donderdag 16 mei 2019

Lovely Libanon


Een nieuw land, zon en het lekkere eten. Mij leek het een perfect verjaardagscadeau en gelukkig was Marnix er blij mee. Transavia vliegt tegenwoordig 3 keer per week en lekker goedkoop naar Beirut. Of het er veilig is? Ja, dat werd ons vaak gevraagd. Maar wat is veilig nog tegenwoordig? Ik heb me in ieder geval niet één keer onveilig gevoeld.

Sterker nog, waar zeggen militairen op het vliegveld nog “welcome” tegen je. En we zijn heel vaak ‘welkom’ geheten. De Libanezen zijn blij dat er toeristen komen en oprecht geïnteresseerd in het waarom van je keuze voor hun land. En ze beseffen maar al te goed dat de reputatie van Libanon niet al te best is. Misschien is de vrede fragiel en kan het vuur elk moment weer oplaaien, maar dat heeft wel tot gevolg dat er bij de bevolking een drive heerst om elke dag maximaal te leven.  In Libanon was tussen 1975 en 1991 een burgeroorlog. In 2006 was er nog een kortstondige oorlog met buurland Israël. De situatie bij de andere buurman Syrië bracht het land 2 miljoen vluchtelingen.
Uit Palestina kwamen na de Tweede Wereld oorlog 500.000 vluchtelingen die niet meer zijn weggegaan. En de eigen bevolking bestaat maar uit 4 miljoen Libanezen.
Kortom, een bijzondere geschiedenis en een precaire toestand anno nu. Maar, wat een prachtig land! En wat een aardige mensen. Er is veel te zien. Het éten, laten we vooral het eten niet vergeten. Goddelijk. Dus wil je ook naar Libanon; ik raad het je sterk aan. Wij zijn er 5 hele dagen en halen daar alles uit. We verblijven in een Airbnb dat centraal ligt en het geeft ons het gevoel dat we ‘locals’ zijn. Ik ben ook jarig op de reisdag naar Libanon, dus een fles Libanese wijn wordt snel opengetrokken. Later meer over deze wijn.
> Op dag 1 is onze eerste bestemming het National Museum. Bekijk bij binnenkomst eerst de film die vooral de geschiedenis van het museum zelf uitlegt, want wat het museum heeft moeten doorstaan tijdens de burgeroorlog is niet niets. Het is een wonder dat er nog stukken uit de oudheid bewaard zijn gebleven bij zoveel bombardementen tijdens de oorlog. Zien dus, dat museum. Oh en vergeet de kelderverdieping niet. Daarna lopen we naar de Pigeon Rocks, een bijzondere rotsformatie voor de kust van Beiroet. Je zou denken dat dit veel mensen trekt, maar we zijn de enigen hier. Als je gaat lopen in Beirut, weet je trouwens wel zeker dat je de volgende dag strakke kuiten hebt. Het ligt tegen de heuvels en dat voel je. Dat het ook 31 graden is, voel je ook. Wat nog meer opvalt, is de enorme hoeveelheid wolkenkrabbers, torenflats, hoogbouw (vaak nog in aanbouw). En de meesten staan leeg. Vreemd, maar later leren we dat er veel (corrupte) investeringen worden gedaan in onroerend goed. De gemiddelde Libanees heeft in ieder geval niet het geld om te wonen in deze luxe appartementen.
> Dag 2; een andere must do: doe mee met de stadstour van Alternative Tour Beirut. Deze is niet elke dag, maar op woensdagen en zaterdagen. Je hoeft je niet aan te melden, gewoon om 10:30 verschijnen bij de trappen van Saint  Nicolas. In zo’n 4 uur (inclusief stops voor drankje en lunch) word je door de stad geleid door Mohammed en krijg je een inkijkje in het echte leven in Beiroet. Niet de saaie praatjes over oude kerkjes, maar een realistische tour door 4 wijken met elk hun eigen geschiedenis, dagelijks leven en de verhalen van de bewoners. Heel erg verhelderend! Check de site om te zien op welke dagen deze tour is. De trip eindigt trouwens bij Hotel St. Georges waar een zwembad met poolbar, zicht op de jachthaven en een koud biertje je doet vergeten dat je net 4 uur hebt gewandeld. Ook wordt de tour van Walk Beirut aangeraden, die weer op andere dagen gaat.
> Dag 3; de natuur in (en wéér vroeg op). We gaan hiken in het noorden, richting Tripoli. Via Instagram stuitte ik op een account van een groep Libanezen die bijna wekelijks de bergen in trekt voor een hike. Libanon heeft volop natuur, je kunt er zelfs skiën in de winter, want bergen genoeg. Aanhaken bij de groep van Lebanon Outdoor Activities was via WhatsApp zo gebeurd en met een busje rijden we zondagochtend in een kleine twee uur in de Valley of Quadisha rondom Kfarsghad (Meziara). Hier start een hike van 12 kilometer dwars door het bos, de heuvels, soms steile bergpaadjes (echt klimmen!) en langs een waterval. Naast dat het heel mooi is, is het vooral erg leuk met de groep Libanezen die zo ontzettend aardig en belangstellend is. We stoppen nog bij een rivier voor snacks en genieten enorm van deze dag. We zijn alleen niet echt gewend aan het lopen van steile paadjes en strompelend komen we aan bij het eindpunt waar keurig het busje naar toe is gekomen dat ons terugbrengt naar Beiroet. We houden leuk contact over aan deze trip.
Daarover later meer. Dus hier nog een tip: boek een trekking met de mensen van Lebanon Outdoor Activities, contactpersoon is Victor. Top organisatie! Je hebt een geweldige dag, ziet wat van het land en bent ook even de drukke stad uit.
> Dag 4; cultuur! De moeder van onze Airbnb-host wil ons voor een net bedrag wel een dagje op pad nemen naar Baalbek. Hier gaan ook veel georganiseerde toertjes naar toe en je kunt ook zelf een ‘mannetje’ regelen, maar dit was wel zo makkelijk voor ons. Bovendien had ik wat horrorverhalen gelezen over roekeloze chauffeurs die 120 km per uur door de bergen sjezen, terwijl ze op hun telefoon zitten te klooien. Deze moeder klooit niet op haar telefoon, maar ook zij rijdt goed door! We beginnen met een stop langs de weg voor een typisch Libanees ontbijt. Verse kaas met honing opgerold in dat overheerlijke Libanese brood. Yummie. Dan onze eerste bezienswaardigheid; de ruïnes van de historische stad Anjar, een UNESCO Werelderfgoed plek. Anjar is rond 700 gesticht als handelsstad, een rustplaats voor de karavanen die de verbinding tussen Damascus (Syrië) en de Middellandse Zee onderhielden. Ook hier hebben we weer bijna de gehele site voor onszelf en we schieten foto’s bij oude Romeinse bogen, restanten van tempels, torens en poorten. Impressive! En dan door naar Baalbek. De stad met de grootste Romeinse ruïnes! Het was een belangrijk religieus centrum onder keizer Augustus. De tempels gewijd aan Jupiter, Bacchus en Venus trokken vele duizenden bezoekers. En de restanten van deze tempelcomplexen zijn echt zo indrukwekkend.
Dat komt door de enorme afmetingen van de gebouwen met die gigantische pilaren. Steenhouwers vóór de Romeinen bewerkten in Baalbek al de grootste en zwaarste blokken steen ter wereld van ongeveer 10 meter lengte, 5 meter hoog en 3-4 meter diep en meer dan 450 ton per stuk. Later bouwden de Romeinen er die enorme tempels bovenop. Mega! Ik ben er gewoon even stil van. Kijk anders even hier voor mooi beeldmateriaal
We hebben nog niet gegeten en het is al wat later in de middag als we toch nog eerst even snel Chateau Ksara bezoeken. Weet je nog dat we op mijn verjaardag een fles Libanese wijn open trokken. Nou, die komt hier vandaan. In de Bekavallei is volop wijnproductie en nog lekker ook. Je mag de ‘caves’ bezoeken en je krijgt  aan het einde de wijnen te proeven. En die vallen goed op een lege maag en dalen snel in de spierpijnbenen. (ik kan nauwelijk nog lopen van al drie dagen bergje op, bergje af in Libanon). Dus nu eerst eten; Rita brengt ons naar restaurant Al Khan al Makssoud. Waar we wéér heel lekker en teveel eten. Ik leer het ook nooit. Als we teruggaan naar Beiroet zien we langs de weg plastic huisjes, honderden! Vervallen, kapot. Hier wonen de Syriers, gevlucht uit hun land dat hier nog geen half uurtje rijden vandaan is.
’s Avonds bezoeken we de Armeense wijk (Bourj Hammoud), waar we de beste hummus eten bij Abou Hassan en halen we daarna een afzakkertje in de wijk er naast (Armenia Street), in een straat vol met barren, happy hours en feestende Libanezen. Wat een contrasten op één dag!
> Dag 5 en onze laatste dag. Tijdens de hike van afgelopen zondag ontmoetten we Sanaa, een meisje uit Beiroet. Ze vond dat we toch echt Byblos moesten bezoeken en -hoe toevallig-  zij zou er vandaag toch heen rijden, dus we mogen met haar mee. Onderwerg kletst ze volop over de geschiedenis van Libanon, de oorlog, het leven nu met al deze verschillende religies en het eten. Ook zij stopt onderweg en propt ons vol met Kaakeh, Libanees brood met zaatar, een specialiteit die ze ons perse wil laten proeven. In Byblos scheiden onze wegen en gaan wij ook hier de ruines bezoeken. Byblos is een historische Fenicische havenstad en ontzettend oud, zelfs een van de langst bewoonde steden ter wereld. Archeologen gaan ervan uit dat Byblos al ruim 7.000 jaar geleden werd bewoond.
Het heeft een schattig haventje, het is rustig (waar zijn toch die toeristen?) én een strand. Hier ploffen we eerst even neer. Daarna bezoeken we de ruines, die ook weer erg tof zijn om te bekijken. Nog even snel te lekker eten bij Khan Jbeil en dan met de Uber terug naar Beiroet. Uber gebruiken is trouwens heel makkelijk in Libanon. We gaan de tas inpakken en weer met een andere Uber naar het vliegveld. Helaas we gaan weer naar huis. Ik was nog niet helemaal klaar met Libanon, er is nog zo veel dat we nog niet hebben gezien of gedaan (Grotten, Tyre, Sidon, de moskee, goed opstap gaan, nog meer eten). Maar ook nog zo veel meer te leren over de situatie. Het was weer geweldig, mede dankzij het geweldige gezelschap :-) ❥❥❥


Ps vlak na onze trip zond NPO3 twee uitzendingen uit van Danny Goossens, een journalist afkomstig uit Libanon, gevlucht op zijn 15e, die teruggaat om te zien hoe het nu met het land gaat; de Slag om Libanon 

dinsdag 14 augustus 2018

Het kan in Kirgizie (en Kazachstan) deel 1

- Wat zeg je: Kirgiziëstan?
Nee, Kirgizstan. Het land wordt ook wel Kirgizië genoemd. Of Kyrgyzstan
- Geen idee waar dat ligt, bij Georgië in de buurt? (Wie is de Mol-kijkers?)
Nee, veel verder in Centraal Azië, dus bij de andere – stan landen zoals Oezbekistan en Turkmenistan
- Oh okay…*verwarde blik* En wát kan daar dan?
Nou, gewoon zelf rondreizen! In een 4x4.
- Maar is dat dan niet gevaarlijk? En waar slaap je dan?
Dat zien we wel als we er zijn…

Feiten zijn: een jong land, want sinds 1991 officieel geen onderdeel meer van de USSR. Ingesloten door China, Kazachstan, Oezbekistan en Tadzjikistan. De helft (!) van het land ligt boven 3000 meter, 93% is berg, het is vijf keer groter dan Nederland en er wonen 6 miljoen mensen. En er gebeurt niet zo veel… Tenminste, zo op het oog. Want we hebben er 3 weken doorheen gereisd en het was één groot avontuur.

Voorbereiding? Lonely Planet Central Asia, de Bradt Kyrgyzstan, een grote papieren wegenkaart van Gizimaps. Maar ook een Russisch woordenboekje, een Point it, een extra telefoon voor een Kirgizische simkaart, een satelliettelefoon, gedownloade Google Maps offline kaarten. Een EHBO doos.
Het weer? Omdat we een auto hebben gehuurd, neem ik royaal spullen mee in mijn rugzak. Warme kleren, koude kleren, van muts tot bikini. Slippers en bergschoenen. In de hoofdstad Bishkek is het bloedheet. Later op hoogte is het een keer 3 graden. Sneeuw en strand op één dag, het kan in Kirgizstan.

Dag 1 en 2; Bishkek, de hoofdstad. Logeren in een Airbnb, een appartement op de 8e etage in het centrum
We zijn er! De uren wachten in Moskou zijn weer snel vergeten. Tijd om op ontdekking te gaan, geld te wisselen en sightseeing. Een bezoek aan de Osh Bazaar is echt een must, maar we zijn gewaarschuwd. Het stikt ervan de zakkenrollers en de ‘politie’ wil steeds je ID checken. Het is ook oogsttijd, dat betekent struikelen over de watermeloenen. Maar ook abrikozen, frambozen; emmers vol. Kirgizstan is ook een broodland. Ronde broden, altijd wit, in enorme stapels met blozende Kirgizische vrouwen achter de kramen. We hebben geluk; we worden niet gerold en geen fake police die ons lastig valt. We eten ’s avonds onze eerste Kirgizische en zelfs vegetarische noodles; laghman. Engels spreken ze niet hier, dus Google Translate voorkomt dat we stiekem toch schaap krijgen. Vanuit ons appartement kijken we uit op besneeuwde bergtoppen. We doen groots inkopen in de supermarkt op de hoek, nu het nog kan.
Dag 3 – Bishkek – Toktogul – 272 km. 6,5 uur (snelheid 41 km per uur gemiddeld). Logeren in een homestay Rahat Guesthouse
De auto die we hebben gehuurd via Travelland en nu gaan ophalen is een gigantische 4x4 Toyota Sequoia. Even wennen, het is een automaat, maar ook wennen aan de rijstijl van de Kirgiezen. Inhalen vlak langs je, geen richting aangeven, gewoon stoppen en wegrijden zonder te kijken; dat werk. Oh, ja en ‘minor detail’: we kunnen niets lezen hier, want het Cyrillische schrift is voor ons abracadabra. Gelukkig rijdt Marnix als eerste, de held! Eenmaal de stad uit en richting onze eerste bergen, wordt het al snel erg ‘chill’. De omgeving is nu al indrukwekkend. De eerste hoge pas over, de weidsheid, de hoogte, en dan zien we een knalgeel camperbusje met een knalgeel kenteken; Nederlanders! Ik schat ze ruim in de 70, en ze vertellen dat ze uit Nederland via o.a. Kazachstan hier heen zijn gereden. En wij maar denken dat wij iets heel stoers aan het doen zijn!
De weg is bijzonder, want we zien kuddes paarden, schapen, een herder, eindeloze vlaktes, bergen, de eerste yurts, blauwe meertjes. En nog iets wat nu al grappig is, elk bord dat aangeeft dat er een steile weg volgt, zegt dat het percentage 12% is. De hele vakantie blijven we deze 12% borden zien. Zeker kwantumkorting gekregen? In Toktogul logeren we bij Rahat guesthouse waar oma met behulp van de vertaal app op haar telefoon ons wegwijs maakt. We lopen nog even naar de bazar en eten in een restaurantje waar we met heel veel moeite iets kunnen bestellen, omdat wij de kaart niet kunnen lezen en de serveerster ons niet snapt. We krijgen toch een minuscuul visje en sla (en brood uiteraard). Oh ja, en het is 35 graden….

Dag 4  - Toktogul – Arslanbob – 310 km  - 5 uur (62 km per uur gemiddeld) . Slapen in een homestay bij Ibragim en zijn familie via CBT (Community Based Tourism).
“Welkom in Oezbekizstan” zegt mijn telefoon. We zijn er niet echt, maar schuren zo dicht langs de grens, dat we het buurland bijna kunnen aanraken. Deze tocht vandaag is niet zo heel spannend, want de weg is redelijk goed naar Arslanbob. Het wordt wel uitdagend ín dit kleine bergdorpje. Het paadje naar het huis van Ibragim is zo steil, dat we voor het eerst de 4x4 inzetten. Met zweet op de rug manoeuvreert Marnix ons naar deze CBT-homestay bij de oud-leraar Duits en zijn vrouw en kinderen en kleinkinderen. We lummelen wat in het dorp, koelen ons bier in de wilde rivier en eten bij Ibragim fantastische dumplings. Voor de tweede keer slapen we in twee aparte bedden. We schuiven ze maar naar elkaar toe. De haan schijnt in een donker hok gestopt te zijn, om hem te foppen en ons niet om 05:30 wakker te kraaien. Het harde bed van planken en dekens bevordert onze nachtrust niet.

Dag 5 – Arslanbob – een wandeldagje
Ibragim tekent op een papiertje de route naar de grote waterval. Het kan niet missen zegt hij, als je de bergen maar aan je rechterkant houdt. Maar na 5 minuten lopen snappen we het al niet meer en vragen we de weg aan zijn dorpsgenoten. Het pad gaat langs en soms door riviertjes met ijskoud water. Charmant steek ik deze over. Het is heet en we hebben uiteraard weer te weinig drinkwater meegenomen. Maar lang leve de Kirgiezen, want een familie in een oude Lada haalt ons in en even later zitten zij te picknicken en ontkomen wij er niet aan met hen te eten en te drinken. Eten in de vorm van watermeloenen. Wat een timing!! Met de jonge vrouw uit de familie ben ik in no-time Insta vrienden. Ze blijven foto’s maken van ons, lachen zich rot om/met ons en gaan dan over op de wodka! Weigeren is geen optie. Met de vier oude mannetjes van halverwege de zestig jaar uit de familie doen we de laatste supersteile klim naar de waterval omhoog. De vrouwen blijven beneden. Handig dat ik een Russische naam heb die de Kirgiezen makkelijk kunnen onthouden. “Mascha, Mascha go go!!” Met veel lawaai jutten ze me op naar boven. Als een tomaat zo rood kom ik aan op de top. Eén van de mannetjes, de met die korte pootjes en gouden tanden, slooft zich uit door ineens push-ups te doen! Zonder shirt aan.

Dag 6 – Arslanbob – Kazarman – 228 km - 6:15 u. Slapen in een homestay via CBT
De weg staat bekend als een extreme uitdaging, dus we twijfelen of we ‘m gaan nemen. Hij is maar een paar maanden per jaar open, je hebt persé een 4x4 nodig, er zijn talloze haarspeldbochten, afgronden, er kunnen wegverschuivingen plaatsvinden, je gaat de Kaldama Pass over van meer dan 3000 meter. En je komt er geen hond tegen. Ibragim zegt: you have strong car. Dus we gaan. En ja, het is een avontuurlijke rit. Stalen zenuwen heb je hier wel nodig. De weg is slecht, maar we houden ons goed en verbazen ons over de variatie in het landschap. Hoe leg je uit dat een compleet leeg gebied waar bijna niemand woont, toch zo veel indruk maakt. En als er al iemand woont in een yurt, vraag je je af waarom in godsnaam hier je yurtje neerzetten, want ‘hier is toch helemaal niets’. 
We komen geen restaurantjes tegen, geen tankstations, niets. Lunch hebben we meegenomen, en langs de kant van de weg smeer ik het ronde brood met (van uit NL meegebrachte) sambal en wat lokale kaas. Na uren hobbelen komt Kazarman in zicht, in de winter volledig afgesloten.
Kazarman is een dorp van niets, maar we gebruiken het ook echt alleen maar als tussenstop. In de homestay wordt uitgebreid voor ons gekookt, we liggen weer in twee aparte bedden. De wc is een hokje buiten. Er is ook een Deens gezin te logeren. Pap, mam en een 11-jarige jongen. Zij zijn komen fietsen uit Denemarken. Ik herhaal, zij zijn komen fietsen uit Denemarken! Ze kamperen meestal langs de kant van de weg. Respect, want met de auto hier reizen is al pittig.

Dag 7 - Kazarman – Song-Kul-lake – 166 km 3 uur – Slapen in een yurt in een yurt kamp
Het Song Kulmeer ligt lekker hoog, op 3016 meter. De weg ernaar toe is natuurlijk weer eentje voor in de boeken. Een adres hebben we niet, maar rondom het enorme meer liggen verschillende yurt kampjes voor toeristen. Het kan niet missen, er is maar één weg. Onze eerste yurtovernachting! Voor Marnix is het een nieuwe ervaring. Het  bed is duidelijk niet gemaakt voor zijn lange benen. Op de grond ligt een kleedje dat veel te klein is om de koude grasgrond helemaal te bedekken. We schuiven de bedden weer tegen elkaar aan en vragen extra dekens. Want we zijn op hoogte en het kon wel eens ijzig worden. Bij het meer is net een soort demonstratie gaande van Kirgizische sport/spellen;  polo ter paard met een geitenkop als bal (of was het nou schaap). Het ziet er luguber uit. Ook touwtrekken is blijkbaar populair hier. De jongens en mannen op de paarden zien er mooi uit, robuuste koppen, met verweerde wangen van het klimaat. Het levert mooie plaatjes op.

Het meer nodigt ook uit om te mijmeren en de weidsheid van de omgeving te aanschouwen. De zonsondergang maakt het idyllische beeld compleet, zeker als er nog een enorme kudde schapen terugkomt naar ‘stal’. Er wordt voor ons gekookt, ondertussen stookt iemand in onze yurt het kacheltje op. De wc is een stuk verderop, een gat in de grond met wat planken, de badkamer is ook buiten, een houten paal met een bakje met een spiegel en wat druppels water om tanden te poetsen. Hier zijn doet ons beseffen hoe zwaar het leven is als je hier echt woont. Met niets in de omgeving, alleen de dieren, de yurt, de wind, en altijd die slechte wegen. En dan moet de winter nog beginnen….En ja, de nacht was koud, het bed keihard (planken met wat lappen) en om 05:25 moest ik plassen, dus naar buiten…een prachtige zonsopgang als  beloning.

Dag 8 - Song Kul – Naryn, 144 km - slapen in homestay via CBT
Geen lang rit vandaag, maar wel duizelingwekkend. Wij rijden hier onze persoonlijk record haarspeldbochten! Tientallen bochten achter elkaar een diep dal in. Ik blijf me erover verwonderen, dit landschap, en de mensen die er kunnen leven. Dan is daar Naryn, een stadje in het grote niets op 2000 meter. We melden ons bij het CBT om te vragen naar een slaapplaats. Een medewerker rijdt met ons mee om te weg te wijzen. We worden naar een oud communistische flatje gebracht waar een omaatje open doet. Ze heeft een appartementje leeg naast haar waar we kunnen verblijven, met een keukentje en een slaapkamer ..met twee losse bedden. Matrassen op de grond dus. We gaan maar even het stadje verkennen, maar dat is in 2 tellen wel gebeurd. Er is wel een supermarkt en we scharrelen wat eten bij elkaar, want de (enige) plaatselijke snackbar heeft alleen shoarma.

Dag 9 - Naryn – Tash Rabat – 107 km, slapen in een yurt in een yurt camp
Tash Rabat is geen dorpje, althans, niet meer. Hier was vroegere een karavanserai en de overblijfselen daarvan zijn nu een toeristische attractie. Verwacht nu niet gelijk drommen met mensen, het blijft natuurlijk Kirgizië. We bezichtigen de ruïnes van wat ooit tijdens de glorietijden van de Zijderoute handel een opslag-en beschermingsfort vormde voor de reizende handelaren. Een groep van zo’n 15 familieleden slaat iets buiten de ruïnes een picknick op en nieuwsgierig lopen we langs hen. We worden uitgenodigd mee te eten en krijgen eerste rang aan het enorme picknickkleed. Oude mensen zitten hier eerste rij, hoe jonger hoe later je mag eten (en je dus alleen de restjes krijgt). Het in stukken gehakte schaap is nog over van gisteren, van het offerfeest. Ik krijg maar met moeite uitgelegd dat we geen vlees eten en kauw wat op een broodje. Het gesprek loopt niet zo soepel, want we delen geen gemeenschappelijk taal, maar er wordt wel keihard gelachen. Als de oudste man richting Marnix naar zijn keel wijst en er op klopt, weet ik hoe laat het is; hij moet mee gaan drinken. Ze zijn moslim, maar dit is het overblijfsel en slechte invloed van de Russische tijd. Hij wordt mee gesleept naar hun auto waar ‘ie uit vieze borrelglaasje heerlijke wodka mag drinken.
Nadat we afscheid hebben genomen, maken we een wandeling door het rivierdal en komen uiteraard weer niemand tegen. Terug in het yurt kampje voetballen we nog met de twee zonen, maar óf het ligt aan onze leeftijd, óf aan de hoogte, maar we hijgen als twee oude steppe-merries.

Dag 10 - Tash Rabat – Naryn, via de Chinese grens, de Torugart Pass, slapen in zelfde homestay
Terug naar Naryn via dezelfde weg zou logisch zijn, maar.... wij kiezen ervoor een uitgebreide omweg te nemen die ons bijna China in leidt en waar Google Maps het spoor compleet bijster is. De weg naar de befaamde Torugart Pass richting de Chinese grens staat vol met vrachtverkeer. Wij willen China echt niet in, maar het weggetje lángs de grens vinden we pas na heel veel zoeken. Vervolgens rijden we dik twee uur langs prikkeldraad, drie rijen dik. Ook hier komt de 4x4 weer van pas, want de weg is eigenlijk een droge rivierbedding die je soms wel ziet en soms niet. We rijden dus op gevoel, en dat is best spannend, want we komen niemand tegen! Heel soms in de verste verte een yurt en met wat geluk een groepje paarden, maar verder is het compleet leeg. Op een gegeven moment beginnen we ‘m wel een beetje te knijpen, want rijden we eigenlijk wel goed? We kunnen ons niet oriënteren op de omgeving, op bergkammen of de stand van zon (een scouting-verleden zou nu wel handig zijn geweest). En zit er niets anders op dan te blijven rijden waar wij denken dat de weg is. Er lijkt geen einde aan te komen, en als we dan eindelijk, na nog meer bochten, hobbels, stenen, modder en verre uitzichten eindelijk weer in de buurt van Naryn komen zijn we vooral toch wel trots dat we dit rondje extra toch maar weer geflikt hebben.

Dag 11 - Naryn - Tamga (Issuk Kul Lake) 
Ook vandaag hebben we weer de keuze, een onmogelijk pas met zware beproevingen, of toch maar buiten om en wat relaxter rijden. Marnix wil de moeilijke weg, ik de makkelijkere. Het wordt het laatste. Het is tenslotte ook vakantie. Maar denk nou niet dat het nu ineens geen gehobbel meer is, het blijft wel Kirgizië We laten na een tijdje de bergen achter ons en rijden naar beneden, naar het grote Issik Kul meer en dan is daar het strand. En het lijkt echt op een kustlijn, met zand en mensen die zonnebaden. En heel veel (vergane glorie) hotels. We moeten maar liefst 20 cent betalen voor het parkeren aan twee parkeerwachters van een jaar of zes. Logeren doen we in Tamga, bij Tamga Guesthouse. We willen eigenlijk nog de bergen in, en de eigenaresse vertel in haar beste Russisch dat we daar echt prachtige uitzichten gaan zien, maar als we onderweg zijn regent het zo hard en de weg is zo steil, dat we alleen de waterval van Barskoon beklimmen en dan omkeren. Morgen weer een dag. We slapen als roosjes in onze twee aparte bedden na een heerlijk diner in het guesthouse.
WORDT VERVOLGD!

maandag 13 augustus 2018

Deel 2, Kirgizie en Kazachstan, the road trip continues..

Dag 12 van  Tamga naar Karakol 90 km
Okay, we doen wat we ons zelf beloofd hebben, de bergen in. Vandaag is het veel beter weer en we hebben goede energie. Dag waterval van Barskoon, we rijden je nu voorbij hoger de bergen in. Hoewel we inmiddels wel wat gewend zijn, is deze weg weer onbeschrijfelijk. Steil, smal, enorme scherpe bochten. Er staat dan ook een groot bord aan het begin met "Warning! Danger! Unpaved road ahead, reduce speed. Extreme conditions of cold, snow, mud, rock slides, avalanches. No assistance available." Okay *slik* Dit is de A364 naar Kara-Say, een weg waarvan alle gidsen zeggen dat deze echt niet te nemen is. Onze autoverhuurder raadde de weg ook af. Gelukkig is het beginstuk nog wel-te-doen-soort-van. Het hoogste punt waar wij aan voorbij komen is de Barskoon Pass, op 3819 meter. En hoewel de zon schijnt, is het buiten ijskoud!! Omgeven door besneeuwde toppen, een blauw meer. Bittere wind. En dan in de verste weer een yurt, een herder op een paard. Hoe verzinnen ze het toch om hier te gaan wonen. We besluiten om te keren, sturen de 4x4 weer naar beneden. Staan een paar doodsangstjes uit en komen even bij een wilde rivier. En dan hop, door naar de Seven Bulls, een roodgekleurde rotsformatie die uit zeven grote bulten bestaan. Bijzonder plekje en ook een prima lunchplek. Vanaf hier is het niet ver meer naar Karakol, een provinciaal stadje. Hier logeren we bij een Nederlander die samen met zijn Kirgizische vrouw het heerlijke Riverside guesthouse runt. In Karakol stikt het van de toeristen die vanuit hier treks en hikes doen in de bergen rondom Karakol. Ook zijn er 'overlanders', mensen die reizen vanuit Europa in stoere voertuigen. Het centrum heeft veel terrasjes en hippe koffietentjes zoals Karakol Coffee. Eten bij Lovely Pizza was trouwens niet echt zo 'lovely'. 

Dag 13 van Karakol naar Jyrgalan 61 km, uurtje
André, de eigenaar, geeft ons en goede start met een fijn ontbijt en maant ons te haasten. Het is immers veemarkt vandaag in Karakol. Een van de grootste in de regio, met honderden paarden, koeien, schapen. Hoewel we beter al om 05:00 er hadden kunnen zijn, is er ook rond 8 uur nog volop bedrijvigheid.  We vallen wel op. De Kirgiziërs zijn niet zo spraakzaam en leggen verlegen contact. Ik ben dol op markten, zeker zoals deze met mekkerende geiten en loeiende koeien. We rijden weer verder, naar Jyrgalan. Een dorpje van niks, tegen de grens met Kazachstan aan.  Maar met goede marketing.  Wij zijn volgens mij de enige toeristen in het dorp vandaag. Prachtig wandelen hier langs de rivier, over ruig terrein, waar we alleen een jonge herder met paard en kudde schapen tegenkomen. En een prachtig oud vrouwtje met wie ik een wonderlijk 'gesprek' heb over sieraden en rimpels :-) Eten doen we weer in de homestay (er zijn geen restaurants in dit dorp) en uiteraard hebben we weer twee aparte bedjes.

Dag 14 Van Jyrgalan naar Kazachstan, naar Saty, 180 km
We gaan gewoon de grens over! Nou ja, helemaal gewoon ging dat niet, want de weg naar de grens, naar Karkara, die toch een goede weg zou moeten zijn, is hobbelig, stenig, rotsig en steil. Maar dan doemt de grens toch echt op en komen we eigenlijk heel soepel in Kazachstan aan. Stempeltje, controle van de auto, grappen over voetbal, het standaard verhaal. Maar geen corruptie of andere impertinente vragen. En wat zo gek is, Kazachstan is meteen heel vlak, ruim, leeg. In het eerste beste stadje gaan we op zoek naar een bank voor nieuw geld en rijden we verder richting Saty. Na inchecken in de homestay gaan we op pad gaan richting het Lake Kaindy. Deze weg overtreft alle wegen tot nu toe! Dit vereist stuurmanskunsten die je in Nederland niet eens kan oefenen! Door water, 14% omhoog, schuin over rotsen. Tuurlijk, doen we! Lake Kaindy is zo bijzonder, want door een aardverschuiving is een meer ontstaan waar de bomen nog in staan. Door de hoogte en het schone water rotten de stammen niet en geeft het een heel mysterieus sfeertje. Terug in de homestay dollen we wat met de dochter van de eigenaresse, krijgen we weer (teveel eten) en...slapen we in één bed!

Dag 15 Via Caryn Canyon naar Almaty, 282 km, 4,5 uurBizar! Ik mis één schoen. We moesten de schoenen onder het afdakje laten staan, en nu is er eentje weg. De hond heeft het gedaan, zegt de eigenaresse. Mijn goede bergschoen! Gelukkig heb ik nog gympies. We maken een kleine detour via de Caryn Canyon, waar we het toch niet aandurven om met onze auto ook echt IN te rijden (de weg gaat loodrecht de kloof in!), ik wil liever lopen. Ook dat is doodeng naar beneden om mijn griploze sneakers. Deze canyon is vergelijkbaar met de Grand Canyon, alleen is het hier niet vol met toeristen. Maar met de rode en oranje kleuren, de grootte; het is net zo indrukwekkend. Fotogeniek ook! Totally Instragrammable :-) En na dit bezoekje crossen we naar Almaty (of Alma-Ata), met ruim 1,8 miljoen inwoners de grootste stad in het land (de hoofdstad van Kazachstan is trouwens Astana, maar die naam is in 2019 ineens veranderd in Nur-Sultan, vernoemd naar de afgetreden president). We logeren in een Airbnb, in een oud-flatgebouw, maar het is er binnen modern, er is Netflix en een mega shopping-mall nabij. We eten in een Koreaans waar heel veel paardenvlees op het menu staat....

Dag 16 Almaty
Een dagje city sightseeing. Echt mooi is deze stad niet. Ooit horende bij de Sovjet-Unie zijn de gebouwen uit die tijd lomp en beetje grauw. Het is zoeken naar een beetje historie.
Winkelen kan bij Mango en alle andere bekende merkenwinkels. De markt is wel weer wat interessanter, met heel veel zuivel producten, en heel veel (paarden)vlees.
Ook willen we de grote moskee nog bezoeken, maar daar mogen we als ongelovigen niet in. Helaas!

Dag 17 Almaty - Bishkek, 235 km De route naar Bishkek is eigenlijk een beetje saai. Geen noemenswaardigheden. Enige dat erg vreemd is, dat we bij de grens apart worden gezet. Ik moet de auto uit en me scharen bij de locals die te voet de grens oversteken. Marnix blijft bij de auto. Beetje gek dat we elkaar een tijdje niet zien (en ik best ver moet lopen). We zijn ook wel weer blij in Kirgizië te zijn. We logeren in een groot huis met tuin (waar we maar een nacht blijven, want wéér aparte bedden kan ik echt niet aan, dus verkassen we de volgende dag alweer.)

Dag 18 t/m 21 Bishkek en omgeving
Zolang we de huurauto nog hebben, profiteren we ervan, dus crossen we naar Ala Archa National Park ongeveer 40 km ten zuiden van de Bishkek. Heerlijk dagje hiken in de  natuur, onze laatste! Tot  aan de Broken Heart Rock gaan we. Helemaal naar de de waterval vinden we net te ver. Bovendien moet de auto retour vandaag. Toch een beetje spannend, want hopelijk geen problemen achteraf. Zo hebben we niet gezegd dat we in Kazachstan zijn geweest. Wel melden we de problemen met de auto, want de achterklep ging bv niet meer open (heel onhandig met onze bagage). De verhuurder rekent nog wel wat geld voor het (laten) schoonmaken van de auto - de auto ziet er ook écht niet uit, vol klonten aarde, modder, stof. Een taxi haalt ons op bij de verhuurder en rijdt ons naar de markt. De chauffeur vindt het geweldig ons in zijn auto te hebben en doet stoer door alle hoofdsteden op te noemen van landen die wij zeggen. We gaan naar dezelfde markt die we in het begin van onze reis ook hebben bezocht. Gek, hoe anders je er nu rondloopt. Veel relaxter, we snappen het nu meer en het is nu niet meer vreemd of spannend. In Kirgizië vieren ze op 31 augustus Independence Day. De reden waarom we alweer terug zijn in de stad, omdat we de festiviteiten niet willen missen. Het grote plein, Ala-Too Square, is het toneel van parades, optredens en heel veel mensen die het willen meemaken. Het doet erg aandoenlijk aan. Gezinnen, kids met ballonnen. Een enorm podium, met nationale muzikale sterren. Maar hoewel het groots is opgetuigd, zijn de mensen wel serieus en is er niet echt sprake van feestvreugde. En dan onze laatste dag, we shoppen nog wat souvenirs, luieren bij het zwembadje bij ons hotel. En dan is het klaar. Een taxi brengt ons naar het vliegveld. De weg er naar toe is zwaar beveiligd, maar dat komt door de aankomende World Nomad Games, die we helaas mislopen. Dag Kirgizië, je was geweldig! Wat een roadtrip! Wat een intensieve reis! het landschap, de wegen, de mensen. Echt een 1000% aanrader! En Mighty Marnix, je was weer het allerfijnste gezelschap! 

donderdag 21 december 2017

The Gambia; kerst en kokosnoten

Een kort verslag deze keer; een weekje Gambia met kerst. Omdat het kan, het er warm is, het maar 6 uur vliegen is, én maar een uurtje tijdverschil. Met wel het ‘Afrikagevoel’. Mits je weggaat van het resort (Senegambia Beach) aan het strand.

En dat hebben we natuurlijk gedaan! We regelen een chauffeur, Lamin, en hij neemt ons en een vriend van hem een paar dagen het binnenland in. Vanuit een terreinwagen zien we het Gambiaanse platteland, soms nog rieten hutjes. We steken de grote rivier over met een overbeladen veerpont. Lamin maakt van de gelegenheid gebruik om door het dorp te gaan waar zijn familie woont. 


 De kleuren, de geuren! Ook bezoeken we het vissersdorp Tanji (met een heel andere geur :-), de markt in Banjul en maken lange strandwandelingen. Een echt kerstgevoel hadden we niet, een vakantiegevoel des te meer.

Gambia, het wordt niet voor niets de ‘Smiling coast of Africa’ genoend. Wat een joviale en humorvolle mensen! Heerlijk vakantieland en als je toch wat avontuur wilt, dan ligt dan allemaal voor het oprapen op een paar uur rijden van je paradijsje aan de kust. GO Gambia!

vrijdag 20 oktober 2017

Zeven redenen om naar Jordanië te gaan

“Typical Jordan engineering! Welcome to my country!”  Deze woorden spreekt de eigenaar van het hotel uit als wij ons ’s avonds melden bij de receptie. We moeten er van bijkomen; onze rit in de huurauto in het stikdonker van het vliegveld naar de stad Madaba. We vonden het spannend, vooral omdat er ontzettend veel onverwachte hoge snelheidsheuvels op de weg liggen die je echt niet zag aankomen, er tot twee keer toe iemand achteruit reed op de ‘snelweg’ en er een hond overstak. Of was het toch een babykameel. Had gekund, want de volgende dag zien we dat we in een grote rotsige zandbak zijn beland. Welcome to Jordan!

Het eten


De eerste reden om naar Jordanië te gaan; het eten. Onze kennismaking met de Jordanese keuken begint goed, want in Haret Jdoudna restaurant staat er wijn op de kaart. Eigen wijn, dus in Jordanië geproduceerd en hij is nog best lekker ook! En we bestellen teveel overheerlijke gerechten, waarvan we niet kunnen ophouden met eten; hummus, baba ganoush, fattoush, falafel, het verse brood met za’tarkruiden, baklava. En het houdt de rest van de week ook niet op. Kun je 6 kilo aankomen in zes dagen…..?

Cultureel en historische bezienswaardigheden

We rijden via Mount Nebo naar de Dode Zee. Mount Nebo is de plek waar Mozes, volgens de Bijbel (Deuteronomium 34:1), voor hij stierf op de leeftijd van 120 jaar, uitkeek over het Beloofde Land, nadat hij zijn volk veertig jaar lang door de wildernis had geleid.

Ik ben niet gelovig, maar voel wel de enorme historische waarde van het gebied. Op berg Nebo kijken we in de verte uit op Jericho, Hebron, Jeruzalem. Daar ligt ook een deel van onze cultuur. Reden nummer twee dus; cultureel en historische bezienswaardigheden.

Drijvend zwemmen

De Dode Zee is het laagste punt ter wereld, zo’n 395 meter onder zeeniveau. We hebben geen zin om voor veel geld in een duur hotel te verblijven, dus gaan we naar een public beach. Je kunt namelijk niet zomaar overal de Dode Zee in plonsen, want de kustlijn is rotsachtig en steil. En dus bijna onmogelijk om in het water te komen. Bij de hotels, en die paar public beaches zijn strandjes gemaakt en zoetwaterdouches. Het drijven en dobberen in het extreem zoute water is echt heel leuk én heel raar. Je kunt zelfs op de buik dobberen! Na 20 minuten begint de huid te kriebelen en moeten we echt zoet water in; de douche en het zwembad.

Petra
We rijden diezelfde dag door naar Petra. De afstanden zijn niet heel groot in Jordanië en in de namiddag komen we aan. Ik hoopte nog ‘Petra by night’ te kunnen doen, maar dat is niet vandaag, dus we gaan (weer) lekker uiteten en zorgen dat we topfit zijn voor morgen.
Het is te doen, Petra in één dag, maar reken wel op een lange, zware dag. Al vroeg lopen we naar dit wereldwonder. Het duurt even voordat je er écht bent, na de toegangskassa is het eerst een vlak stuk lopen. Je kunt dit ook per paardje doen, het aanbod is enorm. Iemand vertelde dat er voorheen zo’n 5000 bezoekers per dag kwamen, nu zo’n 1000. Dat is vanwege de onrust in de regio, waar Jordanië ook last van heeft.

Dan na 25 minuten doemt de smalle kloof op met de reusachtig hoge wanden in de rode kleuren. Hij is 1,5 km lang en tot 200 m diep en op de smalste plaats slechts 2 m breed. Aan het einde van de kloof is daar dan de Schatkamer. Deze ken je vast wel van de foto’s. Het is indrukwekkend en bijzonder en bizar tegelijk. Na dit wonder kun je de rest van de dag ‘los’ in het gehele gebied van Petra, met nog talloze andere overblijfselen van deze stad, zoals het theater, graftomben, offerplaatsen etc.
Wij gaan naar het Klooster, bovenop een berg, wat een pittige klim is, maar wat ook waanzinnige plaatjes oplevert. Lang leve de selfiestick. Onderweg worden we aangemoedigd door lokale verkopers die water of sinaasappelsap verkopen: “Take a break, take a Kitkat”. Voor het donker wordt verlaten we Petra en strompelen we terug naar ons hotel. Wat een dag!

Rode Zee
Marnix heeft goede ervaringen met snorkelen in de Rode Zee, aan de Egyptische kant, dus we gaan voor een snorkeltripje in Akaba, helemaal in het zuiden. Misschien is het omdat we net uit één van de zeven  Wereldwonderen  komen, maar Akaba is ons iets te druk en toeristisch. Het snorkelen valt ook tegen, ik heb mooier koraal gezien en het water is ook een beetje fris, maar het is wel weer een toffe ervaring. De bootjongens, 5  stuks, verzorgen ons (4 toeristen) heel goed met lekker eten en zelfs dansjes en liedjes. Dat wij ook mee moeten dansen, vind ik dan weer wel heel leuk, maar Marnix schikt zich snel in de rol van fotograaf
J.

Woestijn Wadi Rum
Chillen op het strand is  er niet bij, want we worden de volgende dag om half 10 verwacht in het dorpje Wadi Rum. Daar laten we de huurauto staan en stappen we voor twee dagen in een open jeep, de woestijn in. We hebben dit geregeld via Rum Stars Camp. Dit is het gedeelte van de vakantie waar ik het meeste naar heb uitgekeken. En ze stelt niet teleur; de warme rode, oranje en gele kleuren, de extreme rotsformaties, de dramatische zonsondergang, de overvloedige sterrenhemel ’s avonds in het kamp (met vallende ster), het brengt mij echt terug op aarde en het geeft me een besef van nietigheid als klein mensje in deze surrealistische ruimte.  Hier voel ik me ook zo ver van Nederland en alles wat wij kennen aan stress en drukte. En als we aan een bedoeïen vragen wat hij zou doen als hij verdwaalde, waar hij dan bijvoorbeeld water zou gaan vinden zegt hij doodleuk: “You die here”. Duidelijk.

Er is een mooie route terug naar het noorden en we zijn getipt over een engszins goedkoop luxe hotel aan de Dode Zee voor nog wat chillen en relaxen. Helaas is de prijs inmiddels gigantisch gestegen en gaan we op zoek naar een goedkoper alternatief. Ze zijn hier streng met het meenemen van eigen drinken en eten en de tassen gaan bij de entree door de scanner. De fles wijn die we accijnsvrij in Akaba hebben gekocht laten we dus maar in de auto. Dat zal in de kokende zon wel glühwein worden…We dompelen nog een keer in het extreem zoute water en in het heerlijke zwembad. We hebben tenslotte vakantie hahahah.

Landschap
Onze laatste dag klimmen we naar het Panoramic Complex. Vanaf daar zie je in de verte de Dode Zee liggen en is er een klein museum. We nemen haarspeldbochten van zo’n 15% .

Ik hou van dit soort routes; spannend, droog, ruig, rotsig, fotogeniek. Het heeft alles wat we in Nederland niet hebben. In Madaba zijn we nog net op tijd om de beroemde 6de-eeuwsevloermozaïek, die een kaart van Palestina voorstelt met de Dode Zee en een deel van de Nijldelta, te bekijken. En dan valt al weer vroeg de avond. We doen nog laatste inkopen, vooral veel za’tarkruiden en anijsthee, slapen even kort en vliegen op een onchristelijk tijdstip uit dit 1001-nacht sprookje.
Graag voeg ik nog een achtste reden toe om naar Jordanië te gaan; de vrolijke, open en vriendelijke mensen die je welkom heten, lachen en de sfeer van onze reis met 1001% hebben verhoogd! Shukran!

donderdag 27 juli 2017

¡Me gusta Colombia!

Of we wel voorzichtig doen? Tuurlijk! Colombia heeft niet zo’n beste reputatie en Derk Bolt was ook nog maar net terecht, en toch gaan we er gewoon heen. Want de ándere verhalen die we horen, over de prachtige natuur, de lieve mensen, de afwisseling in het landschap, hebben ons al lang over de streep getrokken.

Bogotá, onze landplaats, charmeert niet direct. Op 2700 meter hoogte, met een grijze lucht en soms een waterig zonnetje start onze reis nogal koud. Zo’n 12 graden is dan wel weer perfect voor een fietstochtje door de stad. In 5 uur krijgen we een snelcursus over-de-stoep-rijden-door-een-miljoenenstad en veel info over Colombia. Op de markt proeven we vruchten die ik echt nog nooit heb ik gezien. Van sommige vertrekt je gezicht, zo zuur, andere zijn beter te doen. Lulo heeft de mooiste naam. Ook koffie is typisch Colombiaans, en hoewel de beste bonen het land verlaten, treft Marnix toch een lekker bakje ‘tinto’ aan bij een lokale branderij. Maar we leren meer; ooit van tejo gehoord? Het is een spel waarbij je een loden kogel in een bak klei werpt, en dan – als je goed bent- precies op het kartonnetje met kruit zodat er een flinke knal ontstaat. Je hoort er ook veel bier bij te drinken. Dat laatste lukt ons dan nog het beste hahaha. Botero, de beroemde Colombiaanse schilder en beeldhouwer van dikke figuren, heeft zijn eigen museum in Bogota waar we nog even naar binnen gaan. En na nog wat slenteren door de stad, laten we Bogota voor wat het is.

Tijd voor de zon in Cali, zo’n 500 km naar het zuiden. Deze stad, bekend van het beroemde kartel dat de (drugs)oorlog verklaarde aan Escobar, is niet bepaald een toeristenbestemming. Er is weinig te zien, alles draait hier om salsa. Cali wordt zelfs de ‘
salsa capital of the world’ genoemd. Wij logeren bij een geweldig stel in hun luxe Airbnb-appartement en na lekker sterke mojito’s op hun rooftop terras, nemen ze ons mee de stad in voor een dansje. Al snel kom ik erachter dat de salsalessen in Nederland echt voor jan-lul zijn geweest, want hier heb ik er niets aan. Ik doe een dappere poging, en kijk er leuk bij, maar deze ‘caleño-stijl’ beheers ik niet. Om van het dansen (en de nodige drank) te herstellen, nemen de Airbnb-jongens ons de volgende dag mee naar de rivier (Rio) Pance, waar zo’n beetje heel Cali op zondag recreëert. Koud water, kleine omaatjes die er een duik nemen, tropische omgeving, veel snackverkopers en een gemoedelijke sfeer; een perfecte ochtend hier.

Van Cali naar Manizales is het 5 uur met de bus, maar onze buschauffeur zegt dat hij het in 3,5 uur kan. Wij, naïef, denken dat deze bus minder stops maakt, en daarom dus sneller is. Maar helaas, met 100 km scheuren we over de kronkelige bergweggetjes naar 2150 meter hoogte. De omgeving is prachtig, want we zijn in het koffiegebied van Colombia, ook wel Zona Cafetera genoemd. Nou ben ik geen koffiedrinker, maar kan wel genieten van het landschap met die steile groene heuvels. Had het alleen liever met 60 km per uur gedaan. Om bij te komen, regelen we bij aankomst een taxi naar een hotspring. Water uit een vulkaan stroomt hier in baden en is zo’n 41 graden. Het proeft superzuur, maar hier een paar uurtjes dobberen is wel erg relaxed!

Brokkenpiloot gaat downhill
Het  Parque Nacional Natural Los Nevados ligt in de buurt van Manizales en in een vlaag van verstandsverbijstering leek het me een goed idee om hier te gaan downhill mountainbiken. Enerzijds om Marnix tegemoet te komen die graag actief/sportief wil doen (en ik indruk wil maken) en anderzijds omdat het gewoon een
prachtig natuurgebied is. Idee? Van 4138 meter naar 2150 meter in 30 km afdalen. Wacht ff! Je zegt dus ruim 2 hoogtekilometers dalen? Tja, hoe moeilijk kan dat zijn? Met gemak baan ik me elke dag een weg door de urban jungle van Den Haag met trams, nog slapende fietsers, vrachtwagenchauffeurs en opgefokte automobilisten. Dan kan ik dit toch ook? Maar enigszins bibberend – al komt dat vooral omdat het maar 8 graden op de top is en er een ijzig windje waait- klim ik op mijn mountainbike met teveel versnellingen. Ik krijg wat tips groot en klein verzet en voor ik het weet zijn de twee gidsen, een Ier van 21 jaar en Marnix al keihard aan de afdaling begonnen. Onverharde weg, zand, stenen, kiezels, modder, gras. Wetende dat ik de sloomste ben, probeer ik wel harder te gaan maar oei wat eng. Nog maar 29,5 km denk ik, volledig verkrampt van angst. En dan is genieten van de omgeving er echt niet meer bij. Ik maak een fout, een verkeerde combi van remmen en sturen en vlieg door de lucht. Met een klap stort ik ter aarde en blijf maar stil liggen. Iets kapot, behalve mijn ego? Hmm, bloed, kapotte jas en knie. En elleboog en bovenbeen. Lang leve de helm. De rest van de lange afdaling hou ik me groot, maar terug in Manizales komen toch de schriktranen. Overheerlijk uiteten en een flink glas rum cola maken het wel weer een beetje goed.

Vanaf Manizales vliegen we in piepklein vliegtuigje in een half uurtje naar Medellín. De stad van Escobar. We hebben alle afleveringen van Narcos op Netflix gezien en dan in die stad zijn waar het zich vooral afspeelde is wel heel tof. Maar we laten de toeristische Escobar-tripjes links liggen. We geven ons geld en tijd liever uit aan een dagtripje richting het platteland naar het koloniale stadje Sante Fe de Antioquia. En aan lekker eten, Plaza Botero, de Botanische tuinen, pina coladas in het hippe wijkje El Poblano en de kabelbaan. Kabelbaan?
Ja, Medellin ligt in een vallei en de arme wijken liggen op hoogte tegen de heuvels aan. De kabelbaan, het openbaar vervoer eigenlijk, gaat echt rakelings over de huizen in deze krottenwijken van Medellín. Fascinerend!  Medellín voelt rustig, hip en modern. De metro werkt geweldig, is schoon en geen enkel moment voelen we ons ergens onveilig. Nou zoeken we het gevaar natuurlijk ook niet op, maar toch, er is geen enkele reden om hier bang te zijn. En eerlijk gezegd valt Colombia sowieso mee. Mensen zijn lief en vriendelijk, we worden nergens lastig gevallen.

Na een paar dagen vliegen we naar Santa Marta, aan de Caribische kust. Dit is de oudste nog bestaande stad in Colombia en is in 1525 gesticht. De straatjes in het historisch centrum zijn schattig en ’s avonds is het een drukte van jewelste met mensen die flaneren over de pleintjes en terrasjes. We zijn hier eigenlijk maar om één reden en dat is ons tripje de volgende dag naar het National Park Tayrona dat hier bijna twee uur rijden vandaan ligt. “Only 8 minutes walking to bus stop”, zegt de receptionist van ons koloniale hotel. Hij vergeet even dat wij niet gewend zijn aan 37 graden én we twee rugzakken meesjouwen. Eerlijk waar, we zijn kletsnat van het zweet als we bij de bushalte aankomen. De bus naar Tayrona rijdt net weg helaas. Maar dit blijkt dan weer goed nieuws, want de eerste die erna aankomt, is nog helemaal leeg en kunnen we de beste plek kiezen. Laatkomers moeten staan in dit kokend hete koekblik op wielen. We worden afgezet langs de kant van de weg en moeten nog een flink stuk omhoog lopen naar ons hotel Villa Maria. Maar wat we dan zien is echt geweldig! Paradijsje! Het zwembad is deze middag van ons! Uitzicht over de jungle en daar beneden ligt de Caribische zee! ‘s Avonds drinken we nog ijskoud bier op dat strand, waar we verlangend naar de enorme golven kijken. Daar gaan we morgen in!

Tijd voor actie: we gaan in de ochtend een trekking doen naar de baai van Cabo Juan, in het National Park Tayrona. Eerst een stukje met een bus naar de ingang van het park, dan volgt er een ingewikkeld gedoe met kaartjes en polsbandjes, dan nog een busje in het park richting het startpunt. Heen en terug is het 5 uur lopen, zeggen ze. En het park gaat dicht om 17:00 uur. Geen tijd voor getreuzel, hop hop. Al snel is duidelijk dat dit een uitputtend tripje wordt, vanwege de hitte én het klimmen. Gelukkig is het prachtig. Nee, meer dan prachtig zelfs. Hier bestaat het leven uit drie kleuren; blauwe lucht en oceaan, wit zand en groen groener groenst van het regenoud. Oh, en een vierde kleur; knalrood; onze bezwete tomatengezichten. En dan na 2,5 uur lopen is daar die baai, Cabo Juan, de mooiste van Tayrona! En nog tig andere mensen, bijna geen schaduw en tja, mag ik eerlijk zijn als ik zeg dat het een beetje een domper is. Tuurlijk jumpen we nog in de zee om het zweet af te spoelen en maken we de gebruikelijke selfies. Maar helemaal ontspannen? Niet echt. Bovendien, we moeten ook het hele takke-end nog terug, dus na een ijskoud drankje hobbelen we weer terug de jungle in, horen nog aapjes, crossen we weer over riviertjes en klauteren als berggeitjes over rotsblokken. Ruim op tijd verlaten we het park weer, onderhandelen het eelt op onze tong voor twee brommerritjes terug naar ons hotel (blijf het toch altijd spannend vinden achterop de brommer bij een local) en dan is daar die zee bij ons hotel. Waanzinnige hoge golven, die mij in één keer omver trekken, alsof ik door de zeewasmachine ga (ik schuur mijn been open). Voel me wel weer helemaal 'alive’. Marnix is een grote dare devil en duikt wel keer op keer de enorme golven in. Twee regenbogen en een onbestemd aantal biertjes later kun je ons opvegen. Morgen naar Cartagena…..

Cartegena: we like mucho! Dat het toerisme in Colombia nog relatief nieuw is blijkt wel uit het gebrek aan goede transporten tussen plekken waar toeristen graag naar toe gaan. Daar valt nog een wereld te winnen. Maar het lukt ons nu ook weer een bus te regelen die niet via Santa Marta, maar rechtstreeks naar Cartagena gaat. En wat is Cartegena leuk! Een ommuurd historisch centrum met huizen in elk denkbare kleur, toffe pleintjes, imposante witte kerken, straatverkopers, de Caribische zee om de hoek, en geweldige restaurants en winkels. Cartegena: we like mucho! En hier komen we ook een beetje tot rust, want we hoeven niet zo veel meer. Behalve dan nog een snorkeltripje bij Isla del Rosario. De aangeboden boottripjes rondom de eilanden schijnen allemaal vreselijk commercieel te zijn, dus wij kiezen voor een professionele trip vanuit een duikschool.  Okay, hoewel het koraal nogal dood is en er niet superveel visjes zijn, was een dagje op een bootje, een eilandje en zwemmen in heel warm water zeker geen straf. En als het dan tijd is, na een laatste bakje koffie en mango juice, om dan echt de tas te pakken en naar het vliegveld te gaan, denken we maar één ding: NEEEEE, we willen nog blijven! Colombia, die (nog) meer toeristen wil trekken met de slogan; the only risk is wanting to stay had geen betere tekst kunnen bedenken. Want eng, gevaarlijk en onveilig is het zeker niet, maar er willen blijven is inderdaad het grootste risico! Gracias! En een dikke gracias voor mijn reislief: You made it even more special! Een bescheiden bijdrage van die reislief:
Wauw! Vol verbazing lees ik bovenstaand verhaal. Herinneringen komen boven en ben bij elke zin ben ik aan het nagenieten. Zoveel moois meegemaakt in een relatief korte periode. Het is maar een korte samenvatting van 17 dagen vertoeven in een fantastisch land. En helemaal eens met Mascha, we wilden nog veel meer genieten. Dus Colombia is een echte aanrader! En dan ook nog met deze globetrotter eerste klas op pad, voor de eerste keer. Het was echt fantastisch!