijden we na onze vlucht vanuit Birma direct naar het ziekenhuis toe om ze weer een dikke knuffel te kunnen geven. Jeroen kan niets zelf (hoewel er met zijn mond niets mis is hahaha). Hij heeft inmiddels een corset en kan een beetje rechtop zitten, maar lopen of staan is er de komende maanden nog niet bij. Arm jochie!! Hopelijk hebben we met onze bezoeken deze dagen hun verblijf hier iets draaglijker gemaakt. We pendelen tussen Khoasan Road en het ziekenhuis en nemen Annemarie nog een avond mee op stap. Dat heeft die meid wel verdiend!!

En dan is het 's avonds tijd om afscheid te nemen, want wij hebben onze vlucht naar Jakarta en het goede nieuws is dat vier uurtje later Jeroen en Annemarie en een Nederlandse verpleger het vliegtuig naar Nederland nemen. Eindelijk mag hij worden vervoerd. Schatjes, veel sterkte in het koude Nederland!!

In Jakarta staan twee uitzinnige oudertjes druk zwaaiend ons op te wachten!!! Ik heb ze elf maanden niet gezien (ze hebben nog een maandje met ons meegereisd in Peru en Bolivia in februari, weet u nog??). Het weerzien is heerlijk!! Naast hun staat Jantje, een Indonesische gids die zich de komende weken over ons ontfermt. We zijn in ons laatste land van deze reis. O, ja, en het goede nieuws is dat we ons huis weer hebben verhuurd tot 1 maart. Dat levert ons in ieder geval geld op om tickets naar...ahum..huis te kopen. Maar zover is het nog niet. Ik ga in de relaxstand en laat me door Jantje naar ons hotel rijden. Selamat datang in Indonesia!

Nog één laatste ding; de foto's van Birma staan online op ons Flickr account; kijk maar hier: http://www.flickr.com/photos/ikhebhetwelgezien/collections/72157622952561649/

donderdag 24 december 2009

Intens Inle Lake

Dag 416 tm 421, 19 tm 24 december 2009, Inle Lake

Zes dagen bij een meer? Nou, dat moet dan wel een heel bijzonder meer zijn! En dat is het ook. Zelden hebben we zo'n interessante plas met water gezien. Inle Lake is een wereld op zich. Een wereld die je niet mag missen als je in Birma bent.



Het meer van Inle kent geen duidelijke definitie. Het is dan weer een moeras, dan een wetland, dan weer stukken droog land. Het meer wordt omgeven door bergen. Er zijn kanalen, rivieren, dorpen, tempels, kloosters en drijvende groentevelden. Vissers die met hun benen roeien, lokale markten op het water en op ouderwetse wijze wordt ijzer gesmeden en karrenwielen gemaakt. En dat bevindt zich allemaal op en rond dit meer. De enige manier om dit alles te bekijken is dan ook per boot.



Onze billen doen nog zeer van de twee dagen in de bus, dus de eerste dag doen we even helemaal niets anders dan het dorpje verkennen. Nyaungshwe zou dan toeristisch zijn, maar het aantal toeristen lijkt er zichtbaar niet meer dan 20 te zijn. Als we langs het kanaal lopen spreekt een man ons aan. Hij heeft een boot, spreekt goed Engels en stelt een leuke boottocht voor voor de volgende dag. Geregeld, met hem gaan we voor 12 euro de hele dag varen, geen geld toch!



Het is nog best koud als we 's ochtends in de boot zitten. Best koud? Behoorlijk koud zelfs. Hier in de bergen koelt het enorm af 's nachts. Het verschil tussen dag en nacht is ruim 20 graden. Tuurlijk, in Nederland is het echt koud :-), maar het temperatuurverschil is niet zo groot en hier is geen centrale verwarming. Hier moet je het doen met handschoenen; die we niet bij ons hebben, mutsen; tja, ook niet. In de boot plaatsen we de paraplu voor ons zodat dit de koude wind een beetje weg houdt. We moeten een heel stuk varen vandaag om een lokale markt te bezoeken. We weten niet wat we kunnen verwachten en wat we zien is buiten alle verwachtingen die je kunt hebben.



Overal liggen bootjes aangemeerd en staan de ossenkarren klaar om de gekochte goederen in de boot te laden. We klauteren door de bagger richting vaster land en komen aan op de markt. En we zijn ongeveer 100 jaar terug in de tijd. Een messenmaker die op kooltjes het ijzer smeedt. Manden vol met paddestoelen, tomaten, bonen. Schalen met tofu. Een kraam die rieten matten verkoopt. Manden van bamboe. Het is een stoffige bende, zeker als er weer een ossenkar langs trekt. Er zijn ook teashops, piepkleine restaurantjes, stalletjes met beetlenut en een kapper. Maar het leukste zijn zoals altijd de mensen, die naar ons lachen en ons uitlachen als we moeten bukken om onder de plastic zeilen van de kramen door te lopen.



Na de markt varen we langs de dorpjes IN het meer. De huizen staan op palen, soms op een stukje droog gemaakt land, maar meestal is over het water de enige manier om van het ene hutje naar het volgende huis te komen. Vrouwen doen de was op een vlonder en mensen gebruiken het water voor hun deur als badkamer. Het is een drukte van belang op het water met kano's die spullen en mensen vervoeren. We kijken onze ogen uit, want het is soms net een openluchtmuseum. Eén dorp is gespecialiseerd in pottenbakken. Op een schijf die ze met één hand draait, maakt de vrouw dekseltjes en potjes. In een grote bakoven in de grond verhardt de klei.



Een ander dorp is bekend om de handweverijen. Het garen komt uit de stam van de lotusbloem; ragfijn draad dat zorgvuldig tot prachtige ontwerpen wordt geweven. Een strijkbout op kooltjes verwijdert kreukels. En dan zijn we bij een plek waar de cherootsigaren gedraaid worden. Tabak met een mengels van honing, banaan, anijs, gember en limoen. De productie is 500 per dag per werkneemster. Eén sigaar kost 20 kyat, dus 0,015 eurocent. Een stukje verder varen zien we rijstkroepoek drogen in de zon, tientallen grote witte schijven hangen aan touwtjes boven het water. Op het water zijn drijvende tuinbouwgebieden, waar je met een kleine kano doorheen gaat om de oogst binnen te halen.





Al deze 'ambachten' worden niet getoond, omdat het iets nostalgisch is van vroeger, maar omdat dit gewoon het leven is anno 2009. Duizenden mensen leven in dit gebied, onder primitieve omstandigheden, maar in een prachtige omgeving. Een paar kloosters en tempels (juist, ...op het water) bieden de mensen de gelegenheid te bidden voor een beter leven na de dood. Het zijn niet alleen de jongens die het klooster in gaan. We zijn op het water getuige als een boot komt aangevaren met daarin een familie die hun jonge dochter naar de tempel brengt voor de ordinatie tot non. Een unieke gebeurtenis en we hebben weer geluk dat we het zien! En ja, bij deze meiden moet ook gewoon het haar eraf. Dat verklaart ook wel dat veel jonge meisjes nog niet het super lange haar – 1 tot soms wel 1,5 meter – hebben wat je bij de oudere generaties ziet.



Als je denkt dat je het wel gezien hebt.. mooi niet! We bezoeken nog een klooster waar de monikken de katten kunstjes hebben geleerd en zien een zilversmid prachtige zilveren visjes maken. We weerstaan de laatste verkooptrucjes en sluiten af bij een winkel waar Padau vrouwen zijn. Misschien gaat bij de naam van de stam geen belletje rinkelen maar de naam Long Necks zegt wellicht meer. Deze vrouwen doen bronzen ringen om hun nek om daarmee hun schouders naar beneden te drukken. Dit is eigenlijk een oude traditie om de vrouwen onaantrekkelijk te maken voor vijandige stammen. Nu wordt het gebruikt als toeristenatractie en de omstandigheden waaronder deze vrouwen leven zijn gelijk aan slavernij. We werden er eigenlijk een beetje onpasselijk van en zijn snel weer door gevaren. Sorry, geen foto's dus, we willen juist niet dat dit in stand wordt gehouden!



Na een mooie zonsondergang keren we terug naar ons Teakwood Hotel en nemen een warme douche, want het is ondertussen al weer flink afgekoeld. We hebben de smaak wel te pakken en spreken met onze bootman af dat we over twee dagen weer het meer op willen, dan om nog andere mooie plekjes te ontdekken.



Vandaag gaan we even lekker de benen strekken. We wandelen het dorp uit naar een oud teakhouten klooster. We zijn duidelijk niet de enige toeristen, want er lopen meer amateur fotografen dan monniken. Beetje jammer en we besluiten maar weer terug te wandelen en de meer afgelegen stukken van het dorpje te bezoeken. Ondertussen worden we links en rechts ingehaald door taxibusjes afgeladen met goederen en locals. Hoe beklemd ze ook zitten op, in of achter de taxi, er is altijd wel plaats om te zwaaien en 'Hello, Hello, where you going' te schreeuwen.



In het dorpje zien we weer prachtige plaatjes. Kinderen die ons tegemoet rennen en om aandacht schreeuwen. Nonnetjes die hun bedelronde doen en uiteraard de immense hoeveelheid pagode's. Het meer en zijn omgeving is één groot fotogenieke leefomgeving waar het gewoon heerlijk is om rond te wandelen en mensen te kijken.



We zitten met een dilemma vandaag; bedenken hoe we van hier naar Yangon teruggaan. We hebben gelukkig niet veel opties. Optie 1 is met het vliegtuig, kosten 170 euro en duur slechts een uurtje of optie 2, met de bus, met 15 euro heel veel goedkoper maar wel 16 tot 20 uur in een bus met airconditioning die de reputatie heeft op standje vrieskist te staan. We komen er maar niet uit totdat we een mooie ingeving krijgen. Het is immers bijna Kerstmis! We kopen gewoon vier (!!) buskaartjes zodat we in ieder geval allebei genoeg ruimte hebben om te zitten met onze lange stelten en doneren het verschil tussen de bus en het vliegtuig bij een lokaal weeshuis. We zijn het er snel over eens dat dit de oplossing is die ons het meest bevredigt. Nadat we de buskaartjes hebben geregeld stappen we op de fiets en rijden 10 kilometer het dorpje uit naar het weeshuis.



Het dorpje waar het weeshuis is ligt deels op het land en deels in het water. Via een 500 meter lange houten brug loop je naar een vlonder waar je verder kunt met de kleine bootjes. We kletsen daar wat met de kinderen die net aan komen lopen uit school. Eén voor één worden ze opgehaald door familie en peddelen ze richting hun huisje.



We moeten nu nog opschieten, want we willen voor het donker terug zijn en we moeten het weeshuis (girls orpanage in Inle Lake) nog bezoeken. Vijf minuten fietsen en we zien de school en leefruimte van het weeshuis. Als we worden uitgenodigd in het kantoor van de schooljuf zien we al weer iets herkenbaars. Ja hoor, ook hier zijn weer Hollanders geweest. Het weeshuis is gefinancierd met Nederlandse middelen en er hangen overal foto's van donateurs.

Voordat we er aan toekomen om onze donatie te doen worden we uitgenodigd in de klas. In totaal wonen hier 58 jonge meiden in de leeftijd tussen 6 en 18 jaar. Ze krijgen les zoals op alle scholen, maar ook leren ze vaardigheden zodat ze op eigen benen kunnen staan. Sommige leren weven, andere krijgen computerles en de slimme meiden worden klaargestoomd voor de universiteit. De hele groep zingt de longen uit het lijf bij de kerstliedjes. Tussendoor stellen ze ons vragen en introduceren een paar meiden zich. En dan wordt vriendelijk gevraagd of wij ook willen zingen. Geen probleem, samen zingen we twee liedjes uit het Leave repertoire wat met een daverend applaus wordt ontvangen. Als ze ons vragen of we ook iets van Westlife kennen haken we af. Dan doen zij nog één liedje van Westlife, ach, ze hadden niet kunnen weten dat het eigenlijk van Abba is.



Keihard fietsen we weer terug naar het dorp, want het lukte ons maar niet weg te komen bij het weeshuis. Het is ondertussen al weer lekker afgekoeld en het is een race tussen ons en de muggen die bij zonsondergang weer op komen draven.



De laatste dag alweer bij het prachtige Inle lake. Wat zouden we hier lang kunnen blijven. We gaan nog een laatste rit met de boot maken en bezoeken een grotere markt en een gebied met duizenden oude pagoda's. Ook maken we een feestje van een klooster mee, waarbij aan monniken eten wordt uitgedeeld.

Morgen gaan we met de bus naar Yangon en dan vliegen we naar Bangkok. Eerste wat we doen is op Tweede Kerstdag Jeroen opzoeken in het ziekenhuis (Ja, daar ligt hij nog steeds). En we beloven dat we als een gek ALLE foto's zullen uploaden voordat we naar Indonesië vliegen om Arie en Joke te zien. Want zij zijn ondertussen ook al weer twee maanden door Azië aan het backpacken en met hun en zus Larissa en vriend Martijn gaan we hun 40-jarig huwelijk vieren. We kijken er erg naar uit!

Maar vlak voordat we Inle lake verlaten, nemen we op 24 december in plaats van een kerstdiner een kerstlunch. Buiten, als we teruglopen naar het hotel om onze tas te halen, rent er vanuit een gammel hutje een jongetje van een jaar op zes op me af. In zijn handje heeft 'ie wat bloemen die hij me met een grote lach in mijn handen drukt. “Bye Bye”, roept hij. Dit is een prachtig einde van ons verblijf hier én een mooi kerstkadootje!

dinsdag 22 december 2009

Velly Melly Chlistmus



Lieve allemaal,

Het is alweer onze tweede Kerst dat we niet in Nederland zijn (en weer is het koud en sneeuwt het bij jullie!!!. Wij moeten het doen met een hoop stof en warmere temperaturen, want Kerst kennen ze niet in dit land. Dat was vorig jaar in Panama wel anders. Sterker nog, op kerstavond stappen wij in de nachtbus van 20 uur terug naar de hoofdstad Yangon. Vrolijk kerstfeest in de bus dus. Vliegtuig had ook gekund, maar het geld wat we nu besparen brengen we straks naar het plaatselijke weeshuis. Velly Melly Chlistmus!!!!

Wij wensen jullie allemaal geweldige dagen toe! Geniet van elkaars gezelschap, lekker eten, gezelligheid en vrije tijd.

Liefs

Mascha en Edwin

vrijdag 18 december 2009

VIP bus - Very Impossible Position

Dag 414 en 415, 17 en 18 december, van Hsipaw naar Meiktila naar Nyaungshwe (Inle Lake)

Okee, verliefd zijn op dit land is makkelijk. De mensen maken het een geweldige bestemming. Maar (oh jee, is er is een 'maar'???) bereid je wel voor op soms ietwat ..hoe zal ik het zeggen.. ietwat andere omstandigheden. De wegen zijn verschrikkelijk slecht. Vol gaten, stenen en heel erg stoffig. En als de wegen wel een beetje okay zijn, dan zijn de bussen weer van het soort dat bijna uit elkaar valt. De meeste bussen zijn Chinese afdankertjes. Mensen vervoeren is bijzaak, de bussen transporteren voornamelijk dozen, zakken, kisten en tassen. Daartussen worden dan mensen gestopt en 'vol is niet vol'. Er kan dus nog altijd iemand bij, of op het dak of bij mij op schoot.

Onze bestemming is vandaag terug naar Mandalay, maar het is niet ons einddoel. We proberen in één keer door te reizen naar Thazi. Dat we lekker vroeg vertrokken zijn, maakt ons alleen maar hoopvoller dat we de aansluiting gaan maken. Maar Birma zal Birma niet zijn als er wel weer iets onze plannen in de war schopt. In het plaatsje Pyin U Lwin, dat op twee uur rijden van Mandalay ligt, is een militaire school en vandaag krijgen de verse soldaten hun diploma. En omdat daar de generaals bij aanwezig zijn, is het dorp tijdelijk gesloten. Oponthoud van één uur voor ons. Eindelijk in Mandalay komen we aan op een ander busstation dan verwacht en moeten we dus snel een taxi regelen naar het andere busstation.



Birma zal Birma niet zijn als er eerst nog even een familie naar huis wordt gereden. Oponthoud van één uur voor ons. En we hebben nog steeds niets gegeten! De vrouw in de taxi (zo'n gekke blauwe, waarvan we eerder nog riepen dat we daar nooit in zouden gaan, zie blog 'Goud en Chapati's in Mandalay) geeft ons gelukkig een appel.
De bus naar Thazi kunnen we pas pakken in Meiktila, dus daar eerst dan maar heen. We worden omringd door een stuk of twintig jonge mannen die allemaal heel druk bezig zijn om met elkaar schreeuwend te bepalen waar wij in het busje moeten zitten en wat we daar dan voor moeten betalen. 'Five thousand' roepen ze en we krijgen een plek waar we niet eens passen met onze benen. Achter de chauffeur op een soort verhoging, waardoor de benen in een onaangename knik vast komen te zitten, maar goed, het moet maar. Edwin krijgt de prijs naar beneden tot 3500 kyat. Na nog geen vijf minuten rijden, slapen allebei mijn benen en branden mijn billen van de ongelukkige houding op het schuimrubberen kippenleer van de gescheurde zitting. Mijn buurman's dij drukt in mijn dij, de vrouw voor me leunt tegen mijn knie en de man achter me staart onafgebroken naar mijn decolleté. Kortom, ik heb echt een VIPplekje.

De rit is drie uur – we hebben er al acht uur opzitten – en Thazi is een onhaalbare zaak geworden als we in de schemer Meiktila bereiken. Achter op een brommertje, die tot drie keer toe snoeihard in de ankers moet om te voorkomen dat we tegen een vrachtwagen opbotsen, bereiken we het hotel. Vervolgens betalen we daar maar liefst 20 dollar voor een cel waar de beetlenutfluimen tegen de muur zitten en de elektriciteit (dus het licht) om de haverklap uitvalt. De douche is koud, het matras slap en het kussen keihard, maar ik val als een blok in slaap. Etappe één zit er op.



Etappe twee gaat van Meiktila naar Thazi en vanaf daar naar Nyaungshwe (Inle Lake). Na een ontbijt van flubberig ei en taai zoet witbrood worden we om half 7 in de ochtendkou op de brommer naar de bus gebracht. Alle hoop die ik had op een echte bus is al snel vervlogen. Een oud gaar geval staat zwarte uitlaasgassen uit te spugen. Het dak zit al vol en ook in de bus is nog maar weinig plek. Ik bemachtig een plekje naast de chauffeur. Hoe hij door de ruit kan kijken is mijn een raadsel, want ik tel meer dan 29 barsten en scheuren in het glas. Edwin zit een paar stoelen achter me in een woest gevecht tussen zijn lange stelten, wat zakken rijst en een gigantische tractormotor. Oh, en oma, want die moet ook nog mee. Deze rit duurt acht uur (!) en gaat niet door een vlak landschap, maar door ontelbare bochten in de bergen over een weg die vooral weg is. Het smalle strookje asfalt betekent dat tegemoetkomend verkeer pas op het laatste moment uitwijkt. Heel spannend als je voorin zit zonder veiligheidsgordel en door de barsten in het glas overbeladen bussen en vrachtwagens recht op je af ziet komen.

Maar goed, om een lang verhaal kort te maken; we zijn in Nyaungshwe aangekomen, natuurlijk, en we zijn niet van plan de komende dagen ook nog maar één bus van dichtbij te bekijken. Het plekje waar we nu zijn is te bijzonder en we gaan daar even flink van genieten. Oh, en sorry, van deze twee dagen zijn helemaal geen foto's. Ik kreeg mijn arm niet in een zodanige positie gevouwen dat ik bij mijn camera kon in de bus en Meiktila hebben we alleen maar in het donker gezien. Je moet het dus even doen met je eigen fantasie! Ter inspiratie twee busfoto's van eerder.

woensdag 16 december 2009

Hsipaw; even lekker bijtanken

Dag 411 t/m 413, 14 t/m 16 december 2009, Hsipaw

Met een klop op de hotelkamerdeur ontwaak ik om 03:58 uur. Altijd als ik erg vroeg op moet slaap ik heel licht en tien minuten later ben ik dan ook al klaar om te vertrekken. De bus gaat om half 6, maar we moeten er om 05:00 zijn. We lopen van 25th street naar 31st street en worden stipt om half zes in de laadbak van een vrachtwagen geladen. Met 14 mensen opgepropt en alle bagage hobbelen we in het pikkedonker de stad uit. Ik heb ineens het beeld voor ogen alsof ik een vluchteling ben die in het holst van de nacht de brandende stad ontvlucht.



Met dit transportmiddel gaan we trouwens niet de hele 7 uur naar Hsipaw. Gelukkig! Nee, we worden afgezet bij het grote busstation...en zien dan dat we er helemaal niet op vooruit gaan. Deze bus zit van voor naar achteren helemaal volgestouwd met cargo. Tussen de dozen hebben ze wat gare bankjes gezet. Oh nee, dit is niet best. Ik zal je de details van deze helse rit besparen, ik zal hem in ieder geval nog lang heugen, dus ik vertel je het wel als ik terug ben in Nederland hahahah.





Hsipaw is een stadje dat ligt richting de Chinese grens. En de invloed van de Chinezen is zichtbaar. Minder beetlenutkauwers, iets minder mannen in rokken. Een paar Chinese restaurants. We slapen in Mr. Charles Guesthouse, een geweldige plekje om even een paar dagen op krachten te komen. De zonsondergang die avond vanaf de rivier is prachtig, de kleine dorpjes met hun bamboohoutenhutjes schattig en we voelen ons meteen thuis in deze bergachtige omgeving. Eten doen we bij Mr. Food (ja, originele namen hebben ze hier), blijven er plakken voor wat glazen troebele whiskey van twijfelachtige kwaliteit.



De volgende dag doen we lekker rustig aan. Er is een internetcafe waar we gelukkig de e-mails over de stand van zaken van Jeroen kunnen lezen. Later lopen we een heel stuk langs de rivier, door piepkleine dorpjes waar de mensen zo ontzettend arm zijn, maar ook zo stralend naar ons zwaaien en lachen. De weg terug gaat over het treinspoor. Ook langs het spoor staan gammele hutjes waar mensen zich wassen bij een put en waar kinderen voetballen met een zelf gefabriceerde bal. Terug in het dorpje bij het treinstation staan jongens ananassen te laden. We houden de gebruikelijke conversatie (What country. Your name Thank you. Hello hello) en voor ik het weet krijg ik een loeizware ananas in mijn handen geduwd. Het is de meeste sappige, zoete ananas die ik ooit heb gegeten. Heerlijk!





We willen Hsipaw nog geen gedag zeggen en plakken er gewoon nog een dagje aan vast. De wandeling voert ons vandaag de andere kant op, in de richting van wat ze hier 'Little Bagan' noemen. Die term is ietwat overdreven, want er staan een handjevol oude stupa's. Maar zoals zo vaak in dit land zijn het de mensen die ons weer de dag van ons leven bezorgen. Wat een wandeling van een uur zou kunnen zijn, kost ons zeker drie uur. Oponthoud bij bijna elk hutje, waar moeders hun baby's aan ons willen laten zien en waar we even zitten en gewoon maar wat lachen met de mensen en hun kinderen. Hoogtepunt is de bekende duim-uit-elkaar-trek-truck die ik voordoe bij een stelletje uitzinnige kindertjes. Ik heb weer gegarandeerd succes met mijn kunstje dat tot nu toe over de hele wereld kinderen versteld heeft doen staan.



Morgen nemen we de bus terug naar Mandalay. Hopelijk een iets meer degelijk model bus dan op de heenweg....Hij gaat wel even vroeg; om half 6 mogen we instappen.

zondag 13 december 2009

Goud en chapati's in Mandalay

Dag 410, 13 december 2009, Mandalay

Het is vandaag een reisdag, maar wel een heerlijk kort stukje. Van Sagain naar Mandalay is maar een klein uurtje met de pickup vrachtwagen en kost nog minder. We slapen dus een beetje uit, ontbijten op ons gemakkie en pakken dan ons vervoer. In de pickup raak ik in gesprek met een monnik. Het zijn uiteraard geen volzinnen, maar hij vertelt me o.a. dat ik een 'clear aura' heb. Altijd goed om te horen. Blijkbaar is hij er zelf ook van onder de indruk, want ik krijg zijn kralenketting ?die hij voor het bidden gebruikt- in mijn handen gedrukt. Wauw, wat een supermooi cadeau. De monnik stapt in een buitenwijk van Mandalay uit en we zwaaien hem nog vriendelijk na. Niet veel later mogen wij uitstappen. In Mandalay wordt veel gebruik gemaakt van kleine ouwe blauwe taxi's. Maar ik zie mezelf daar nog niet echt instappen, dus we lopen die paar blokken naar het hotel wel.



Mandalay is eigenlijk zoals elke grote stad in Birma. Groot, stoffig en niet het meest boeiend om te bezoeken als je hier bent. Wij zijn vooral verliefd geraakt op de kleinere dorpjes. We etenbij een Indiaas vegetarisch restaurant en bezoeken het wijkje waar ze goudbladeren maken die op de boeddhabeelden geplakt worden. We lopen nietsvermoedend door een straatje waar we overal keiharde klappen horen. Wat doen die gasten toch, waarom zijn ze op die stapels papier aan het rammen. Het kwartje valt uiteindelijk wel.. tuurlijk, hier zijn ze bezig het goud plat te slaan totdat ze de juiste flinterdunne dikte hebben. Dit gaat in zo'n drie fases. Kleine relatief dikke plakjes goud worden tussen bamboepapiervelletjes gelegd. Dan mogen de mannen hier met zware hamers op meppen. De geplette goudplakjes worden weer opgeknipt naar kleine stukjes door de dames en het gehele proces herhaalt zich nog twee keer. In totaal moeten de mannen vijf uur (!!!!!!!!) op het goud slaan voordat het dun genoeg is voor de verkoop. Wat een werk! We kopen vijf velletjes voor anderhalve dollar zodat we thuis onze boeddha ook kunnen beplakken.





Ik heb Mascha even de tijd gegeven te kwijlen bij de sixpacks van de goudmannen en toen was het wel weer tijd om af te druipen. Nog even langs de markt die aan het opbouwen was en tja, wat doe je dan? Weer even wat eten! In de gids staat de Indiase chapati kraam aangeprezen en niet zonder reden. Voor het schrikwekkende bedrag van 2 dollar eten we onze buik vol aan heerlijke chapati (Indiase dikke pannenkoeken). Het is wel een beetje tegen ons principe om er te eten, want ook de kleine kinderen moeten keihard werken om de toko draaiende te houden. Naast ons zien we een jong ventje zich suf kneden op het deeg dat voor de chapati's gebruikt wordt. Hij laat trots het deeg zien en vraagt of we een foto willen maken. Dat doen we graag en met een grote glimlach ziet hij zichzelf terug op onze camera. Vanavond maken we er een vroegertje van, morgenochtend gaat om 4 uur de wekker al weer!!!!

zaterdag 12 december 2009

Sagain houdt wel van een feestje

Dag 408 t/m 409, 11 t/m 12 december 2009, Sagain

We hebben het helemaal uitgedacht; we pakken de bus naar Shwebo, komen daar in de ochtend aan en kunnen dan 's middags een klein dorpje bekijken waar ze traditioneel potten bakken. Maar, dan moeten we wel de bus van 8 uur pakken en die missen we net en de eerst volgende gaat pas om 10 uur. Mmm, shit, nog twee uur wachten dus. Dan toch maar direct door naar Mandalay? Nee! We willen juist de kleine dorpjes zien en de grotere steden een beetje vermijden.



De bus gaat in ieder geval weer netjes stipt op tijd en na anderhalf uur zwaaien, lachen en "hello you's" hobbelen we in vier uur naar Shwebo. We kunnen zelfs voor het hotel uitstappen wat we die dag ervoor gereserveerd hadden. Lekker, dat scheelt weer een hoop tijd met taxi's enzo. Maar 30 dollar voor een kamer, geen ontbijt en geen hot shower? "Sorry, not today". Onze broek zakt er vanaf, want als wij van mening zijn dat de kamer veel te duur is is het enige antwoord "30 dollar very cheap!". Denk denk, twijvel twijvel. Fuck it! We nemen alsnog de bus richting Mandalay en stappen dan in Sagain uit. Toch een klein dorpje en in ieder geval in de buurt van waar we uiteindelijk toch naartoe moeten. We hebben geluk, tenminste, de bus vinden we snel en gaat over 10 minuten. Enige kleine detail, we hebben nog niets gegeten en onze maagjes beginnen ondertussen toch wel te knorren. Een vrouwtje in de bus ziet dat ik op zoek ben naar wat eten en met lege handen de bus weer inkom als we moeten wegrijden. Ze is weer zo'n typische schat en geeft ons twee mandarijnen. De maag vult het niet echt, maar het doet je hart smelten.



Als we aankomen in het stadje Sagain meldt ze zich weer. Ze vraagt naar welk hotel we willen en onderhandelt met een brommertaxi een verdomd scherp prijsje voor ons. We bedanken haar met onze raarklinkende versie van "Jezumbe" en rijden richting ons hotel "Happy hotel". Het blijkt ook 30 dollar te zijn, maar dan inclusief ontbijt, een super grote mooie kamer en een warm ontvangst. We sluiten deze heftige dag af met een lading Chinees eten en lopen dan nog even een blokje om. We komen uit bij een soort van braderie, Myanmar style weliswaar. Uit enorme stereoinstallaties schettert muziek en er staat zelfs een podium, al lijkt hier weinig te gebeuren behalve het gehoor van de omstanders met een aantal db om zeep helpen.. tering wat hard staat het! Ondertussen maken we weer overal vrienden en zijn wij meer de attractie dan alle standjes die wat proberen te verkopen. Maar we vallen ondertussen om van vermoeidheid dus terug naar het hotel, het is wel mooi geweest.

We kruipen vroeg uit bed. Vandaag willen we Sagain Hills bekijken, maar eerst even internetten. Mascha d'r ouders zijn vandaag 40 jaar getrouwd en we willen ze even via de mail onze felicitaties toesturen. Maar eenmaal onze mail openend schrikken we ons helemaal rot. Jeroen en Annemarie, met wie we ondertussen al zoveel gereisd hebben in Azie, hebben ons heel slecht nieuws te melden. Tijdens een tripje in Laos is Jeroen uitgegleden bij een waterval en is daarbij ten val gekomen. Na een val van zo'n 12 meter kwam hij op de rotsen terecht en heeft daarbij zijn heup, beide enkels en polsen, onderrug en een vinger gebroken. Omdat hij net even alleen was, heeft hij 15 minuten liggen gillen om hulp en duurde het 2 uur voordat hij eindelijk weggebracht kon worden richting een ziekenhuis. Maar hier houdt het nog niet op, Laos is arm en heeft niet de medische faciliteiten die hij nodig had. Zo moest hij twee dagen wachten om in Bangkok eindelijk de juiste medische zorg te kunnen krijgen. Hij heeft gelukkig de eerste operaties goed doorstaan. Maar je begrijpt, daar schrik je goed van en de hele dag hebben we aan ze gedacht en gebeden dat alles goed zal komen en ze zo spoedig mogelijk naar huis kunnen om daar verdere hulp te krijgen. Jeroen en Annemarie, we weten dat jullie dit lezen... lieve schatten, we denken aan jullie en hopen jullie zo snel mogelijk in Nederland of misschien nog Bangkok te kunnen zien!!!!!



Maar, we zouden dus Sagain Hill gaan doen en nadat we zijn bijgekomen (niet echt, maar met niets doen help je ook niemand) stappen we achterop de brommer bij twee mannen en scheuren de heuvel op. De chauffeurs weten gelukkig een weg waarbij je niet de 'government fee' hoeft te betalen. We bezoeken een paar mooie stupa's, genieten van het mooie uitzicht en hebben nog een leuk gesprek met wat jonge studenten. Na deze tempels rijden we weer het heuveltje af om een klooster te bezoeken. We worden uitgenodigd bij de Abbot van het klooster en er wordt voor ons neus een tafel volgezet met heerlijke lekkernijen. Wat? Voor ons? Wauw, ongelooflijk gewoon.



De Abbot is al 60 jaar monnik en is nu de 'baas' van dit klooster. Hij vertelt over andere westerse gasten en nodigt ons uit om die nacht te blijven slapen. Of als het aan hem lag, voor altijd. Hij snapt niets van wat we zeggen, maar elke poging van Mascha om met de Lonely planet wat Burmees te zeggen tovert een glimlach op zijn gezicht. Hij blijft maar eten opscheppen en prakt het zelfs voor ons, we mogen het gelukkig wel zelf naar binnen lepelen. Na een rondje foto's en bedankjes gaan we verder.



Sagain is naast haar tempels bekend om haar fabriekjes van akoestische gitaren. Kijk, dat wil ik natuurlijk wel even van dichtbij zien. We rijden weer een paar blokjes en ja hoor, de houtsnippers schieten om je oren. Hier zijn zo'n 10 jonge gasten keihard bezig om met waaibomenhout de meest fantasierijke gitaren in elkaar te knutselen. Ze maken zo'n 100 gitaren per maand en ze gaan voor zo'n 12 tot 15 dollar over de toonbank. Geen geld natuurlijk, daar kan geen dure Taylor gitaar tegenop!



Na dit avontuur gaan we ook nog even bij het winkeltje kijken die de gitaren verkoopt. Ik kan het niet laten en plingel wat op een gitaar. Tja, het is geen Taylor sound, maar wat wil je. We hebben een hoop lol en met muziek breek je altijd vele taalbarrières. We zijn nu ondertussen wel aan het eind van de tour en drinken nog een kop thee in een echte teashop voordat we naar het hotel te worden gebracht. We hebben ook nog een deal gemaakt, een foto mogen maken van het smoelwerkje van onze chauffeurs. Toch schattig, al die rode beetlenut smurrie tussen hun tanden!



We frissen ons in het hotel even op en gaan dan kijken of er ook vanavond weer de braderie is. Onderweg eten we nog wat bij een restaurant waar we zelf in de keuken moeten aanwijzen wat we willen eten. Dat is op zich prettig maar tegelijkertijd heb je al bijna geen honger meer als je ziet hoe de keuken eruit ziet. Maar ja, kritisch zijn doet verhongeren in dit soort landen dus we wijzen naar de rijst en groenten en wachten maar gewoon af wat ze er van bakken. Valt uiteraard best mee en met hernieuwde energie lopen we richting de braderie.



Vanavond gaat het gebeuren hoor! Het pleintje voor het podium is dit keer echt afgeladen met mensen en blijkbaar zijn we op tijd, want het wordt steeds voller en voller. Maar aangezien het volume van de soundcheck weer oorverdovend hard is lopen we even een stukje terug waar we op een bankje kunnen zitten. Daar raakt Mascha aan de praat met een een meisje, medisch student, van 17 jaar. Ze liep al even om ons heen te drentelen, maar haar tante had haar aangemoedigd ons toch even gedag te zeggen. Toen het ijs eenmaal gebroken was vertelde ze Mascha dat ze heel graag wilde reizen, maar dat ze het land niet uit mocht. Het is al duur om te studeren maar een paspoort is de reinste afpersing. Het kost 1500 dollar per 3 jaar, een godsvermogen voor de mensen hier, en één keer raden wiens zakken dit ingaat. Ondertussen heb ik een goed gesprek met iemand die lekker aan de beetlenut zit en met consumptie praat, de rode spetters zitten tot achter mijn oren.



He, de muziek wordt steeds feller en een man wenkt ons met hem mee te lopen. We begrijpen niet helemaal wat hij bedoelt maar hij doet erg belangrijk en ja hoor. Hij neemt ons backstage (!!) waar de band is en de danseresjes zich klaar maken voor de show. Geweldig, elke dag worden we wel weer opnieuw verrast met een situatie waarin het niet gekker lijkt te kunnen. Ik mag in een hoekje op het podium plaatsnemen en heb zo perfect zicht op de dames die klaar zitten voor de show, beetje jammer alleen voor de lichtman die door mijn postuur geen podium meer ziet. Ik ga toch maar weer van het podium, dit is iets teveel eer en de lichtman kijkt ook gelijk weer een stuk vrolijker.



Als we iets van de show willen zien voor het podium krijgen we een eigen security man toegewezen die ons beschermt. Waarvoor weten we ook niet precies, maar aardig is het wel. We zijn ondertussen wel gewend geraakt aan het feit dat tientallen mensen zich verdringen om ons te zien, stoer te doen of gewoon even gedag te zeggen. Maar de security boy neemt zijn taak serieus en iedereen die té dichtbij komt zegt hij afstand te nemen. Je gelooft wellicht niet wat we schrijven, maar echt, het is te bizar voor woorden. Zulke schattige mensen en rare situaties. Nadat er een performance is gegeven van de Burmese Michael Jackson houden we het voor gezien. Onze lachrimpels staan retestrak en we willen morgen vroeg naar Mandalay. Welterusten!

donderdag 10 december 2009

Monywa is gek op boeddha's en wij op Monywa

Dag 406 t/m 407, 9 t/m 10 december 2009, Monywa

Oei, wat is het koud zo 's ochtend vroeg in de wagen. Het paard en wagen welteverstaan. En nog donker. Diep in zijn dunne jasje gedoken stuurt de menner het paard naar de plek waar de boot gaat naar Pakokku. Ik kan het geen haven noemen, er liggen een paar houten boten aangemeerd aan de blubberige kant van de rivier. De boot gaat niet om 06:00 uur, maar pas om 06:30. Ik snap wel waarom. We zien nog geen hand voor ogen en zo instappen en wegvaren is een beetje link. Dat half uurtje wachten geeft tientallen jongetjes genoeg tijd om zich te profileren als de sterkste knullen van het dorp. Wie mag straks onze rugzakken de boot op sjouwen? Gemiddeld zijn ze zo'n 10 jaar. Muts op en rillend van de kou in hun rok en blote voeten in slippertjes. "Me very strong", roepen ze. Als ik zeg dat ik ook best sterk ben, lachen ze zich rot. Bij het sein dat we kunnen instappen sjort de kleinste de grote tas van Edwin op zijn iele magere rugje. De loopplank is best smal en lang en ik ben zo'n kluns die dan juist dan een misstap maakt. "Ha, Holland woman scared", lacht de schipper. Maar mijn angst is overbodig, want het kleine ventje pakt met zijn vuile handje de mijne vast en helpt me in de boot te klimmen. Glunder glunder. Zijn bekkie straalt.



De bootreis duurt tweeënhalf uur, de zon komt op en het is een prachtige tocht. Onderweg haken nog een paar kleine bootjes aan. Dat scheelt weer stroomopwaarts roeien. In Pakokku staat het volgende transport al klaar; weer de bekende paard en wagen. De 'chauffeur' vindt het geweldig dat hij ons (de enige toeristen aan boord van de boot), mag vervoeren naar het busstation. Hij wil ook op de foto en heeft een glimlach van oor tot oor elke keer als de mensen langs de kant spontaan 'hello hello' naar ons roepen en druk naar ons zwaaien. Hij roept zelf ook steeds iets en dan kijkt iedereen op. Het zal wel iets zijn van "Kijk nou wat ik in mijn wagen heb!"



De bus naar Monywa gaat om 12:00 en we hebben dus nog even de tijd om Pakokku te bekijken. "Where you from?" Hoe vaak ik die vraag al niet beantwoord heb sinds ik in Birma ben. Zeker als ik alleen een wandelingetje ga maken en Edwin bij de tassen blijft weten mensen op straat niet hoe ze het hebben. Eerst grote ogen, dan die enorme lach, dan die zwaaiende hand en dan 'hello hello'. Ik word er zo vrolijk van.



Een half uurtje voordat de bus gaat springt er een jongen voor onze neus. In rap tempo begint ie tegen ons te praten. In goed Engels dat wel. Hoe heten we? Waar komen we vandaan? Getrouwd? Kinderen? Mag hij ons mailadres? Thank you, thank you, glunder glunder. You my friend. Come back to Pakokku and visit me. Hij is helemaal hyper dat 'ie Engels kan oefenen en twee nieuwe vrienden heeft gemaakt. Wat een schat. En wat jammer dat we niet meer tijd hebben.



In de bus hebben we VIP stoelen gekregen. Het houdt gewoon niet op in dit land met vriendelijkheid. (VIP stoelen betekent voorin net achter de chauffeur). In drie uurtjes rijden we naar Monywa. In de bus zit ook een vader en zijn zoon. Ze wonen inmiddels in Australië en zijn nu op familiebezoek. Van zijn nicht en moeder krijgen we in Monywa een lift naar ons hotel Shwe Taung Tan. Dat bedoel ik dus. Het houdt niet op in dit land. Er is warempel een goed internetcafé in dit stadje, dus we kunnen eindelijk weer wat berichten plaatsen. En er is een geweldig lekker restaurantje (lees: plastic krukjes, gammele tafel, zandvloer) waar we smikkelen van pittige groentesalades.



In de omgeving van Monywa staan een paar bijzondere religieuze gebouwen. Nadat ons restaurant een taxichauffeur voor ons voorrekent met een toch iets te riante bonus besluiten we er op straat maar eentje te zoeken. Nog geen 20 meter uit het hotel of er stopt een vrachtwagen naast ons. De jonge chauffeur steekt zijn hand uit en geeft ons twee kleine oliebolletjes. Verrast en smakkend lopen we vervolgens richting een brommertaxi. We sluiten een deal voor 8000 kyat waarvoor hij ons de hele dag gaat rondrijden langs deze plekken. Ook hij heeft een grijns van oor tot oor als hij merkt hoe veel mensen er onderweg naar ons zwaaien en roepen en lachen. De eerste tempelcomplex (Thanboddhay Paya) is te bizar voor woorden. Van buiten een suikertaart in zoete kleurtjes, van binnen een wir war van duizenden en duizenden boeddhabeeljes/beelden (om precies te zijn – schrik niet – 582.363 stuks). Ik wou dat ik iemand kon vragen waarom het er zoveel zijn, maar de mensen spreken niet genoeg Engels.





Het tweede complex (Bodhi Tataung), een paar kilometer verderop, is op een andere manier weer te bizar voor woorden. Het is een boeddhabeeld van – schrik wederom niet – 127 meter hoog!!! Je krijgt het niet verzonnen toch? Al van ver af staat het enorme wit/gouden beeld te glinsteren aan de horizon en van dichtbij is het nog indrukwekkender. We moeten allebei denken aan het enorme Jezusbeeld wat we bezochten in Rio de Janeiro.



Daar struikelde je over de toeristen en leek het wel een kermis. Hier zijn we nagenoeg de enige bezoekers en sowieso de enige toeristen. Wat dan weer hele leuke ontmoetingen oplevert met de verkoopstertjes langs de trap omhoog naar het beeld toe. Ze verkopen thirts, posters van het Boeddhabeeld en het hout waarmee die pasta wordt gemaakt die weer als make-up op de gezichten wordt gesmeerd. En ja, als je dan vraagt hoe dat dan werkt, dat malen van dat hout, dan heb je voor je het weet ook die make-up op je gezicht. Ik ben nu een echt Birmese. De mensen onderweg roepen '' beautiful' naar me en wijzen naar mijn wangen. Nou had ik al het gevoel een beroemdheid te zijn, maar als ze ook nog gaan roepen dat ik mooi ben, dan ga ik helemaal naast mijn slippers lopen hahaha.



Je kunt het beeld ook in. Het is ongeveer 23 verdiepingen hoog. We doen de eerste tien en genieten van het uitzicht Ik weet niet of je het nirwana bereikt als je helemaal naar boven – naar het hoofd dus – gaat, maar meer traptreden kan ik vandaag niet aan.





Terug in Monywa wandelen we 's avonds (stikdonker dus) nog wat door de straatjes (en zwaaien en lachen naar de mensen). Een brommertje haalt ons in. De twee meiden gieren het uit en schreeuwen 'hello'. Het brommertje remt aan het einde van de straat, keert en stopt voor onze neus. "Where you from", zegt de oudste. "Holland", zeggen we in koor. Ze pakt een tasje mandarijnen uit haar brommermandje en drukt deze in onze hand. "For you". Snap je nu waarom we verliefd zijn geworden op dit land. De mensen hebben zo weinig. Geen vrijheid, geen kans op ontwikkeling, geen mogelijkheid om hun land te verlaten. En toch geven ze ons zoveel. Ik had me geen betere afsluiting van deze schitterende dag kunnen wensen.