zaterdag 31 oktober 2009

1 jaar op reis !!!

JIHAAAAAA.. onze telling van het blog klopt niet helemaal meer.. dag 365 valt niet op 31 oktober (heel gek, ergens een dag gemist ofzo???) maar we zijn vandaag ECHT al weer 1 JAAR OP REIS... We vieren het met een Beerlao en we gaan lekker uit eten - iets wat we normaal gesproken nooooooit doen :-)

Wat hebben we veel gezien, beleefd en ervaren! Uren, dagen, maanden en nu dus een jaar. Een jaar om nooit meer te vergeten!

Liefs,
Mascha en Edwin

vrijdag 30 oktober 2009

Naar Laos; 13 uur over 115 kilometer

Dag 365 en 366, 29 tm 30 oktober 2009, naar Laos, Muang Khoua en naar Luang Prabang

Wat waren we positief in onze vorige blog toen we schreven 'direct door naar Laos'. Achteraf bezien hebben we enorm veel geluk dat we überhaupt vandaag de bus van Dien Bien Phu naar Laos kunnen nemen. Deze bus gaat maar drie keer per week, horen we later van andere reizigers. Dé verrassing van de dag is wel de verhouding tussen het aantal kilometers en het aantal uren dat we over dit traject gaan doen. Hier komt tie!

Vijf uur staan we op. Om half 6 worden we bij ons hotel Long Binh opgehaald en de bus zit al vol met andere backpackers. Er is geen ruimte voor ons zessen (er is ook nog een Duits stel namelijk). Maar achterin worden de rugzakken wat verplaatst zodat er een ruimte ontstaat waar we met 5 personen plaats op 'kunnen' nemen. Annemarie heeft zelfs het 'geluk' dat ze op een harde ijzeren plaat voorin naast de chauffeur moet zitten. Dit belooft veel goeds, maar echt erg is het niet want we hoeven vandaag maar zo'n 100 kilometer te reizen. Drie uurtjes dus ongeveer. Na drie kwartier stopt de bus. In de 'middle of nowhere' wachten we bijna een uur totdat er een bekende van de chauffeur instapt en we eindelijk verder kunnen richting de grens. Fijn, zijn we hiervoor zo vroeg opgestaan? Na nog een uurtje van 'prettig asfalt' komen we aan bij de grens van Vietnam. Deze grensovergang kost een half uurtje voor iedereen om zijn exit stempel te krijgen en we kunnen vrolijk verder. Rond 9 uur komen we aan bij de grens van Laos. Alvast de eerste statistieken; we hebben bijna 40 kilometer gereden en zijn ondertussen 3,5 uur verder, maar het wordt nog leuker ;-(

Efficiency moet nog uitgevonden worden bij deze grenspost die pas twee jaar open is. Maar liefst vijf mannen zitten naast elkaar aan een balie en elk heeft een 'belangrijke' taak. De één neemt de paspoorten aan, de ander plakt het visum er in, twee voor een stempeltje en nummer vijf voor de knaken. Ze zitten trouwens niet in een logische volgorde naast elkaar, waardoor je zelf van het ene raampje naar het andere raampje moet om te kijken waar je paspoort zich bevindt. Je denkt dat als je 35 dollar neertelt voor een visa dat daarmee alles geregeld is. NOT! Want een visa zonder geldig stempeltje is nog niets waard, maar voor dat verdomde stempeltje mag je weer netjes geld neertellen, niet veel, maar het gaat om het principe. En daar krijg je dan een kwitantie van, die met de hand wordt uitgeschreven. Twee 'dure' stempeltjes verder krijgen we eindelijk na 45 minuten ons paspoort terug met de nodige formele toegangsbewijzen voor attractieland Laos. Klein minuscuul detail, we stonden voorin de rij en we zijn ruim 2,5 uur verder als alle andere 23 medepassagiers ook hun paspoorten terug hebben. Maar we zijn in Laos, ons 22e land!!!

Half twaalf zit iedereen weer op zijn plaats en gaan we verder. Zoals ik al schreef, de grensovergang is pás twee jaar open, maar wat niet in de planning is meegenomen is de verdere infrastructuur. We moeten nu nog zo'n 75 kilometer naar het plaatsje Muang Khoua waar we willen overnachten. Na precies 5 minuten staan we alweer stil, wegwerkzaamheden! Dit gaat zo ongeveer elk kwartier door. Na 2 uur rijden komen we eindelijk aan in een klein bergdorpje waar we wat kunnen eten. Nog een klein detail namelijk, we 'dachten' dat we opgehaald zouden worden bij het hotel om dan naar het busstation te gaan. 'We slaan daar dan nog wel wat eten in', hadden we onszelf wijs gemaakt. Dat eten inslaan was dus mooi niet gebeurt en echt geradbraakt kwamen we aan bij de late lunch. We weten nu overigens wel waarom je nooit met een lege maag naar de efteling moet gaan ;-). Een bakkie instantnoodles slurpen we naar binnen en met een banaan vullen we de laatste gaatjes.

Klaar voor het vervolg van de reis? Niet echt, maar gewoon op de tandjes bijten. Eén ding moeten we er wel bij vermelden, de omgeving is echt waanzinnig mooi! Na 40 minuten horen we opeens een enorme knal maar de chauffeur rijdt vrolijk door al zou ik zweren dat ik verbrand rubber ruik. Ik krijg wel gelijk want in het volgende dorpje stopt de chauffeur en wordt de achterband vervangen. Een welkome plaspauze na de natte noodledrek van de lunch. De pauze is gelukkig van korte duur en we hobbelen weer vrolijk op ons achterbankie. Als we vlak bij de eindbestemming komen moeten we wéér stoppen voor wegwerkzaamheden, ditmaal wordt er netjes bij gemeld dat er gewerkt wordt tot 5 uur. Daar het nu al half 4 is hoeven we dus maar anderhalf uur te wachten. Tuurlijk, kan er ook nog wel bij. This too shall pass! We komen uiteindelijk aan en om de statistieken even af te ronden; over de totale 115 kilometer doen we maar liefst 13 uur!

Het dorpje is weinig spannend en kent zelfs een curfew van 10 uur. Alle elektriciteit wordt opgewekt met generators en die draaien alleen tussen 6 en 10 uur in de avond. Maar onze buur – een localscafé – heeft dat opgelost met een eigen generator. Tot half 7 de volgende ochtend wordt er volop gezopen en geschreeuwd en kunnen we alleen maar hopen dat onze chauffeur daar geen deel aan heeft genomen. Gelukkig heeft onze chauffeur geen kegel en rijdt hij ons deze nieuwe dag in vier uur naar een dorpje waar we afscheid nemen van Jeroen en Annemarie. Zij gaan naar het noorden van Laos om vervolgens in Thailand de broer van Jeroen te ontmoeten. Wij pakken de bus door naar Luang Prabang en zien hun over twee weekjes wel weer. Het eerste jaar van onze wereldreis sluiten we af met weer eens keihard reizen. We zijn moe en gaan in Luang Prabang weer even lekker bijkomen.

woensdag 28 oktober 2009

Het echte leven; busritten naar de grens van Laos

Dag 361 tm 364, 25 tm 28 oktober 2009, Lai Chau, Muong Lay en Dien Bien Phu

Soms zijn de simpelste dingen het meest ingewikkeld, lijkt wel. De bus naar Lai Chau gaat niet vaak, maar ergens tussen 7 en 9 in de ochtend rijdt er wel openbaar vervoer richting die stad. We moeten eerst bij de bushalte zien te komen, maar als we het navragen krijgen we het bekende antwoord in Vietnam : “I take you for ….(en vul een absurd hoog bedrag in op het stippellijntje). Nee, waar is de bushalte? Na heel veel onderhandelen stappen we alle vier achterop een brommertje en worden we afgezet (in de dubbele betekenis van het woord) bij een T-splitsing. Hier schijnt dus de bus te komen en het is nu een kwestie van wachten.

Ah, daar komt wat aan. Ik kan het nauwelijks een bus noemen. Dit valt in de categorie veetransport. Voor 70.000 dong mogen we mee, maar we passen er helemaal niet bij. De krakkemikkige bus staat vol met mensen en dozen, zakken, rijstbalen en ook op het dak is er nergens een plekje voor onze tassen. "Nee", zeggen wij stoer, "we nemen 'de volgende' bus wel". Al weten we niet of die bestaat. Dat vier toeristen niet in de bus stappen gaat blijkbaar als een lopend vuurtje door Sapa, want ineens staat er een minibusje voor onze neus. “I take you for 100.000 dong per person”, zegt het overmoedige chauffeurtje (die ik herken als de chauffeur die een paar dagen geleden die brommer schepte, weet u nog?). We proberen nog wat die prijs af te krijgen, maar hij is erg stellig en we nemen de gok om deze 'kans' niet te grijpen.

Het is inmiddels bijna 9 uur en we staan dus al twee uur langs de kant van de weg. Iemand weet ons te vertellen dat er pas een bus om 11 uur komt en we vragen ons vertwijfeld af of we niet een stomme fout hebben gemaakt door niet in het lege minibusje te stappen. En net als we denken dat we straks maar weer terug gaan naar ons hotel, stopt er een luxe touringbus die naar Lai Chau gaat en maar 50.000 dong kost. Begrijp je nu waarom ik zeg dat de simpelste dingen in Vietnam soms zo ingewikkeld zijn.

De rit van Sapa naar Lai Chau gaat over de Tram Ton pas, een zeer steile bergpas die een bijzonder uitzicht oplevert. Je moet alleen niet te veel denken aan het diepe ravijn links van de weg. Hoewel Lai Chau bijna 100.000 inwoners heeft en prachtig tussen vulkanische bergen in ligt zijn we de enige toeristen in de bus en in het hotel. Op straat roepen mensen hard 'hello' en 'bye' en wordt er enthousiast naar ons gezwaaid. We worden er helemaal vrolijk van. Het is dus toch mogelijk dat je niet wordt gezien als een wandelende geldautomaat. Als we later de stad uit wandelen en tussen de theeplantages en rijstvelden komen, is het helemaal een feest. De mensen zijn zo vriendelijk. Een verschrompeld omaatje die ons begroet en haar zwarte tandjes blootlacht. Een groepje kinderen met stoffige smoeltjes die het uitschateren. Met een mix van verlegenheid en nieuwsgierigheid worden handen opgestoken als we langs armoedige houten huisjes lopen.

Het is niet alleen maar lachen, want de busrit de volgende dag naar Muong Lay is er eentje uit de categorie HEL. Vijf uur lang zitten we in een overvolle gare bus. De wegwerkzaamheden zijn over de gehele lengte van de weg en het gehobbel en de hoeveelheid stof zijn bijna onmenselijk. Halverwege staat er een bus met pech langs de kant van de weg en die mensen worden ook nog even toegevoegd aan ons al volle busje. Op 23 stoelen zitten nu 42 mensen stof te happen en knieën en ellebogen in elkaar te drukken. Vanwege de hitte gaan alle ramen wijd open, maar bij de eerste stofwolk worden de ramen weer hoestend dichtgeduwd. Als dit elke 2 minuten gebeurt kun je wel bedenken dat het én bloedheet in de bus is én iedereen onder het stof zit. We bereiken uiteindelijk het hele kleine dorpje Muong Lay wat de eindbestemming zou moeten zijn. Oh!! Doen we hier nu wel goed aan om uit te stappen. Maar we zijn echt kapot en alles en iedereen zit onder het stof. Toch wordt de gok beloond met een kleine oases in deze stoffige stad, het hotel is echt schitterend. We hebben een kamer met zelfs een bad en die avond hangen we lekker op onze eigen patio en drinken we heerlijk koude biertjes, die hebben we zeker verdiend.

De volgende dag gaan we weer wandelen en stranden we bij een aantal arbeiders die aan het lunchen zijn. Met moeite kunnen we ontsnappen aan de aanbieding om mee te eten, maar de mannen komen er echt niet onderuit om mee te toosten met de rijstwijn. 10 shots verder zien Annemarie en ik eindelijk kans om de mannen weg te trekken bij de baksteen bakkers. Als we wat verder lopen zien we opeens een huisje met allerlei meiden, nu is het onze beurt. We proberen een gesprekje te voeren met de meiden, maar ze kunnen alleen maar giechelen en kijken ons vervreemd aan. Ik roep de mannen er nog even snel bij zodat zij nog wat foto's kunnen maken van ons.

Nu de mannen niet meer zo fris zijn en de zon echt keihard aan het schijnen is gaan we maar weer terug naar het dorpje. Omdat ze hier een gigantische dam aan het bouwen zijn is de meeste mooie natuur in de omgeving omgeploegd en zijn oude traditionele dorpjes vernietigd. Een vreemd idee dat we nu nog ergens slapen wat straks compleet onder water komt te staan. Een typisch geval van 'ik heb het wél gezien'. Die avond spreken we ook nog een gids van een nieuwe groep toeristen die is aangekomen dat de mensen in het dorp hier wel geld hebben gekregen om elders een nieuw bestaan op te bouwen. Maar zoals dat vaak gaat – met mensen die alleen op de korte termijn denken – is al het geld besteed aan plasma tv's, karaoke installaties en nieuwe brommers.

De laatste stap naar de grens met Laos is de busrit van Lai Chau naar Dien Bien Phu. Dit laatste stadje is echt één grote trieste zooi. De Lonely Planet omschreef het allemaal vrij positief en we dachten er zelfs één of twee dagen te blijven. Maar na één nachtje houden we het lekker voor gezien. We gaan morgen direct door naar Laos!

zaterdag 24 oktober 2009

Op een 125cctje rondom Sapa

Dag 357 tm 360, 19 tm 24 oktober 2009, Sapa

Een 'full body' massage moet ons getergde trekkinglijf weer soepeltjes krijgen, maar het is flut. Dit heeft niets met massage te maken, maar meer met in elkaar slaan en prikkeldraad maken op onze kuiten en armen. Nee, zonde van het geld. De Vietnamezen kunnen nog wel wat leren van de Thai. In het zonnetje op het terras van Lotus Hotel met een boek doet meer wonderen voor het herstel van de spierpijn. Heerlijk even niets doen.

Een dag later rond kwart voor zeven in de ochtend horen we vanuit onze hotelkamer bekende stemmen op de gang. Jeroen en Annemarie zijn aangekomen met de nachttrein vanuit Hanoi. Gezellie dat ze er weer zijn. De laatste keer dat we hen zagen was in Saigon, dus we hebben veel bij te kletsen.

Twee dagen lang huren we met hen brommertjes en rijden we de omgeving van Sapa door. En die is prachtig. Wat is er heerlijker dan op een 125 cctje elke hobbel tot in je vezel te voelen en ondertussen te genieten van het uitzicht en de dorpjes. Maar zoals zo vaak maken de mensen het geheel af. Bij een waterval worden we gevolgd door vijf 'wijffies'. Het zijn vrouwen van de Red Dzao stam die hun voorhoofd en wenkbrauwen scheren als ze getrouwd zijn. Ze zijn schattig, maar willen uiteraard wel wat aan ons verkopen. Dat doen we niet, maar ze willen wel poseren voor wat geld.

Als het zonnetje doorbreekt en we verder toeren over een klein paadje door de vallei lijkt het wel of de hemel voor ons uitstrekt. We zijn er helemaal stil van. Dit soort dagen geven ons weer een stoot energie die je soms wel nodig hebt als je aan het reizen bent. Want hoewel Vietnam echt prachtig is en we veel lieve mensen hebben ontmoet, is hun 'enthousiaste ondernemerschap' ons wel eens teveel. Iedereen wil iets aan je verdienen en we snakken soms naar een gewoon 'hallo' zonder dat dat direct gevolgd wordt door 'you buy something from me'. Met Jeroen en Annemarie hebben we veel gesprekken hierover en we komen tot de conclusie dat Vietnam een land is wat je tegelijkertijd omhelst én afstoot. Morgen gaan we met zijn vieren richting de grens van Laos. Dit gaan we in een paar stapjes doen, zodat we nog meer kunnen zien van het noorden van Vietnam. Hopelijk zijn de mensen daar minder ingesteld op toeristen.
En we hebben natuurlijk nog veel meer foto's op ons Flickr account!! ;-)

dinsdag 20 oktober 2009

We gaan nat in Bac Ha

Dag 353 tm 356, 17 tm 20 oktober, Sapa en Bac Ha

Oei, wat is het koud hier! Vanuit heet Hanoi naar 1750 meter, dat voel je wel. Maar goed dat we niet alle winterkleren hebben meegegeven naar Nederland. Schoenen! Ik heb bijna drie maanden geen schoenen aangehad, alleen maar mijn slippertjes. En mijn trui moet vanuit het ondervak van mijn rugzak weer opgedoken worden. We zijn in Sapa in het noorden van Vietnam. Deze streek staat bekend om al haar bergstammen en de vele minderheden. Toch blijven we maar een dagje in Sapa. We bezoeken nog wel de zaterdagmarkt, maar het is duidelijk dat hier alles draait om het toerisme, want overal waar je gaat of staat wordt je achtervolgd door bergvrouwtjes met hun sjaaltjes en kleedjes. We besluiten direct een tripje te boeken naar Bac Ha, zo'n 100 kilometer hier vandaan.

De zondagmarkt van Bac Ha is een bijzonder kleurrijke ervaring, want hier komen de Flower H'mong hun wekelijkse boodschappen doen. Waterbuffel, eenden, varkens, kleding, honden, vissen; je kunt het hier allemaal kopen. We schieten weer heel veel foto's, maar bij het vleesgedeelte op de markt kijk ik toch liever naar de grond. Ik heb daar toch nog steeds een beetje moeite mee, al die hompen, open varkenskoppen, harige poten en bakken bloederige lappen vlees. Veel interessanter zijn de mensen zelf. Echt plaatjes! En vriendelijk joh. Allemaal lachende gezichtjes als je ze aankijkt en een paar gouden tanden om het geheel nog mooier te maken. De kleding is helemaal bijzonder. Daar zit uren borduurwerk in. Omdat we tijd zat hebben zoeken we alvast een hotel in Bac Ha, want we willen niet met de groep terug naar Sapa vanmiddag, maar lekker hier blijven en vanuit Bac Ha een trekking doen. De verhalen dat je tijdens een trekking rondom Sapa wordt vergezeld door een kudde souvenirverkoopstertjes en je de zoveelste toerist bent die logeert bij een lokale familie spreekt ons niet zo aan. Nee, wij doen het anders!

Bac Ha mag dan wel twee keer zo veel inwoners hebben dan Sapa, dat betekent niet dat ze hier gewend zijn aan toeristen. Met veel moeite lukt het ons iemand te vinden die trekkings organiseert. Hij vertelt vol trots dat hij 'the man is in Bac Ha'. Na wat heen en weer onderhandelen over de prijs (je hebt weinig onderhandelingsmogelijkheden als je te maken hebt met een monopolist!) hebben we een deal, inclusief een gratis diner diezelfde avond bij zijn restaurant.

We staan om acht uur de volgende klaar met ons dagrugzakje. En het zeikregent. Mega! Gatverdamme, zo wil ik geen 17 (!!) kilometer door de bergen gaan lopen. Maar er zit niets anders op dan het regenpak aan te trekken – hebben we het tenminste niet voor niets bij ons - en te beginnen met lopen. En als het dan na vier uur zeikzeikzeikregenen nog steeds niet droog is en je het water tussen je tenen voelt stromen, nou dan is er GEEN LOL MEER AAN! Ik zie alleen de punten van mijn schoenen, van de omgeving krijg ik niets mee door de capuchon over mijn hoofd. Bergpaadjes, rijstvelden..het zal allemaal wel, maar genieten doen we niet. En dan eindelijk klaart het op. Een korte stop bij een minischooltje in de bergen met verlegen, maar nieuwsgierige kinderen maakt de dag weer goed en goedgemutst stappen we verder. Goh, wat is de omgeving eigenlijk mooi. En de twee gidsen zijn ook erg aardig. Het bezoek bij het huis van de oudste gids is een geweldige ervaring. Ik moet inmiddels nodig plassen, maar een wc hebben ze niet. Naast het kippenhok dan maar? Ja, lach maar. Nog even op de foto met de familie, maar ze zijn te verlegen om naar de lens te kijken.

We hebben nog een paar uur lopen voor de boeg en dan zien we in de verte eindelijk het dorp liggen waar we gaan slapen. Door de modder over een steil paadje strompelen we een uur later het huis binnen. Hier wonen opa, vader en moeder en hun kinderen. Die laatsten zijn er helaas niet, omdat ze op school zitten in Bac Ha. Verder wonen er nog vier honden, zes varkens, een stel kippen, twee ganzen en een waterbuffel. Het zijn rijstboeren die dag en nacht keihard werken voor een schamel beetje geld. Maar ze zijn niet de armsten van het dorp want er is wel een wc. Hoewel wc? Een gammel hokje direct naast de varkens. Hier poepen is niet erg, niemand die zal zeggen dat je stinkt! Ons bed staat op zolder en bestaat uit houten planken met een rieten mat. Met een deken probeer ik het nog enigszins zacht te maken, maar veel comfort biedt het niet.

We maken een rondje door het dorp. Dit betekent dat we langs steile modderige paadjes van huis naar huis lopen. Hier en daar wordt er voorzichtig gezwaaid, maar meestal kijken de mensen snel de andere kant op. Te schichtig en te verlegen om twee grote bleekscheten gedag te zeggen. De kinderen weten ook niet wat ze met ons aan moeten. Zachtjes 'hello' zeggen durven ze nog net, maar als we wat terug zeggen rennen ze gillend en lachend weg. Het uitzicht over de rijstterrassen is echt adembenemend mooi met de karstbergen op de achtergrond.

Edwin heeft nog een handige actie. Hij zet zijn schoenen te drogen bij het vuur en je raadt het al.... zwarte brand- en schroeiplekken op de achterkanten.. dommie!
's Avonds na het eten proberen we nog een gesprek met de familie, maar echt lukken doet het niet door hun gebrek aan Engels.. of komt het door mijn gebrek aan Vietnamees. Wel laat opa nog trots zijn medailles zien die stammen uit de tijd dat hij vocht in de Vietnamoorlog. Aangezien we een lange zware en natte dag achter de rug hebben, liggen we om half 8 op bed! Het echte boerenleven in Vietnam!

Je moet niet denken dat je voor je rust hier bent. Het is één groot kabaal op het platteland. De TV staat snoeihard, de gans kwaakt, de honden blaffen, de haan kukelt, de varkens gillen, het paard hinnikt, de rijstmachine buldert...en iedereen rochelt vanuit z'n tenen! Ik heb mijn oordopjes ingehad, zo erg was het. Helemaal 'uitgerust' van de nacht op het matje beginnen we aan het laatste deel van onze trekking: naar de Coc Ly dinsdagmarkt, zo'n 14 kilometer lopen. Dacht ik dat we gisteren het zwaarste deel hadden gehad, niets is minder waar. Het gaat nu echt over richeltjes en zompige modderrotspaadjes. Vandaag worden we niet nat van de regen, maar van het zweet. Heel grappig als je dan ingehaald wordt door locals op plastic slippertjes en een loodzware rieten mand op hun rug. De markt van Coc Ly is een lange rij geïmproviseerde kramen langs een blubberweg. Hier zien we weer voor het eerst andere toeristen. Heel veel tijd hebben we hier niet, want er wacht ons nog een boottocht op de rivier die door de vallei loopt. Heerlijk weer zitten in plaats van lopen! Ik ben echt kapot van deze trekking en verlang naar een douche. Na de lunch worden we herenigd met onze grote rugzakken en staat het vervoer klaar om ons terug naar Lao Cai te rijden. Als we daar in een minibusje naar Sapa willen stappen zien weer het leuke Franse stel dat met ons op de boot zat in Halong Bay. Zij pakken de trein naar Hanoi.

Het stuk naar Sapa terug zit ik met witte knokkels in het busje. Het wordt al donker en er hangt een zware mist in de bergen. Ik begrijp niet waarom de chauffeur toch alles onderweg wil inhalen en dan in een scherpe bocht gaat het ook goed mis. Met een zicht van minder dan 20 meter op een 10% steile helling haalt hij toch links in waar de weg rechts gaat, terwijl er net een brommer aankomt. Een keiharde knal en we staan stil. De jongen op de brommer is door de voorkant van het busje geschept en op een halve meter na niet naar beneden in het ravijn gestort. Zijn brommer is aan gort en iedereen in het busje is er stil van. Maar dit zou Vietnam niet zijn als we niet na vijf minuten gewoon weer doorrijden en de jongen met zijn kapotte brommer overlaten aan de hulp van de locals. Ik ben blij als we in Sapa zijn. Met de bibbers in de benen van de trekking en van de botsing hoef ik alleen nog maar drie trappen op bij het hotel en kan ik eindelijk onder de douche.

vrijdag 16 oktober 2009

Vietnamese hotdog in Ha Noi

Dag 345 tm 352, 9 tm 16 oktober, Halong Bay en Ha Noi

Het is nog verschrikkelijk vroeg als we de randstad van Ha Noi inrijden met de trein. Toch zien we overal brommertjes tot aan de nok afgeladen met spullen op weg naar de markt. Een uurtje later, half zes, zet de taxi ons af bij Hanoi Backpackers vanwaar we direct doorgaan naar Halong Bay. Ja, een strakke planning hè???

Halong Bay is één van de meest bijzondere waterparken ter wereld met zo'n 3000 rotsformaties – karstgebergten - die hoog boven het water uitsteken. De legende wil dat het een versteende draak is die Vietnam tegen de Chinezen beschermde ten tijde dat de landen overhoop met elkaar lagen. Om 8 uur 's ochtends vertrekken we met de bus en 18 andere backpackers naar Halong Bay. Een ritje van drie uur met 'uiteraard' nog een tussenstop bij een souvenirwinkel om wat fris te kopen of naar de wc te gaan; de typische Vietnamese pispauze ;-)! Als we bij de boot aankomen slaan we stijl achterover, wat een gigantische boot voor slechts 21 gasten. Echt top, en de slaapkamer is beter dan we in menig hotel hebben gezien.

Vlak nadat we uitvaren krijgen we een voortreffelijke lunch en daarna duiken we lekker het water in. Wat een uitzicht, klink ik te positief? Sorry, maar het was echt top! Gerben en ik springen van het dak van de boot, een sprong van maar liefst 8 meter die je de adrenaline tot in je kleine teen doet voelen. Janneke doet ongeveer 400 pogingen om er ook vanaf te springen, maar ze geeft het – godzijdank – op en springt van een verdiepinkje lager. Daarna klimmen we de kayak in en peddelen we tegen de stroom in en wind tegen richting een grot. De grot valt eigenlijk een beetje tegen, maar om in dit prachtige gebied te kayakken is wel een hele ervaring. Met blaren op de handen keren we terug naar de boot en kan het feest beginnen, want wie boekt bij Hanoi Backpackers mag rekenen op een feestje. Drankspelletjes? Daar zijn wij een beetje te oud voor. Wij hebben het 'verstandiger' aangepakt en drinken op het bovendek ons eigen meegebrachte Russische water. Is eigenlijk verboden, Je kunt er zelfs een boete voor krijgen! Voel ik me stiekem toch een ondeugende 16 jarige nu!

We worden met een lichte sluimer voor de ogen wakker. Hebben we een kater of regent het? Het is uiteraard het laatste. Nu komt er niet veel meer terecht van een frisse ochtendduik. Ik zoek een rustig hoekje aan boord en geniet met mijn gitaar in de hand van de prachtige omgeving. Al krijg ik er geen directe inspiratie van, dan zijn de rotsen wel een prachtig publiek om voor te spelen. Later die dag komen we terug in Ha Noi en gaan we in de chill stand. We hebben zo keihard gereisd de afgelopen weken dat we even moeten bijtanken en moeten gaan bedenken hoe we de komende tijd gaan reizen.

Lock en Janneke hebben niet de tijd en reizen de volgende dag met de nachttrein naar het noorden, naar Sapa waar Vietnamese bergstammen wonen. In de tijd dat zij daar zijn moeten Mascha en ik nog langs de politie omdat we een klein incident hadden in de trein en de Nederlandse verzekering hier graag een rapportje van wil zien. Het is natuurlijk heel fijn dat Nederland allerlei mooie regeltjes opstelt voor allerhande zaken, maar dit rijmt niet met hoe 'instanties' in Vietnam denken. We zijn vier uur bezig, worden van het ene politiebureau naar het andere gestuurd en moeten uiteindelijk een uur wachten op het bureau dat ons wel moét helpen. Uiteindelijk lopen we met een politierapport de deur uit, een vreemd hoogtepunt van de dag. Gelukkig hebben we geen geld onder de tafel hoeven schuiven.

Verder is Ha Noi echt een geweldige stad om te zijn. Doordat de Franse invloed hier zo sterk is geweest zijn de huizen in het historische centrum echt prachtig en staan in alle straten aan weerszijden bomen die het geheel erg leefbaar maakt. Je went uiteindelijk wel aan de miljoenen brommertjes die je voor je sokken rijden en het is s' avonds zelfs gewoon rustig. Deze grote stad is echt veel prettiger navigeren dan Ho Chi Minh stad waar je soms door banen van 20 scooters moest. Ha Noi verveelt zeker niet en alleen het het wandelen door de oude wijk en de nauwe straatjes is een lust voor het oog. Men léeft hier echt op straat, op elke hoek staat wel een vrouwtje een prutje te koken op een éénpittertje en voilá, je hebt weer een restaurant. Mannen met volgeladen brommers, vrouwen met de typische manden aan bamboestokken. Het is een gekrioel van jewelste, wat een geweldige sfeer hangt er. En als je dan denkt een varken op een tafel te zien liggen, mooi goudbruin gebakken en het heeft wel een hele lange stijve staart. Ja, dan weet je 'ik ben in Vietnam', waar gebakken hond een lekkernij is.

Na twee nachten zijn Lock en Janneke weer terug in Ha Noi en trakteren we hun op vier kilo extra bagage die ze mee naar Nederland mogen nemen. We zijn in een gulle bui en gaan ook nog met ze naar het Waterpuppets Theatre. Een leuke poppenkastshow en een mooie afsluiter van, uiteindelijk, drie weken samen reizen. We moeten nu echt afscheid van ze gaan nemen. Ze vliegen eerst naar Bangkok en dan terug naar huis; Lock en Janneke, onwijs bedankt voor de leuke tijd die we door hebben gebracht en de mooie momenten die we gedeeld hebben!

Het is voor ons nu ook wel de hoogste tijd weer eens verder te reizen. We pakken zo de nachttrein naar Sapa waar we nog ruim twee weken hebben voordat we het land uit moeten. O ja, dag 350 hebben we ook al weer gepasseerd in Ha Noi. Wat valt er over te zeggen; time flies when you're having fun!

vrijdag 9 oktober 2009

Hué, geschiedenis en brommeren

Dag 343, 345, 346 – 7, 8 en 9 oktober 2009, Hué

Ons reistempo ligt behoorlijk hoog, dus het wordt tijd dat we even rustig aan gaan doen. Ha! Nou, dat kun je wel willen, maar als er zo veel leuke dingen te doen zijn, komt daar weer niets van terecht. Geeft niet, we rusten wel uit als we... eh.. ooit.

Hué is een stad waar de keizers hebben gewoond en dat is goed terug te zien in de vele tempels, graftombes, paleizen en pagodes. We storten ons op de citadel, een ommuurde nederzetting uit 1804. Op het eerste oog lijkt het niet zo mooi, maar als we verder lopen komen we nog wel wat mooie plekjes tegen. Op de terugweg naar het hotel besluiten we langs de markt te gaan. We hebben een hilarische ontmoeting met wat vrouwtjes die tassen verkopen en helemaal in de war raken van de tongpiercings van Gerben en Edwin en het uitgieren als ze de tepelpiercing zien van Edwin. (Ja, daar heeft Edwin geen moeite mee hoor, ahum). Hoe oud zijn we? Hoe lang bij elkaar? Ze willen alles weten en gaan ook graag op de foto met ons.

Niet veel later maken we het tegenovergestelde mee. We bestellen soep bij een eettentje. Ze zegt dat het 10.000 dong kost. Als we moeten afrekenen is het ineens 20.000 dong. Hé, dat hebben we niet afgesproken. Het vrouwtje vindt van wel en begint hysterisch te krijsen. Het loopt uit de hand en in 'no-time' staan er tientallen mensen om ons heen. Wij houden ons rustig en weten niet echt wat te doen. Dan zie ik iemand zijn telefoon gebruiken en niet veel later staan er twee politiemannen. Maar die weten zich ook geen raad met de situatie. We hebben een impasse. Het vrouwtje en haar buurvrouw bij wie we cola hebben gekocht blijven gillen en onze armen vastpakken. Het soepvrouwtje begint nu zelfs te huilen van frustratie. Het gaat ons niet om die 10.000 dong, maar om het feit dat je wordt afgezet als toerist. En zij weet dat ze fout zit, want de omstanders keren zich nu ook tegen haar. We verstaan er natuurlijk niets van, maar de wijzende vingers, de boze blikken en een hoop geschreeuw en gedoe bewijzen dat er echt sprake is van oplichting. We waren hiervoor al gewaarschuwd. Na bijna een half uur van heen en weer geschreeuw en onhandige pogingen van de politie om de boel te sussen, blazen we met veel moeite toch de aftocht. De menigte om ons heen wordt via een megafoon gevraagd uiteen te gaan. Jeemig, dit was best heftig. We praten er nog lang over na terwijl we een pagode bezoeken en weer kalmeren bij het gezang van een monnik. Ons karma is weer gezuiverd...of werkt dat niet zo?

Lekker kontje, lekker ding, tot ziens, neuken in de keuken”, zegt Tuu. We zitten in Xuan Trang restaurant lekker te eten en krijgen gezelschap van een Vietnamese brommergids. Hij heeft een schriftje vol met aanbevelingen van vorige reizigers. We doen het. Morgen gaan we met hem een brommertrip maken over het platteland. Zo kom je nooit aan je rust toe......

Het is nog vroeg als ik achterop stap bij Tuu en met Edwin en Gerben op een eigen brommers (met Janneke achterop bij Gerben) de stad uitrijden. Het is wel even andere koek het rijden hier. We meldden al eerder dat er geen verkeersregels zijn in Vietnam. Dat is op zich niet erg, zolang je niet zelf rijdt. Maar als je dan op een kwetsbaar brommertje het verkeer op je áf ziet komen en vanaf links en rechts !!! Poeh!

Al snel zijn we uit de stad en rijden we door rijstvelden, kleine dorpjes, langs een rivier, naar de lokale markt. Joh, das helemaal niet raar een dooie eend, of varkenspootjes. In het dorpje is ook een 'museum' waar een 76 jarige vrouwtje met rooie tanden van het 'beetle nut' kauwen met veel overgave ons demonstreert hoe de rijst wordt verbouwd en vis wordt gevangen. Wat een wijffie! Ze was volgens mij vroeger actrice. We tuffen verder over het platteland naar een klooster waar zowel monniken als nonnen wonen. Er klinkt gezang, chanten genoemd, waarbij er gebeden wordt en op muziekinstrumenten worden gespeeld. Het geeft een heel serene sfeer. Edwin maakt opnames van de gezangen, ik denk om er later nog eens bij te mediteren. We sjeesen door naar een berg vol dennenbomen. Vanaf hier hebben we prachtig uitzicht over de rivier. Om ons heen staan ook een handvol betonnen bunkers, gemaakt door de Amerikanen. In deze regio is woest gevochten. We zijn ook niet ver van de DMZ, de Demilitarized Zone.

De mijnen zijn gelukkig opgeruimd en we kunnen veilig (wat is veilig als je achterop zit op een brommertje in je korte broek en een wazig helmpje?) hier rondlopen. Tot slot bekijken we nog een graftombe van een keizer en de beroemdste pagode van Vietnam. En hoe ze wierook maken en de bekende Vietnamese kegelvormige hoeden. Die we uiteraard niet kopen, want dat is zo onhandig meenemen. Het was een geweldige dag!

Nu snel douchen en tas inpakken en dan nemen we (weer) een nachttrein. Deze keer zijn we slim en regelen we zelf de kaartjes bij het station. Scheelt een bom duiten. En we hebben een flesje wodka bij ons. Volgens Lock en Janneke slaap je dan beter. En zij kunnen het weten. Ze hebben de Trans Siberië express ooit gedaan. Spreken jullie morgen weer als we in Hanoi zijn, de hoofdstad van Vietnam.

Alle foto's van Hué: http://www.flickr.com/

dinsdag 6 oktober 2009

Watersnood in prachtig Hoi An

Dag 342, 6 oktober, Hoi An

Hoi An; we komen er om half 6 an...... Na onze nacht op het dunne matje in de trein lopen we volkomen fris door dit stadje. Het is op dit vroege tijdstip nog wel lekker rustig en redelijk koel. Blijven we hier slapen of gaan we in de loop van de dag weer verder? De minibusjechauffeur maakt het niet uit en rijdt ons op zijn gemakkie langs een paar hotels. “Nee, we gaan toch over een paar uurtjes weer verder. Waar kunnen we onze onze bagage laten?". vragen we. De chauffeur zegt dat hij ons later in de middag wel terug naar het treinstation wil brengen en de bagage kan in zijn busje blijven. Eerst maar even ontbijten. Het stadje is een paar dagen geleden getroffen door een tyfoon en het water heeft 2 meter hoog gestaan in de huizen. De mensen zijn net een beetje klaar met de modder weghalen en schoonmaken van de straten. Winkels zijn vandaag weer voor het eerst open. Hoi An is normaal gesproken het mooiste stadje van Vietnam waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan. Als we de gevolgen van de overstroming wegdenken, is het inderdaad een prachtig rustig en authentiek stadje waar we helemaal los gaan met fotograferen. Prachtige vrouwen met die typische rieten kegelvormige hoeden. En wat een schitterende historische gebouwen. Het lijkt wel of we in een filmset zijn aangekomen. Vietnam was ooit Frans en dat merk je nu nog steeds aan de stokbroodjes, croissants, brede boulevards met Franse namen en de architectuur.Om één uur brengt de chauffeur ons keurig netjes zoals afgesproken terug naar het station van Da Nang waar we direct de trein nemen naar Hué.

Dit stukje trein is gelukkig niet zo lang, maar drie uurtje. En we zitten met onze koninklijke billetjes op een soft seater. Heerlijk!

maandag 5 oktober 2009

Face your fears in Na Trang

Dag 341, 5 oktober, Na Trang

Tuurlijk durf je het! Als je het na 15 minuten niet leuk vindt krijg je je geld terug.” Mascha wordt weer geconfronteerd met een 'try before you die' situatie: een duik maken in de Chinese zee! Voor iemand die een half jaar geleden nog nooit gesnorkeld had, is duiken helemaal een enge onderneming. Ze kreeg het vroeger al benauwd van de onderwater scènes van Bay Watch... Maar ze gaat ermee akkoord! Morgen gaan we een proefduik maken; 35 minuten onder begeleiding van een instructeur naar een diepte van zo'n 8 meter.

De wekker gaat weer irritant vroeg vandaag, 7.15 uur worden we opgehaald door Coco Dive Center. Op de boot krijgen we basisinstructies over de werking van duiken en hoe je moet ademen. 'Hoe je moet ademen', klinkt vreemd hé, maar je zuurstof halen uit de lucht is een iets andere belevenis dan uit zo'n zuurstoffles. Eerst nog even snorkelen om op te warmen en daarna krijgen we alle toebehoren voor een échte duik. Lood om je middel, fles op je rug en dan vooruit kijken en het water instappen. De eerste stap is gemaakt, we liggen nu officieel in het water te dobberen. We krijgen de eerste opdrachtjes en gaan langzaam maar zeker naar één meter diepte. Niet spannend voor een geoefend duiker, maar erg stoer voor een eerste duik. Ik heb al eens voor mijn verjaardag een duikles gekregen van Mascha dus ik mag al wat dieper. Na 20 minuten paniekaanvallen gaat Mascha eindelijk ook als een trein. Het is echt een superstoer gezicht om haar zo diep onder water te zien duiken (hand in hand met de instructeur). De oppervlakte is niet eens meer zichtbaar. Gerben en Janneke zijn ook lekker aan het duiken en hebben al een licentie waarmee ze direct dieper mogen gaan. En ook over de temperatuur horen we ze niet klagen, de Vinkeveense plassen zijn een stuk kouder. Helaas ook dit keer weer geen schildpadden :-(

Rond half 2 's middags staan we weer aan wal en de rest van de middag proberen we wat te internetten en moeten we onze tassen pakken, want we nemen de nachttrein naar Da Nang vanwaar we Hoi An zullen bezoeken. Dit ligt in de streek die een paar dagen geleden hard getroffen is door de tyfoon. Vrij irritant is nog wel dat we door het hotel echt flink belazerd worden bij de aankoop van de treinkaartjes. “We hanteren alleen een toeslag om de treinkaartjes te halen” zegt de vrouw achter de balie. “Ja ja”, wat al erg is dat we 4 euro (20%) per kaartje toeleggen op de treinkaartjes om ze dus 'te laten halen'. Maar wat we later ontdekken is dat we niet de beloofde soft-seats hebben, maar de hard-seats die veel goedkoper zijn dan ons toegezegd is. “Dat $#%@& mensch!” mompelen we praktisch tegelijkertijd in koor. Bij deze dus even terug dissen: haal gewoon zelf je treinkaartjes en laat je niet omlullen door allerlei verkooppraatjes of bevreesde lange rijen voor de kassa! We verbleven bij hotel Phu Quy 1, mocht je er langsgaan, doe ze de groeten en zoek een ander hotel... grrrr!

Op een matje van 1,5 millimeter proberen we in een schuddende trein te slapen. Het lukt toch nog wel aardig. Om 4 uur in de nacht maakte Janneke ons wakker. “We zijn er bijna”, zegt ze zachtjes. Weer een nieuwe dag....De beurse plekken op mijn schouders en heupen negeer ik maar.

zondag 4 oktober 2009

Tunnelvisie in Saigon

Dag 337 tm 340, 1 tm 4 oktober, Saigon / Ho Chi Minh City

Met een V.I.P. Bus! Hi haa – vol verwachting klopt ons hart en kijken we uit naar een fijn busritje van Phomh Penh in Cambodja naar Saigon (of officieel Ho Chi Minh City) in Vietnam. Maar we zijn op wereldreis en dus gaat niets zoals je verwacht; met vijf man zitten we heerlijk te zweten en te schudden op de achterbank. Geen beenruimte, wel de herrie van de airco, maar niet de koelte en de vijfde persoon is een oudere man die al een week zijn 'gerritje' niet heeft gewassen. Nee, ik voel me geen 'very important person', hooguit te groot voor mijn zetel!

De grens over naar Vietnam gaat verder zonder veel problemen. Stempeltje erbij en we zijn in ons 21e land. En dan zien we na een uurtje de borden die aangeven dat we Ho Chi Minh City inrijden. Heb dan vooral niet de illusie dat je er bijna bent, want met 4 miljoen bromfietsen is de stad een complete chaos. Regels gelden niet in een land waar de politie met een glimlach en een handvol 'Dong' om te kopen is. Het lijkt overigens ook alsof ál die brommers de hele dag rondrijden puur om de gevestigde reputatie hoog te houden. Maar na een half uur hebben we de laatste zenuwslopende 10 kilometer achter ons en zijn we op onze bestemming. We sluiten een leuke deal bij een hotel en samen met Gerben, Janneke, Jeroen en Annemarie checken we in. Diezelfde avond drinken we een paar biertjes en spreken we ook nog af met een Nieuw Zeelands stel – David en Emma – die we eerder in Rio de Janeiro hebben ontmoet. Met behulp van Facebook hebben we de Kiwi's in de gaten kunnen houden en hier kruisen onze wegen weer.

Zullen we het bezoek aan de Viet Cong tunnels met of zonder een bezoek aan de Cao Dai tempel combineren?”. We doen mét, want de Cao Dai religie is werkelijk uniek . Het is een combinatie van bijna alle denkbare religies in de wereld waarbij het Boeddhisme, Confucianisme en Katholicisme de basis vormen. De kerken zijn bijzonder kleurrijk en laat er nou vandaag ook een belangrijke dienst zijn die we kunnen bijwonen. Wat we nog niet weten is dat de busrit ernaartoe vier uur zal duren, we op 10 km afstand van de grens met Cambodja zijn waar we gisteren het land zijn binnengekomen en we slechts 20 minuten de tijd hebben om die tempel te bekijken!. Gelukkig hebben we gedurende die rit wel een 'plaspauze' van 40 minuten. We stoppen daarvoor bij een fabriek, type sociale werkplaats, waar ze het huismerk lelijke schilderijtjes van de Blokker maken en verkopen voor prijzen die de Nederlandse adviesprijs minimaal 10 keer overstijgen. Gelukkig weten we ook nog niet hoe ontzettend NIET boeiend het bezoek aan de Cao Dai tempel zal zijn. Weet je wat, ik sla dat stuk gewoon lekker over en ga verder met de tunnels, het meer geslaagde onderdeel van ons schoolreisje.

De tunnels stammen uit de tijd van de Vietnam oorlog. De gids vertelt trots dat de tunnels nu al twee keer verbreed zijn. Tenzij de Viet Cong (Noord-Vietnamese Communisten) 2 meter lang en 20 centimeter breed was bedoelt hij waarschijnlijk dat de tunnels twee keer verhoogd zijn, iets waar we zeer erkentelijk voor zijn. Want de tunnels zijn toentertijd zeker niet gemaakt om lange logge dikke Westerlingen de toegang te verlenen. Juist niet, Amerikanen begrepen niets van de aanvallen uit alle hoeken en gaten. We kruipen op handen en voeten door de 100 meter lange tunnel op zo'n 8 meter onder de grond en krijgen een minimale indruk hoe het moet zijn geweest in een tunnelstelsel van een paar honderd kilometer. Het is ongelooflijk waar aan gedacht is bij de bouw ervan: watertoevoer, riolering, luchtcirculatie en hier en daar zelfs valkuilen met dodelijke punten mocht de tegenstander de tunnels vinden. Ook waren er posten voor gewonden, slaapruimtes, ruimtes om aanvallen te coördineren en dit alles onzichtbaar voor het oog.

Alles gebeurde ondergronds in een gebied waar de Amerikanen zo'n 500.000 ton bommen op hebben gegooid. Dat heeft uiteraard ook veel slachtoffers gemaakt Van de 16.000 Vietnamese soldaten in dit gebied hebben uiteindelijk maar 5000 het overleefd. We krijgen al een aardig beeld, maar we kruipen echt in de huid van de Viet Cong door te schieten met een AK47!! In de verte hoorden we de knallen al, maar nu we op het schietterrein staan is het oorverdovend. Ik heb nog nooit met een pistool of machinegeweer geschoten en dit lijkt me een buitenkansje om te proberen. We kopen 10 kogels; vier mag ik wegschieten, Gerben vijf en Mascha wil er toch ook wel één proberen. Het is echt een kick om zo'n krachtig wapen in je handen te hebben, de adrenaline schiet door mijn lijf heen! Ik ben resoluut tegen oorlog, maar dit is toch wel een machtige ervaring.

Na gisteren hebben we een rustig dagje ingepland voor vandaag. Lekker de stad in om wat te winkelen.. We lopen over een markt waar we knettergek worden van de opdringerige verkoopsters en snel gaan we weer de straat op. Uiteindelijk moeten we nog opschieten ook als we het War Remnants museum willen bezoeken. Het museum blijkt een heel emotionele confrontatie met de slachtoffers van de Vietnamoorlog. Alle beelden en verhalen over gewonden en doden die toen vielen bij aanvallen met Napalm of fragmentatiebommen, maar nog meer de slachtoffers van nu.

Omdat de Amerikanen slecht tegen hun verlies kunnen, hebben ze uiteindelijk chemische wapens ingezet; het ongelooflijk giftige Agent Orange. Een ontbladeringsmiddel om zo de vijand beter te kunnen zien, die zich verstopten in de dichte jungle. Een theelepel is voldoende om een hele stad uit te moorden (slechts één van de neveneffecten van Dioxine, het belangrijkste bestanddeel van Agent Orange), weet echter dat Amerika tienduizenden liter over Vietnam heeft verspreid. Het gevolg? Naast de vele doden die direct vielen worden er nu nog steeds kinderen geboren met zeer ernstige afwijkingen. De beelden zijn echt heel schokkend, maar tik in Google images maar eens 'agent orange victims' in en oordeel zelf. (klik hier om direct naar Google te gaan met het resultaat) Dit zijn geen photoshop effecten!!!!! Op straat in Saigon hebben we kindertjes gezien die gewoon naar school gingen met zulke verminkte gezichten of missende ledematen. De ouders hebben vaak geen geld of kunnen geen verzekering betalen om de tumoren weg te laten halen. En één keer raden, de Amerikaanse overheid ontkend uiteraard dat deze verminkingen het gevolg kunnen zijn van de inzet van Agent Orange!

De laatste dag al weer in Saigon. Mascha en ik zijn fanatiek en besluiten in ochtend toch nog het Independence Palace te bezoeken. Vanuit dit paleis hebben de Zuid Vietnamezen de oorlog aangevoerd. Het is nu een museum en wordt af en toe nog gebruikt bij officiële gelegenheden. We krijgen een rondleiding langs alle prachtige zalen en het woongedeelte van de President. Het museum is nog in de originele staat van 1975. We sluiten af bij de kelders waar de President schuilde als ze werden aangevallen door de Viet Cong. Een hele antieke verzameling van radio's en zendapparatuur staat er uitgestald. De tanks die werden ingezet om de Republiek te val te krijgen staan er ook nog steeds. Achterop een brommer (billen samengeknepen, ogen soms dicht) scheuren Mascha en ik snel weer terug naar het hotel, we moeten opschieten. Over een uur pakken we de trein naar Na Trang.

http://images.google.com/images?q=agent+orange+victims
http://en.wikipedia.org/wiki/Reunification_Palace