dinsdag 26 januari 2010

Brommeravontuur in Padangbai

Dag 453 en 454, 25 en 26 januari 2010, Padangbai

Pandanbai is de plek op Bali vanwaar de ferry en de snelle boten de overtocht maken naar Lombok en de eilanden van Gili. Op de Gili eilanden is geen pinautomaat, gelukkig kunnen we de portemonnee bij de ATM hier vullen. Hopen we. Denken we. We proberen alle passen drie keer, maar roepia's uitspugen doet 'ie niet. En dat verklaart ook het grote aantal mannetjes dat zich rondom de pinautomaat ophoudt. “No sir, no international possible. Only international ATM in Kungklung. I take you for 80.000 (zes euro). Gekke henkie, ik ga niet met een wildvreemde in de schemer naar een dorp met de naam Kungklung op zoek naar een pin, terwijl hij wéét dat ik veel geld ga pinnen. Nee, wij zijn niet voor één gat te vangen. Eerst moeten we maar de beslissing nemen of we de snelle boot nemen die er een uur over doet en 60 euro per persoon kost of dat we de langzame ferry-bus-kleine boot combinatie kopen van 10 euro en zo'n negen uur. Dan weten we ook hoeveel geld we nodig hebben.

In de ochtend kunnen we weer helder denken en nemen we het wijze besluit eerst maar te kijken of de pinautomaat in Kungklung het wel doet. En hoe we er heen gaan? Op een gehuurde brommer natuurlijk! Ik vertelde al eerder dat het verkeer in Indonesië er, op zijn zachts gezegd, nogal ongecontroleerd en wild aan toe gaat. Dubbele inhaalmanoeuvres, hoge snelheden in onoverzichtelijke bochten en veel getoeter om niets. Edwin heeft nu nog mijn nagels in zijn zij staan en hij is doof van mijn gegil, maar ik geef toe dat 'ie ons 'boelkloedig' naar Kungklung heeft gestuurd.

De pin is snel gevonden en na vier keer achter elkaar pinnen (je kunt niet hele grote bedragen in één keer opnemen) hebben we genoeg om het even uit te houden op de Gili's. Op mijn kaart zie ik een klein weggetje dat via de bergen ons terug leidt naar Pandangbai. Helaas geeft het kaartje geen hoogteverschillen aan en loop ik dus sommige stukken naar beneden, terwijl Edwin al wegglijdend op zijn slippers de brommer door gaten en kuilen zo'n 15% steil naar beneden probeert te rijden. Nou, wie weet was het wel 20%, want ik ken wel de wegen in Frankrijk in de Alpen bijvoorbeeld waar dan waarschuwend een bordje staat met 'pas op steile weg, rem op de motor, 10%' en dat is lang zo steil niet als dit bergpaadje. En er hangt een donkere wolk boven ons en..ah shit, dan begint het nog te regenen ook. Alle ingrediënten voor een samengeknepen-billen-tochtje zijn nu aanwezig. Ogen dicht, schrap zetten en Edwin gewoon vertrouwen. Dat het op Bali nog zo spannend zou worden.....

Applaus voor mijn ventje die ons zonder problemen weer op zeeniveau krijgt. Ik ben wel even klaar met de brommer. Laten we nu eerst maar eens dat kaartje kopen voor de langzame boot morgen. 's Avonds in de reggaebar luisteren we nog naar een stel blowende muzikanten die nummers van Bob Marley verkrachten en dan is het tijd om te slapen. Morgen naar de Gili islands, drie parelwitte strandparadijsjes voor de kust van Lombok.

zondag 24 januari 2010

Bijkomen op Bali

Dag 445 tm 452, 17 tm 24 januari 2010- Sanur en omgeving (Bali)

Bali, het duurt even voor we er zijn (stuk rijden, uurtje op de veerboot en dan nog eens bijna vier uur het drukke verkeer doorstaan), maar dan zijn we wel in Sanur. De meeste toeristen op Bali verblijven in Kuta – waar in 2002 een paar bommen afgingen -, maar wij kiezen voor het rustigere, bijna gezapige, Sanur. Hier komen meer senioren en wordt er minder gefeest. En dat komt voor ons goed uit, want na 2,5 week in rap tempo door Java reizen, zijn we wel toe aan relaxen.

En relaxen kan hier. Ons in Balinese stijl gebouwde homestay heeft een lekker zwembad, mooie kamers en een prachtige tuin. Zodra we de hoofdweg op lopen zijn we omgeven door restaurantjes en winkeltjes. De straat oversteken en we lopen in een paar minuutjes naar het strand. Vrienden van Larissa, Wijnand en Annelie, zijn ook in Sanur en we hebben met hun een heel gezellige avond in een restaurant op het strand.

Om nou een week op het strand te liggen? Nee, dat kunnen de familie Beentjes en Edwin niet. We willen wat doen en zien van Bali. Als je op straat loopt word je elke meter geconfronteerd met mannetjes die woest een 'ik zit aan het stuur' beweging maken met hun armen. Vol enthousiasme, neigend naar wanhoop, schreeuwen ze daarbij “transport?!”. Het aanbod is groter dan de vraag en na wat onderhandelen regelen we zo'n mannetje om ons de hele dag rond te rijden.

Ubud is het artistieke centrum van Bali. Van oudsher werden hier de schilderijen, beelden en houtsnijwerken voor de tempels gemaakt. Tegenwoordig richten de kunstenaars zich op de toeristen. De kreet 'kijken kijken, niet kopen' wordt meer dan leuk is naar ons hoofd geslingerd en we houden ons ook aan deze oer-Hollandse kreet. We kijken onze ogen uit, maar kopen inderdaad lekker niets.

In Ubud ligt een tempelpark dat niet alleen wordt bewoond door de hindoeïstische goden, maar ook door een enorme kolonie brutale apen. Na onze aanvaring met die aap een week geleden, houden we veilig afstand. De bananen die Joke nietsvermoedend in haar hand houdt, smijt ze gillend naar Edwin toe en worden dan in mum van tijd ruig afgepakt door de snelle aapjes, Joke daarbij gillend en bang achterlatend (en ons gierend van het lachen).

We bezoeken nog twee andere tempelcomplexen; eentje van de koninklijke familie van Ubud en de zogenaamde olifantengrot. Als we bij die laatste over een modderig jungepad op zoek zijn naar een kleine tempel, krijgt Larissa ruzie met een legertje rode mieren. Voor ons heel grappig om iemand gillend wild op en neer te zien springen, voor haar natuurlijk iets minder leuk :-). Genoeg dierenleed voor vandaag, we rijden terug naar Sanur en bespreken met ons mannetje een andere tochtje voor overmorgen.

Over een dagje op een ligstoel op het strand valt niet veel te melden, daarom gelijk door naar ons tweede uitje op Bali; de rijstvelden van Jatiluwi. We hebben onze chauffeur nadrukkelijk gezegd dat we niet zoals eergisteren onderweg alleen winkels (toeristenvallen) willen zien, maar de natuur en het landelijke leven op Bali. Hij begrijpt de boodschap en loodst ons over kleine weggetjes langs rijstvelden en dorpjes. We rijden verder omhoog door de bergen waar de temperatuur zodanig daalt dat de zweetdruppels op onze rug eindelijk opdrogen. Aan de voet van een berg ligt een klein meer met daarin de Pura Ulun Danu Bratan tempel. De kronkelende weg voert ons verder Bali in en niet veel later zijn we getuige van prachtige rijstvelden die tegen de berghellingen zijn gebouwd. Zo groen, zo knap gemaakt. Een plek om even stil te staan en het geheel in rust in je op te nemen. Dat er dan een filmcrew door ons beeld loopt om opnames te maken voor een nationale soapserie, ach, moet kunnen, toch?

Volgende stop is de zeetempel Tanah Lot. Hier is de oceaan ruig en beuken de golven tegen de rotsen aan (en maken onoplettende Japanse toeristen zeiknat). Tanah Lot is de meest gefotografeerde tempel van Bali, maar dan wel bij zonsondergang als de zon de wolken rood kleurt en de tempel mooi afsteekt tegen die lucht. Maar zoals ik al zei; het is de meest gefotografeerde tempel en rond half zes is het gewoon dringen geblazen hier. Tot ongenoegen van onze chauffeur willen we hier niet de zonsondergang kijken. Je moet weten dat in Sanur waar wij verblijven de zon wel heel mooi opkomt (denk ik), maar dat je voor dramatische ondergangen aan deze kant van het eiland moet zijn). Dus dirigeren wij hem weg van Tanah Lot en vragen of hij bij het eerste de beste volgende stukje strand wil stoppen. Een smal weggetje vol gaten leidt naar een strandopgang waar geen één toerist is. Er staan twee bamboehutjes waar biertjes uit een koelbox worden verkocht en waar jongelui stoer doen met hun brommer op het strand. Het komende uur klikken we elke minuut een foto van de adembenemende zonsondergang. Je zou er bijna romantisch van worden.

De rest van de dagen in Sanur zijn ontspannen bij het zwembad, slenterend langs de winkeltjes en lekker eten. En dan komt het moment dat zussie ons gaat verlaten. Ze kwam als laatste aan in Indonesië en gaat ons als eerste weer verlaten. Nog één keer uitgebreid uit eten, nog één keer zwemmen en dan brengen we haar naar het vliegveld. Dag Larissa, bedankt voor je geweldige gezelschap. Het was super!!!

Met zijn vieren bekijken we nog het strand van Kuta (heel druk) en Legian (iets minder druk), duiken in de grote golven en zwaaien vanuit het water naar het vliegtuig dat om 16:15 overvliegt. Voor Arie en Joke zit het er ook bijna op. De laatste dag doen we nog een klein beetje cultureel in het museum van de Belgische schilder Le mayeur, pakken onze tassen en geven we de receptioniste van onze homestay een lesje opmaken van de rekening. En dan is het echt het einde. Wij nemen 's ochtends om 10:15 de bus naar Pandangai. Arie en Joke een paar uur later het vliegtuig terug naar Nederland.

Bali, het was misschien niet altijd wat we er van hadden verwacht (niet zo spiritueel en best wel duur), maar het gezelschap was ijzersterk. Arie en Joke (pap en mam), ik kan niet omschrijven hoe dankbaar we zijn dat we met jullie deze mooie reis mochten maken. Dit neemt niemand ons nog af! Reisjes met grijsjes is ons weer goed bevallen! Jullie mogen blijven!!! ;-)

zaterdag 16 januari 2010

In de wolken bij Bromo

Dag 443 en 444, 15 en 16 januari - Bromo en Kalibaru

Omdat wij min of meer dezelfde reis maken als de ooms en tantes van de familie Beentjes in maart 2009 (met Jantje), hebben we ons totaal niet voorbereid. Maar dan sta je wel eens voor verrassingen. Want we gaan niet vanuit Malang direct de Bromo bekijken. Welnee, eerst nog een nachtje in Ngadisari en dán pas staan we om 03:00 op. Dus vandaag een relaxed dagje van uitslapen en op ons gemakkie naar Bromo rijden.

Eén van de meest opvallende dingen in Java is het altijd drukke verkeer. Zo'n 140 miljoen mensen, talloze brommers en zeer smalle wegen, maakt zelf een stuk van 100 kilometer bijna zenuwslopend. Totdat we de hoofdweg verlaten en bijna recht omhoog richting Bromo rijden. Hier gaat het leven een tandje langzamer. Want Bromo mag dan wel een grote toeristenattractie zijn, daar merk je weinig van. Een paar nonchalante restaurants, een handvol hotels en dan heb je het wel gehad. We hadden nog wel een uitnodiging gehad van Rudi, de zwager van Jantje, om naar 'zijn' restaurant Java Banana te komen in Bromo. We besluiten daar te gaan eten en Rudi en de Lonely Planet hebben gelijk met de omschrijving ervan. Overal hangen foto's tentoon van de omgeving en er zijn fotoboeken in te zien van de omgeving van Bromo; werkelijk prachtig.

Na onze heerlijk lunch – Gado Gado voor de verandering ;-) – rijden we nog een stukje hogerop om verrast te worden met een prachtig uitzicht over Vulkaan Bromo. We dachten al die tijd dat Bromo een berg was die boven alles zou uitsteken, maar mooi niet! De vulkaan ligt in een zanderig en volkomen vlak dal waarbij het dal wordt omringd door bergen. Met de dikke romige wolken ziet alles er heel bijzonder uit en we hebben geluk dat we nu de vulkaan duidelijk kunnen zien. Snel wat plaatjes schieten, want de bewolking kan elk moment het zicht weer ontnemen.

Onmenselijk vroeg is het als ons wekkertje gaat. Maar we zijn duidelijk niet de enigen die om 3 uur zijn opgestaan om de zonsopgang bij Bromo te gaan ervaren. Overal zien we kleine lichtjes die de aanwezigheid van de jeeps verraden. Twee uur later hebben we het dal doorkruist en staan we op een berg die goed uitzicht moet bieden op de zonsopgang. De zon komt inderdaad wel op, maar we zien er echt geen flikker van. Het zicht is niet veel meer dan 50 meter en voorbij de mensen die vooraan staan zien we letterlijk niets anders dan een donkergrijs wat langzaam maar zeker lichter wordt. Bromo geeft duidelijk niet vaak zijn schoonheid prijs bij zonsopgang. Als we er zeker van zijn dat er van een zonsopgang geen sprake meer zal zijn gaan we terug op zoek naar onze jeep die moeilijk te vinden is tussen de vele tientallen jeeps van dezelfde makelij.

Onderdeel van de trip is het beklimmen van de vulkaan zodat je op de rand naar de krater kunt kijken. Je kunt kiezen zelf deze klim te maken of met behulp van paardjes omhoog te gaan. We zijn natuurlijk bikkels en klimmen het stuk zelf. Het is ondertussen al wel wat opgeklaard, maar ook hier hebben we pech. In de ranzig ruikende vulkaandampen kijken we in een mistig gat en hoestend en proestend gaan we snel weer terug naar beneden. Gelukkig hebben we gisteren wat leuke foto's kunnen maken, want nu lijkt elke foto wel overbelicht door de dikke mist die overal hangt. Ondertussen begint onze maag al aardig te rommelen en gaan we maar terug naar het hotel voor ons ontbijt. Spullen pakken en weer weg hier.

Vandaag gaan we onze laatste plaats op Java aandoen om morgen naar Bali te gaan. We eindigen de dag in een prachtig resort in Kalibaru waarbij we vanuit ons zwembad uitkijken op het oerwoud. Een mooie afsluiter van bijzonder Java.

donderdag 14 januari 2010

'Senang' in Sangaran en Malang

Dag 440 tm 442, 12 tm 14 januari 2010, Sangaran en Malang

Jammer dat we Yogya al weer gaan verlaten, want het is een leuke stad. Maar ja, we moeten door. Onze volgende stop in Java is het piepkleine dorp Sangaran. Zoals vaker is de route er naar toe weer adembenemend mooi. We scheuren door de bergen (moeten meer dan eens onze ogen dichtknijpen als Piet een ietwat spannende inhaalmanoeuvre maakt). Het weer wordt alsmaar grimmiger en als we aankomen in het bergdorpje Sangaran lijkt het wel of we de rand van de aarde bereiken. Grauwe wolken, die over de berg hangen, lossen in de verte op in een zachte gloed van rose en azuurblauw. Het geeft de indruk alsof je vanaf de aarde zo de hemel inkijkt.

We zijn zoals zo vaak de enige gasten in het hotel – en waarschijnlijk het hele dorpje – en bestellen voor die avond alvast onze diner. Ze willen zich graag voor kunnen bereiden zeggen ze. Ik ben heel benieuwd hoe ze het logistiek trekken als de toko wél vol zit ;-) Maar eerst een kleine wandeling naar het meertje beneden in het dorpje om daar te eten. Een mens is op reis soms de hele dag met eten bezig, haha, het leven kan zwaar zijn. We eten onze vegetarische topper Gado Gado met nasi putih (klinkt exotisch maar is gewoon witte rijst) en plamuren de gaatjes dicht met krupuk. Rekening? Eén euro per persoon inclusief drankje. Voldaan stappen we weer in het busje, want het regent ondertussen al weer en Piet zag deze bui al hangen en staat netjes klaar.

We proberen rond het meertje te rijden, maar dat is helaas alleen voor voetgangers mogelijk We staken onze poging en gaan terug naar het hotel om van het uitzicht te genieten. Die avond zijn we uiteraard de enige gasten en we worden bediend door een oud mannetje in traditionele kleding. Het doet allemaal een beetje raar aan. Een enorme eetzaal, een ober die op wacht staat en ons minzaam gadeslaat terwijl wij ons lachen proberen in te houden. Als we terug naar onze kamer gaan worden we begroet door de nachtwaker die ons meldt dat hij 'wakker' is. We gaan er maar vanuit dat hij de nachtwaker is en inderdaad de bedoeling heeft wakker te blijven.

Na het ontbijt maken we nog wat mooie plaatjes van de prachtige wolken die weer een mysterieus schilderij maken van de lucht. Vandaag gaan we verder naar Malang waar we twee nachtjes zullen blijven. Onderweg stoppen we nog bij een hutje waar ze een python hebben van zo'n 10 meter lang. De kop van dit beest is alleen al zo groot als een volwassen mensenhand en het lijf zelf lijkt wel zo dik als een bovenbeen. Mijn god, die beesten leven hier gewoon wild in de natuur. Je kunt het beest om je nek nemen voor een foto, maar ik in ons gezelschap zit niemand die daar echt op zit te wachten. Vlak voordat we aankomen in Malang passeren we ook nog een prachtige waterval. Het water dondert van zo'n 60 meter hoogte naar beneden. We schieten snel wat foto's, want ook nu regent het weer en rennen snel terug naar het busje om naar 'Enny' te gaan, ons guesthouse voor de nacht.

Vandaag gaan we Malang zelf bezoeken. Het is een plaats waar vroeger veel Hollanders zaten, onder andere vanwege het koele klimaat. Een overblijfsel aan die tijd is Toko Oen waar je als Nederlander geen moeite hoeft te doen de kaart te lezen.
Overal zijn teksten in het Nederlands en aan de muur hangen allerlei foto's van de tijd dat Indonesië nog onder Nederland viel. Na onze lunch gaan we op bezoek bij hotel Tugu Malang (www.tuguhotels.com) met kamerprijzen die slechts een beetje boven ons budget liggen, ahum. We worden wel toegelaten en krijgen een rondleiding in dit werkelijk prachtige hotel met al zijn thema zalen. Ik word nog op de foto gezet met twee beelden die wel verdacht veel op me lijken.

Van de authentieke Hindoeïstische zaal met al haar prachtige beelden lopen we door een prachtige gang naar het diner en party gedeelte. Dit is weer modern ingericht met een Love room, prachtige schilderijen en sfeervolle verlichting. We kijken werkelijk onze ogen uit en elke keer hoor je wel iemand zeggen dat hij zijn woonkamer, badkamer of tuin zo wil inrichten. Drie straten verderop nemen we de gok ons te laten masseren door blinden. Dat zij niets zien en geen Engels kunnen maakt het lastig communiceren en we zijn ook niet echt tevreden over de massage. Maar we hebben nu wel deze mensen gesteund door 1,70 euro te betalen voor bijna een uur duwen en trekken aan ons lijf.

Enny's Guesthouse heeft wifi (thank god!) en daar maken we gretig gebruik van, want morgen kan het al weer heel anders zijn als we naar de vulkaan Bromo gaan. Alle foto's van Birma zijn nu eindelijk geplaatst. Op de foto's van Indonesië moeten jullie nog even wachten. En oh ja, voor degene die zich afvragen of onze groep al compleet is. Nee, helaas, Martijn zal zich niet meer bij ons voegen. Goede nieuws is dat Jantje uit het ziekenhuis is. Tot slot nog het bericht dat onze tickets naar huis zijn geboekt :-(

maandag 11 januari 2010

Borobudur in Yogyakarta

Dag 439, 11 januari 2010, Yogyakarta

Hier weer een bericht van Arie en Joke

Piet rijdt ons in Yogja, want zo wordt deze stad ook genoemd, naar een straat met het ene hotel na het andere. En toch valt het niet mee om iets geschiktst te vinden. Of te duur, of geen geschikte combinatie voor vijf personen, of we kunnen -omdat een groep studenten die zo nodig op schoolreisje moest, maar een nacht in plaats van de twee die we willen. Maar bij de vijfde poging vinden we precies wat we nodig hebben. Het management is in handen van een jonge man die het hotel van zijn oma mocht gaan runnen en hij doet zijn uiterste best om het ons naar de zin te maken. En er was ook nog een zwembad. Perfect.

's Avonds gaan we meteen door naar een dinershow met het beroemde Javaanse ballet van Rama en Sintra. Eerst vallen we aan op een overheerlijk en zeer uitgebreid dinerbuffet en daarna storten we ons op de dansvoorstelling in de open lucht. Gelukkig valt er geen druppeltje regen deze avond. De dansshow lijkt een soort Romeo en Julia of West Side Story. Alleen loopt het hier, ondanks de gedaanteverwisselingen, gevechten tegen apen, dodelijke pijlen en brandende vuurproeven, wel goed af: ze krijgen elkaar. Het is goed dat we een Nederlandse versie van het verhaal op papier hebben gekregen , want daardoor wordt het verhaal een stuks duidelijker.

De volgende morgen weer vroeg op. Naar het Kraton of te wel het Paleis van de Sultan. Eigenlijk een klein dorp binnen de stad, waar nog zo'n 1000 mensen wonen en een aantal daarvan is in dienst van de Sultan. De titel Sultan is een beetje te vergelijken met een koning. Ook hier kom je de invloed van Nederland tegen in de architectuur en de aankleding. Dat is ook niet zo gek, want Nederland heeft jarenlang de baas gespeeld in Indonesië. Vogeltjesmarkt is een benaming die niet helemaal de lading dekt, want er zijn ook gekko's, bijen en wespen, vleermuizen, uilen, varanen en nog veel meer vreemde “huis”dieren. Soms zo op en in elkaar gestopt dat je de neiging krijgt hun kooitjes stiekem op te maken.

Natuurlijk staat ook een bezoek aan Borobudur op het programma. Er zijn hier onder andere 1460 panelen met afbeeldingen in reliëf. Maar er zijn zeker evenveel mensen bij de ingang die je iets proberen te verkopen. De 1460 panelen kan je bekijken en voorbij lopen, maar de verkopers lopen met je mee en raak je bijna niet meer kwijt. Gelukkig hadden we een goede gids waarvan we heel veel achtergrond informatie kregen. Zo moest je om geluk af te dwingen 3, 5 of 7 rondjes over de bovenste rondgang lopen, Ook je arm in een een van de gaten van een bepaald torentje steken en dan de hiel (voor dames.) of de ringvinger (voor heren) van de daarin verscholen Boeddha aanraken. Alle daarbij gedane wensen komen uit. (geen garantie). De dag werd besloten met een halfuurtje aquajoggen in ons zwembad o.l.v. Larissa en een superdiner bij Via Via. Ze hadden daar zelfs wijn, alleen niet te betalen.

Morgen rijden we naar Sangaraan. Geen idee wat ons daar te wachten staat, maar we vertrouwen op Piet.

zondag 10 januari 2010

Mistige bergen van Banturaden en Dieng Plateau

Dag 436, 437 en 438, 8 tm 10 januari 2010, Baturaden en Wonosobo (Dieng Plateau)

Van het strand van Pangadaran naar Baturaden is een halve dag rijden. Baturaden ligt vlakbij Purwokerto, maar ligt niet in het dal maar hoog op de berg. Het is duidelijk dat we nu in het laagseizoen zijn, want het gigantische hotelcomplex is nagenoeg leeg. En het regent weer (!), dus het uitje naar het park doen we dan wel morgen. Piet rijdt ons nog een keer op en neer naar Purwokerto om te internetten en te shoppen voor ontbijt. De ontbijten in de hotels zijn vaak erg mager en we vullen dat graag aan met eigen brood, pindakaas en hagelslag. We blijven natuurlijk Hollanders.

's Avonds krijgen we het vervelende bericht dat Martijn, de vriend van Larissa, morgen niet in staat is het vliegtuig naar Yogjakarta te nemen vanwege een plotselinge kaak/kies ontsteking. Het nieuws komt hard aan bij ons, want we hebben ons allemaal erg verheugd om met z'n zessen de vakantie door te brengen. We zijn in de weer met skype en sms'en en moeten van deze verre afstand er maar op vertrouwen dat het snel goed komt en hij alsnog richting Indonesië kan komen. Behoorlijk verslagen duiken we pas laat ons bed in.

We snappen niet helemaal de bedoeling van het park waar we in de ochtend naar toe gaan. Okay, er is een waterval, maar alles er om heen is zo aangelegd dat van een natuurlijke omgeving geen sprake meer is. En we zijn ook niet echt in een vrolijke stemming na het nare nieuws van gisteren. Nu we dus vandaag niet naar Yogyakarta hoeven om Martijn op te halen, nemen we een omweg en rijden we naar Wonosobo en het Dieng Plateau. En weer regent het dat het zeikt, dus we stellen het bezoek aan het vulkanische plateau uit tot morgen.

Het Dieng Plateau is alleen te bereiken door talloze slingerweggetjes naar boven te nemen. Ze zijn al bezig een nieuwe en verbeterde weg aan te leggen, maar helaas zijn we daar nog te vroeg voor. Zo nu en dan zien we echt geen handen voor ogen en Piet rijdt dan ook stapvoets richting de bestemming. Gelukkig klaart het even snel weer op als de wolken verdwijnen en aangekomen bij de tempel van Arjuna kunnen we gelukkig weer wat zien. In de miezerregen lopen we richting de oude hindoeïstische tempeltjes en schieten we foto's en worden zelf ook gelukkig weer eens vastgelegd door Javaanse randjongeren. Het zijn ook niet echt de tempels die de moeite waard zijn, het is vooral de omgeving. In dit heuvelachtige landschap kijk je je ogen uit naar de rijstvelden en de andere groenten die verbouwd worden. Allemaal handwerk, want op deze steile heuvels kan geen machine komen.

Volgende attractie is de krater Kawah Sikidang waar het overal bubbelt en pruttelt. Het klinkt heel leuk, maar ruiken doet het een stuk minder. Met onze handen en sjaaltjes voor onze neus lopen we ernaartoe en kijken hoe de modder al kokend de stank de atmosfeer inpuft. Dit is duidelijk geen bad om even lekker in te gaan liggen en we besluiten maar terug naar de bus te gaan en verder te rijden.

Al genietend van het uitzicht rijden we langzaam naar het meer Telaga Warna. Voor elke drol moet je betalen en dus ook hier. Gewoon een meer (!!!) bezoeken gaat weer vergezeld van een entree kaartje. Maar ook de locals moeten betalen dus hoe vreemd het ook is, het hoort er allemaal bij. Bij de ingang het meer zit de grootste attractie; een aapje in een boom. Hij zit gelukkig vast aan een ketting, want als Edwin hem diep in de ogen kijkt springt hij naar Edwin toe met zijn klauwtjes in aanvalsstand. We schrikken ons helemaal rot en vervolgens rollen we bijna over de grond van het lachen. Je moet ook geen aapjes pesten ;-). We lopen maar snel door richting het meer waar Larissa ondertussen model staat voor wat lokale amateurfotografen. Het meer heeft een mintgroene kleur en is prachtig, maar ook dit is een zwavelmeer, dus het stinkt naar rotte eieren. Best leuk die vulkanische grond hier, maar af en toe ruft het zo verschrikkelijk. Gelukkig ruik je dan niet onze eigen ruftjes (schuld van het eten!!).

We zoeken Piet weer op en duiken in de auto. Nu is het nog een paar uurtjes naar onze eindbestemming van vandaag; Yogyakarta, maar daar in ons volgende blog meer over!

donderdag 7 januari 2010

Een natte broek in Pangandaran

Dag 434 en 435, 6 en 7 januari 2010, Pangandaran

Hier een bericht van gastredacteuren Arie en Joke.

Onze nieuwe chauffeur Piet is niet meer zo nieuw, want hij is 71 jaar oud en hij heeft nog maar 2 tanden in zijn bovengebit. Maar hij is aandoenlijk lief, spreekt en verstaat goed Nederlands en heeft 35 jaar ervaring als touringcar chauffeur. Eerst brengt hij ons naar Candi Cangkuang. Hier staat op een eilandje in een meer één van de oudste Hindoetempels van Java. Volgens de overlevering is vanuit hier – hoe ironisch – het Islamitische geloof over Indonesië verspreid. We hebben hier een vrij jonge gids die met een stok loopt. Hij spreekt goed Nederlands, omdat hij gids was op rondreizen van Djoser en Baobab. Maar nadat hij van het dak van zijn huis is gevallen probeert hij nu hinkend nog wat bij te verdienen. Na een vulkaanuitbarsting is een deel van het meer door de lava dichtgeslibd en is er een heel vruchtbare grond ontstaan. Maar die grond is zo moerassig dat de werkers en werksters tot aan hun borst in de modder staan te zwoegen. De regering is van plan de lava af te graven om het meer weer in zijn oude staat te brengen. Maar dan raken de rijsttelers hun bron van inkomsten kwijt.

Kampung Nagaa is onze volgende stop. Een traditioneel Sundanees dorp met 314 inwoners, alleen te bereiken door 360 treden af te dalen naar de rivier. (moet je later ook weer omhoog). De kampong heeft geen elektriciteit en vanwege de treden ook geen gemotoriseerd vervoer. Alles in nog zo'n beetje zoals het vroeger was. Jongens slapen vanaf hun 12e in de moskee en cassave wordt nog steeds gestampt met een houten paal in een grote vijzel. In de woning van onze gids kregen we een beeld van het wonen en leven in zo'n huis.

Pangandaran, onze eindbestemming, is een badplaats die in 2006 getroffen werd door een tsunami, waarbij 600 doden vielen. Heel veel hotels zijn herbouwd en meteen gemoderniseerd. Als je bij iemand achter op zijn brommer stapt, omdat hij wel een goed hotel voor je weet, dan krijgt de brommerchauffeur per aangebrachte klant 15.000 Rp. Dit wordt geregeld en gecontroleerd door een goed georganiseerde maffia-achtige instelling.

Vanuit Pangandaran kun je de Green Canyon bezoeken. Een tocht in een gemotoriseerde kano met zijdrijvers over een groene rivier met links en rechts oerwoud, die eindigt bij een grot waarin gezwommen kan worden. Het is jammer dat je maar een klein kwartiertje de tijd krijgt om je op de rotsen te verkleden, een duik te nemen, omhoog te klimmen, je af te drogen en weer te verkleden. Want als je langer wegblijft, rekenen de bootjongens een wachttarief dat meer kost dan de hele boottrip. Dus maar niet zwemmen. Het strand een paar kilometer verder nodigde door het grote aantal moslims niet echt uit om in je bikini of degelijk zwempak te flaneren. Je wordt toch bekeken, net zoals wij met verbazing kijken naar moslimvrouwen die geheel gekleed met hoofddoek op de zee in gaan. Maar gelukkig zijn er ook nog stukken strand waar niemand is en daar hebben we ons als kleine kinderen kunnen uitleven in de hoge en warme golven van de Indische Oceaan.

's Avonds gaan we lekker eten op de Fish Market, een groot plein met alleen maar visrestaurantjes, waar je zelf de vis mag uitzoeken, per kilo betaalt en dan wordt het op een super lekkere manier voor je gebakken of gegrild. Heerlijk, tot nu toe hebben we alleen nog maar lekker gegeten in Indonesië! Jammer dat het er de laatste paar dagen bij Joke weer vloeiend uitkomt. Na een maand Thailand en een maand Maleisië zonder problemen, moet ze toch het onderspit delven. We hopen met zijn allen, dat de diarree-remmers snel hun werk gaan doen.

dinsdag 5 januari 2010

Bamboe schudden in Bandung

Dag 431 tm 433, 3 tm 5 januari 2010, Bandung

Op het vliegveld van Jakarta steekt boven al die zwartharige koppies het blonde hoofd van Larissa uit. Eindelijk zie ik mijn zussie weer. Knuffel, kussies!! Ze is een beetje duf van de lange vlucht, maar toch moet ze nog vier uurtje in het busje naar Bandung.

Bandung is een stad van 2,4 miljoen inwoners en heeft nog art-decogebouwen. We logeren in het oude 'kantor pos' (postkantoor) dat is omgetoverd tot een hotel. Reizen met vijf personen is niet echt handig, want Larissa moet nu op een matras op de grond liggen bij ons op de kamer. Ik vind het niet erg, want ze heeft een föhn bij zich hahahaha. En een tas met tijdschriften én een zakje stroopwafels.

In de vroege ochtend nemen we de lift naar de top van de toren van de grote moskee en hebben een weids uitzicht over de stad. In 1955 werd in Bandung de Azië-Afrika conferentie gehouden, een aanzet tot het loskomen van de koloniale landen. Er is een museum over, met uitleg en relikwieën uit die tijd. Lunchen doen we boven op de berg met uitzicht op de stad. We zitten op rieten matten en, hoewel de 'keuken' anders doet vermoeden, eten we heerlijk Sundanees met veel sambal.

's Middags moeten we aan de bak. Met angklung, van bamboe gemaakte schudinstrumenten. De show bestaat uit Javaanse zang en dans, wajangpoppen én dus onze muzikale medewerking. En het valt nog niet eens mee op het teken van de orkestleider het bamboerekje op het juiste moment te schudden. Met rode wangen van de inspanning produceert het publiek toch heel harmonieus een paar liedjes. Dansend, aan de hand van kleine kinderen, sluiten we de show.

De volgende dag gaan we naar Kawa putih, een kratermeer met turkoois water. Omdat de mist steeds blijft binnenrollen ontstaat een heel mooi mysterieus sfeertje. En het stinkt!!! Zwaveldampen dringen onze longen binnen. We moeten er van hoesten en met een sjaal voor de neus lopen we het meer rond. Dat de grond hier vruchtbaar is door al die vulkanische grond bewijzen de enorme aardbeienbedden en theeplantages in de nabije omgeving. In een theefabriek die ook levert aan bijvoorbeeld Lipton en Pickwick krijgen we uitleg over het proces 'from wet to dry'. Nooit geweten dat er aan een theezakje zo veel werk vooraf gaat.

Nog even iets heel anders waar ik geen weet van had. Natuurlijk wist ik wel dat Nederland heel lang de dienst uitmaakte in Indonesië, maar dat er nog zoveel 'Nederlandse' woorden te vinden zijn... Ik heb er een aantal verzameld die we onderweg tegenkwamen;
– handuk
– kulkas
– knalpot
– wastafel
– wortel
– gordijn
– spanduk
– stroom
– klappertaart
– meubel
– rekening
– asbak
– maag

En dan staat er in de supermarkt gewoon een blikje met 'Chocoladehagelslag De smulpaapjes', er ligt speculaas en er is een Holland bakery met roomsoes. Maar wat vooral leuk is is dat zoveel mensen (okay, vaak wat oudere mensen) heel mooi en duidelijk articulerend Nederlands praten.

Morgen hebben we een lange dag voor de boeg én we krijgen een nieuwe chauffeur. Teddy, de broer van Jantje, heeft een andere klus en gaat ons verlaten en dan krijgen we Piet. Met Jantje gaat het trouwens de goede kant op. Hij mag over drie of vier dagen naar huis.
We sluiten Bandung af met (alwéér) lekker eten. De koude biertjes moeten we er maar zelf bij verzinnen, want die zijn in islamitisch Indonesie niet altijd verkrijgbaar. Nemen we toch gewoon wedang jahe (gemberthee met kaneel).

zaterdag 2 januari 2010

Oud en nieuw in groen Bogor

Dag 426 tm 430, 29 december 2009 tm 2 januari 2010, Bogor

Mijn zus Larissa komt pas op 3 januari aan in Jakarta en zo lang op haar wachten in deze vervuilde metropool zien we niet zitten. Dus rijden we met Jantje naar Bogor, zijn 'hometown'. Onderweg leren we onze chauffeur wat beter kennen. Hij praat in een grappige mix van Engels en Nederlands. Zo noemt hij een weg vol kuilen en gaten een abortusweg. In maart hebben de zussen van mijn vader ook met hem een geslaagde rondreis gemaakt, vandaar dat we aan hem 'gekomen' zijn. Bogor ligt in een vallei omgeven door groene heuvels en dat merk je direct aan de temperatuur. Minder heet en bewolkt en..... regen. Elke dag regent het hier in de middag. Het stadje heeft een enorme botanische tuin met wel 400 verschillende soorten palmbomen. En nog heel veel ander spannend exotisch groen, maar wij blijken zelf het meest exotisch te zijn, want heel veel mensen willen met ons op de foto. Met hun mobiele telefoons worden we bijna belaagd en vooral Edwin krijgt door de giechelende moslimmeisjes bijna sterallures.

Java staat bekend om gamelan, een muzikaal gongenspel. De muziek zelf maakt me vooral erg nerveus, maar het is wel interessant om te zien hoe ze die gongen maken. In de 'gong factory' krijgen we tekst en uitleg. Nou is gong fabriek wel een heel groot woord voor een rokerige schuur, een kolenvuurtje en een vijftal mannen dat met zes kilo zware hamers de gloeiend hete gong in vorm slaan. Java staat óók bekend om de wajangpoppen. En die worden met de hand gemaakt van houtsnijwerk. Een intensief werkje en daar zijn de prijzen ook naar. Ondanks de thee en de gebakken banaan kunnen we niet verleid worden tot een aankoop.

Hoogtepunt van vandaag is het bezoek aan het huis van Jantje en zijn familie. In een wir war van smalle steegjes en trappetjes heeft hij een kleine woning in de kampung. Hij schaamt zich voor zijn nederige stulpje, maar wij vinden het geweldig dat hij het ons laat zien. Jantje heeft vier dochters en wat kleinkinderen die er allemaal zijn. Het past maar net. Zijn vrouw maakt overheerlijke katoprak voor ons klaar. Als we na afloop haar hier voor willen betalen, krijgen we alleen maar te horen dat dat niet nodig is. Ze zijn ons zo dankbaar dat we Jantje van enkele weken werk kunnen voorzien. En in plaats dat wij hun bedanken, blijven ze ons bedanken. De 'thank yous' vliegen door de lucht. Een ontroerende ontmoeting die me nog lang zal bijblijven.

Indonesië telt verschillende provincies met elk een eigen cultuur en architectuur. Taman Mini is een openluchtmuseum waar de huizen uit de provincies zijn nagebouwd. Zo hebben we in één keer een mooi overzicht van het land. Aan het eind van de dag gaan we naar de megasupermarkt Carrefour in de hoop daar wat alcohol in te slaan voor oud en nieuw, maar helaas. Verder dan bier en breezers komen we niet. Met een wijntje het nieuwe jaar inluiden zit er niet in. Omdat de hotelprijzen met oud en nieuw de pan uit rijzen, zijn we inmiddels verhuisd naar een andere locatie. En wat voor locatie! Ver buiten de stad tussen de rijstvelden, langs een woeste rivier en met uitzicht op de bergen slapen we in een nature resort. Niets duidt op de aanwezigheid van andere gasten en met ons zelf meegebrachte drank en in de verte wat vuurwerk toasten we op een gelukkig 2010. En dat wensen we natuurlijk onze lieve lezertjes ook toe!

Wij kunnen nu echt zeggen dat we de reis in 2008 zijn begonnen en in 2010 gaan beëindigen. Wat een geweldig jaar was 2009 voor ons. De economische crisis, varkensgriep, noem het maar op.. wij hebben er nauwelijks iets van meegekregen. Wij hebben alleen maar in volle glorie genoten van onze wereldreis. We kijken terug op een zeer geslaagd jaar en hopen dat 2010 ons nog veel moois brengt

Maar het nieuwe jaar begint niet goed. Jantje zou zich om 13:00 bij ons melden, maar om half twee nog geen teken van Jantje. Als we hem bellen, krijgen we een warrig verhaal te horen. En die warrigheid komt niet omdat hij een kater heeft, maar omdat hij in het ziekenhuis ligt. Vannacht om twee uur is hij thuis in zijn badkamertje onwel geworden en uitgegleden. Hij heeft een enorme smakkerd gemaakt met zijn achterhoofd tegen de betonnen rand van de wadi (waterbak) en heeft de aderen naar zijn hoofd zo ernstig beschadigd dat hij er aan moet worden geopereerd. Zijn broer is naar ons onderweg, maar wat normaal gesproken in een half uurtje kan, is nu door de vakantiedrukte een rit van bijna vier uur geworden. Ook dat nog. Eenmaal in het ziekenhuis (ik heb wel erg veel ziekenhuis gezien deze week) is hij net de OK in en we kunnen alleen maar wachten totdat hij bijkomt. De hele familie is aanwezig, tantes, broers, kinderen. De ongerustheid is van hun gezicht af te lezen. Vooral omdat de familie eigenlijk geen geld heeft voor het dure ziekenhuis. Om 19:00 uur kunnen we heel even bij hem kijken. Het is een klein hoopje ellende.

We hebben nog één dag in het nature resort en die starten we met een minitrekking door de sawahs en kampungs, oftewel, de rijstvelden en de dorpjes. Zo veel kleuren groen, glooiende heuvels met rijstplantjes, een schattig dorp met steegjes en onderweg mensen die allemaal hard moeten werken voor hun dagelijkse voedsel.

Terug in Bogor gaan we natuurlijk meteen op bezoek bij Jantje. Hij heeft al meer praatjes en denkt over een week weer bij ons te zijn. Nou, dat denken wij niet. “Rustig aan doen, Jantje”, zeggen we steeds, maar hij voelt zich zo schuldig dat hij ons nu niet van dienst kan zijn dat hij vanuit zijn ziekbed toch aan het regelen is. Zijn broer Teddy neemt het over tot 6 januari en dan komt Piet (serieus!) het overnemen. Ook overhandigen we namens de familie Beentjes (dus mijn tantes en ooms incluis) een envelop die hopelijk zijn financiële pijn een beetje verzacht.

Morgen komt zussie aan in Jakarta en rijden we in één keer door naar Bandung. Ik heb er ontzettend veel zin in haar na 14 maanden weer te zien!!!