woensdag 29 juli 2009

In Kuching doen we lekker weinig

Dag 271 tm 273, 27 tm 29 juli 2009, Kuching

Wat een fantastische ervaring was het longhouse verblijf. Vandaag gaan we over water vanaf Sibu naar Kuching, een tocht van zo'n 5 uur! We hebben in eerste instantie veel plannen voor Kuching (we wilden bijvoorbeeld naar Bako National Park, maar uiteindelijk is luieren het enige wat echt bevalt met die enorme hitte. Kuching is een redelijk moderne stad zonder dat het z'n authenticiteit heeft verloren. Sinds lange tijd zien we ook weer veel toeristen rondsjokken. Een andere toerist die hier ook al eens is geweest is Larissa, de zus van Mascha. Als we in het, door haar aangeraden, hostel komen zien we daar het bewijs dat ze er ook is geweest. We kliederen zelf ook nog wat op de muur om ons verblijf te beklinken.

Rustig aan doen dus, maar we worden wel 's avonds getrakteerd op een regatta. Er is een nieuw government gebouw geopend en dat moet gevierd worden. Prachtige boten vol lichtjes varen voorbij en het wordt afgesloten met een enorme hoeveelheid vuurwerk. Dat kunnen die jongens hier wel, vuurpijlen de lucht inschieten die in prachtige vormen en kleuren uiteenspatten. We slenteren op ons gemak over de boulevard en eten één van de vele stalletjes aan het water. Vanwege al die festiviteiten is 'the king in town' en zien we hem uitstappen bij een hotel in de buurt van het Sarawakmuseum.

Borneo staat bekend om haar tribal tattookunst, iets wat we al bij de longhouse bewoners hebben gezien. Maar Kuching is een tatoeage artiest (Borneo Headhunter) rijk die al vele prijzen heeft gewonnen en wereldwijde faam heeft verkregen. De tweede avond dat we in Kuching zijn brengen we hem een bezoekje. De jongen die in het hostel werkt zou die avond een tatoeage krijgen en hij kan waarschijnlijk wel wat morele ondersteuning gebruiken. We staan pas weer vier uur later buiten. Niet met een tatoeage, maar wel met de plannen ervoor ;-) Aangezien we nog veel gaan reizen en een tattoo een open wond is die veel nazorg nodig heeft is het beter aan het eind van de reis nog een keer terug te gaan. Want ik ben wel erg enthousiast geraakt over de traditionele Iban tatoeages en het werk van Ernesto (een supercoole gast die rechten heeft gestudeerd in Engeland, maar nu dus wereldberoemd is door zijn tatoeages). Ja, ik zie mezelf er wel met ééntje van hem lopen. Wel op de traditionele manier natuurlijk, dus niet op de mietjesmanier machinaal, maar écht met de hand geplaatst met een bamboestokje. We zullen het zien!

Morgen vliegen we naar Penang. Weg van Borneo naar het noorden van Maleisië. En dat voor maar 96 ringgit (19,20 euro) per persoon! Lang leve Air Asia!

zondag 26 juli 2009

Longhouse logeren in Rumah Bundong

Dag 269 en 270, 25 en 26 juli 2009, Rumah Bundong Longhouse (Kapit)

Veel mensen noemen ons avonturiers. Nou, dat avontuur komt je niet altijd zo maar aanwaaien! Daar moet je wel wat voor doen, doen doen! (klinkt als een Veronica jingle uit de jaren '80). Maar wat ik schrijf is wel echt waar, zoals wel blijkt uit ons verhaal van vandaag. In Borneo, en vooral in het zuidelijke deel Sarawak bestaan longhouses. Enorme houten huizen op palen waar wel 60 families onder één dak wonen. En dat wilden wij wel eens van dichtbij zien. “Nou”, zegt de jongen van het toeristenbureau in Sibu, “dat is heel makkelijk, want dan neem je de boot naar Kapit en dan een minibusje naar Rumah Bundong en dan kun je daar logeren in een longhouse”. Easy does it.

Dus wij staan om half 6 op, nemen om zeven uur de rivierboot door de jungle en komen drie uur later aan in Kapit. En proberen vervolgens dat minibusje te vinden naar Rumah Bundong. “Edwin, daar rijdt er eentje!”, schreeuw ik, want ik zie de naam op de zijkant van het busje staan. Maar te laat, hij is ons voorbij. De volgende dan? Die vraagt ineens 150 ringgit. Huh? Het is toch maar 4 ringgit. Oh, als we het busje voor ons zelf willen hebben. Ja dag, ben gekke henkie niet. Half uur wachten, dan komt de volgende wel weer. Shit, die chauffeur vindt zijn busje te goed om helemaal over de onverharde weg naar Rumah Bundong te rijden. Weer een half uur wachten op de volgende. Die knikt alleen maar ja als 'ie nee bedoelt en nee als 'ie ja bedoelt (typisch Maleis gedrag). En rijdt vervolgens gewoon weg. Huh, wel potverdikkie. Als we het de mensen op straat vragen, lachen ze wel lief, maar geven geen antwoord. En tja, daar worden wij Westerse mensen een beetje frusti van en dan is het niet meer leuk. Maar zoals altijd is er -we zijn nu al bijna twee uur in Kapit- een reddende 'engel' die ons voor 40 ringgit wel wil rijden. Let's go, laat ons avontuur nu maar echt beginnen!

Een longhouse in de hete jungle
En wat een avontuur het is. Ik weet voor het eerst gewoon niet hoe ik moet gaan beschrijven waar wij terecht zijn gekomen. (ja, ik weet die aanvaring met de Indiase love guru gisteren beschrijven was ook geen makkie). Dit is het traditionele leven op Borneo. Het eerste wat we zien is een gammele hangbrug over een rivier, waar wij wiebelend over heen gaan. Vrouwen wassen zichzelf, hun kinderen en de vuile was in die rivier beneden. Wat zie ik nog meer? Kippen, hanen, magere honden met vlooien. Heel veel schreeuwende en spelende kinderen. Mannen die hun visnet repareren. Oude tandeloze mannetjes die op de grond zitten/hangen/liggen. Hun benen, rug, buik, armen én keel vol grote tattoos. Er is geen tafel of stoel te bekennen Jonge vrouwen in sarong met baby's op de arm die de was ophangen. En dat alles in en rondom dat grote houten huis op die hoge palen. Tegen een achtergrond van groen, groen en groen, de dichte jungle van Borneo. “Welkom in Rumah Bundong Longhouse”, zegt de chief tegen ons. Eerst moeten we nog wat afspreken over de kosten, maar voor 100 ringgit per persoon kunnen we bij de chief in huis slapen, krijgen we de maaltijden en morgen vervoer terug naar Kapit.

Wát eten we vandaag?
Binnen in het huis van de chief liggen her en der mensen op de grond te slapen of te suffen. Niemand schenkt aandacht aan ons. Als we wat gaan rondlopen in de longhouse worden we wel aangekeken, maar niemand die wat zegt. En niemand die Engels spreekt. Worden we geacht iets te doen? Moet ik ergens mee helpen? Koken? Vissen? De was doen? Blijkbaar niet, want het enige wat ze doen is een beetje lachen en verlegen kijken. Gelukkig is er één jongen die Engels spreekt en ons wegwijs maakt in het dagelijkse leven in een longhouse. Er gaat een hele nieuwe wereld voor ons open. Die acht schedels die daar voor die deur hangen? Oh, dat zijn de hoofden van de vijand. Gekoppensneld door de opa van de opa van mijn schoonvader. Die kleine houten boten die aan het plafond hangen? Dat zijn de doodskisten van familieleden. Hoe we aan eten komen? Dat halen we uit het bos of de rivier. Ja, wat voor eten is dat dan? Oh, ik ga bijvoorbeeld vanavond vleermuizen vangen en ik heb ook nog wat schildpadden liggen. Kikkers zijn ook lekker en als ik geluk heb, vang ik een lekkere slang. Of een wild varken. Hmmm. Apart. Of we wat rijstwijn willen? Natuurlijk! Onmiddellijk komen er drie blauw getatoeëerde opaatjes bij zitten, die ook gretig onze sigaretten aannemen. Je doet eerst een beetje rijstwijn in je glas, dat gooi je door de spleet op de grond weg om de geesten gunstig te stemmen. Het smaakt niet eens vies, een beetje citroenachtig, maar het is in ieder geval niet sterk. Opa rolt zelf ook nog een sigaret wat lijkt op een houtkrul met een bruin sliertje er in. Het valt me op hoe liefdevol de mensen hier met elkaar omgaan. Opa's zorgen voor de kleine kinderen. Iedereen overlaadt de kleintjes met kusjes en knuffels. Neefjes en nichtjes, buurvrouw, achter-oom, het maakt niet uit, maar men zorgt voor elkaar in deze Iban-gemeenschap.

Oma checkt
Edwin en ik lopen naar de andere rivier, rechts van de longhouse. Lopen is nog niet eens zo makkelijk, want alles is van plankjes gemaakt en niet overal even stevig. En ik voel er weinig voor om er door heen te zakken en een paar meter naar beneden te vallen. Bij één van de huisjes word ik naar binnen gewenkt. Er zitten een aantal vrouwen kralen te rijgen en met grote ogen mij aan te kijken. Ik lach maar wat. De oudste vrouw bevoelt en keurt mijn armen en HOLA, jeetje wat doet ze nu? Zonder blikken of blozen (ik natuurlijk ook niet) bevoelt ze mijn borsten. Stevig genoeg? Of te hangerig? Ik heb geen idee, want haar blik verraadt niets. De andere vrouwen vinden hier niets van, ik bedoel, ze lachen niet, maar vinden het blijkbaar niet meer dan logisch dat er even wordt gecheckt of mijn borsten wel okay zijn. In alle rust word ik geobserveerd.

Etenstijd! Oh jee, het was toch wel duidelijk overgekomen dat we vegetariërs zijn. Gebakken vleermuis? Nee, dat niet. Wel rijst met een spinazieachtigprutje en een vrucht die we niet kennen. De mannen, dat wil zeggen de chief en zijn tattoovader en Edwin eten eerst (en ik omdat ik gast ben, denk ik). Op de grond zittend, met de rechterhand, word het eten naar binnen gewerkt. Later komen de vrouwen. Er is geen woord gewisseld. Niet echt een gezellig dineetje. Plassen, ik moet plassen. Ik heb geen wc gezien, maar de vrouw van de chief wijst me de weg. Voorbij de keuken en de bijkeuken, naar buiten, over dunnen gladde plankjes naar dat hutje recht voor me. Is dit de wc? Ik hoor alleen maar kippen. Maar dat is waar ook, die kippen leven een paar meter onder het huis. Voor wie ongerust is over de toestand van de wc; die is goed. Met een hoge betonnen rand waarvan ik vermoed dat je daar op moet gaan staan. Waar de plas terechtkomt weet ik niet, misschien bij de kip onder me?

Junglerock
Praten gaat dan misschien moeizaam, maar (trek nu een EO-gezicht), muziek vereenigt ieder mensch. Dus Edwin brengt zijn gitaar te voorschijn. En hoewel eerst verlegen, uiteindelijk durven de jongens ook hun kunsten te vertonen. Guns 'n Roses, Scorpions. Het wordt allemaal uit die gare waaibomenhoutgitaar van hun getoverd. En Edwin's gitaar. Oeh, die is wel zo mooi en duur en heel voorzichtig (ja toe maar, niet zo verlegen, het mag) bespelen ze zijn Baby Taylor. Yes, big man, small guitar hahha. Yes, he look like Hulk Hogan hahahha. Het ijs is gebroken. Het wordt een gezellige avond.

Bedtijd, want het is tenslotte al 22:00 uur. Wij slapen in het huis van de chief, boven in de rustiek semivertimmerde zolder, naast rochelende opa en nog een persoon die ik niet eerder heb gezien. Wat is het allejezus heet hier. De zon heeft de hele dag op het zinken dak gestaan en het bed en de klamboe plakken tegen ons aan. Dit leed duurt echter niet lang, want rond half 6 gaan en masse zo'n 30 hanen een wedstrijd 'hard kukelen en kraaien voor gevorderden' met elkaar aan. AAAAHH. Wat is shut up in het Maleis? Om 11 uur worden we teruggebracht naar Kapit. We doden de tussentijd met het observeren van de mensen, te releksen en met het eten van lauwe noodles als ontbijt. Wil je dit avontuur ook? Nou, dan neem je gewoon vanaf Sibu de boot naar Kapit en pak je een minibusje naar Rumah Bundong Longhouse. Laat je avontuur maar beginnen! Maar wees er snel bij, want er zijn plannen om dit 180 jaar oude (!!) longhouse te vervangen voor een betonnen versie.....

Kijk hier voor alle foto's van het longhouse: Flickr album
Ik heb ook wat filmpjes gemaakt en die staan op YouTube.

vrijdag 24 juli 2009

Love guru in Sibu

Dag 267 en 268, 23 en 24 juli, Sibu

“Waar komen jullie vandaan?” vraagt een wat oudere Indiase man ons.
“Uit 'Belanda” antwoorden we, het Maleisische antwoord voor Holland.
~~~~~~
“Wat is uw naam?”
“Dr. Gunagaretnam”
~~~~~~
Zijn jullie op de hoogte van Mind Control?” vraagt de doktor ons terwijl hij ons diep in de ogen aankijkt.
“Uhh, nee, ja, misschien! Hoezo?”
~~~~~~
“Je moet er langdurig hard op drukken, dan heeft het pas echt effect!”
~~~~~~
“Guys, zo veel mogelijk knellende kleding uitdoen, dat is beter voor het doorstromen van de energie” zegt de dokter.
~~~~~~
“Edwin, raak Mascha haar heupen aan, dan maak je nog beter contact”
~~~~~~
“Mascha, als je de parel van energie ontvangen hebt, knik dan”
~~~~~~
“Jullie kunnen allebei weer je ogen opendoen, hoe heb je dit ervaren?”

Wow!!! Elke moeder zegt nog wel zo tegen haar kind 'kijk uit voor vreemde mannen!'

Bovenstaande is een korte situatieschets van weer een bijzondere avond in het bijzonder suffe dorpje Sibu. Zo denk je een biertje te gaan drinken en zo zit je roze energieknikkers via je gedachten naar je meissie te sturen. Hij vroeg ons kleuren te kiezen, vormen te visualiseren en de ander zou die kleur dan vanzelf in z'n 'mind' zien. We hadden het geen enkele keer goed overigens ;-) Nu kun je je afvragen of je wel zo goed op elkaar afgestemd bent als er een vreemde Indiase man naast je zit. Je kan je uiteraard ook afvragen wat we in vredesnaam deden met een, tot vier uur geleden, volstrekt vreemde man op onze hotelkamer. We hadden er allebei geen slecht gevoel bij, dat is een leidend mechanisme voor ons geworden. Maar wat gebeurt er allemaal in een paar uur tijd dat je opeens met een love guru opgescheept zit. En dat Mascha en ik in kleermakerszit tegenover elkaar zitten, met onze knieën tegen elkaar aan voor nog beter contact!

Hij vertelde ons, toen we nog in het café zaten, dat hij in India een techniek had geleerd om ziekten te kunnen verhelpen en te voorkomen, soort drukpuntmassage. Hij leert dat de inheemse volkeren aan zodat ze zichzelf kunnen helpen tegen, onder andere, verkoudheden. Ook had hij veel ervaring opgedaan met mind control. Eén of andere techniek om mensen beter op elkaar af te stemmen. Het klonk allemaal erg interessant en voor iemand van 61 zag hij er nog verdomde vitaal en energiek uit, hij moest dus wel iets goed doen. Hij bleef wel steeds zeggen dat hij het ons zou leren (en maar bier inschenken bij ons), maar we hadden daar een iets andere voorstelling bij. Zeker als een 'nuchtere' Nederlander denk je; 'dat vliegt wel weer over'. Dus niet!

Dus zitten we met hem op onze kamer. En hij lult aan één stuk door. Over liefde, emoties, nog meer liefde. Verloren liefde. Ik weet het allemaal niet meer. Sommige dingen klonken bijzonder goed, echt als een wijs man. Op andere momenten was 'ie het spoor helemaal bijster. Zo moeten mensen met AIDS in een kliniek worden opgesloten zodat ze niemand (meer) kwaad kunnen doen. Of zijn theorie dat Afrikanen arrogante mensen zijn. Ook vertelt de dokter dat 'ie eenzaam is, geen vrienden 'op niveau' heeft en zo gelukkig en vol liefde is nu hij met ons op deze liefdevolle manier communiceert. Echter, als hij iets te lang doorgaat op het onderwerp seks in Papua Nieuw Guinea waar de mensen nog echte eerlijk seksuele relaties hebben (Edwin, how is your love area?) en dat je in Indonesie je vagina kunt laten verstrakken (Mascha, how is your....) is dat voor ons het sein om dokter Piemelio weg te sturen. Zo werd saai Sibu toch nog weer eh, tja, interessant......

woensdag 22 juli 2009

Similajau's goudkust

Dag 266, 22 juli, Bintulu

Iets buiten Bintulu is ook een National Park. Similajau heet het en het bestaat uit jungle (hoe verrassend) en kust. Als we 's ochtend Lambir Hills verlaten, rijden we in één keer door naar dit kamp. Want ook dit NP heeft weer knusse accommodatie. We zijn wat aan de late kant aangekomen en morgen willen we meteen weer door. Dus hop, vieze stinkkleren van gisteren weer aan en zo snel mogelijk de paden op, de ..nee, er zijn geen lanen hier. Binnen 4 minuten zijn we weer drijfnat door de klamme hitte. In drie uur tijd banjeren we over de uitgestippelde trail. De trail voert ook langs het strand dat niet voor niets Golden Beach heet. Dit zand is écht goudkleurig. Het schittert in de zon. We zien alleen heel erg in de verte wat aapjes, maar de krokodillen laten zich vandaag niet zien. Terug in het kamp is het snel douchen en afkoelen en een beetje ontspannen. Het is er wel de omgeving voor. We waren graag nog een dag gebleven, maar we vliegen over 6 dagen en we hebben nog meer te doen.

dinsdag 21 juli 2009

'Dagje Elysium' in Lambir Hills

Dag 262 tm 265, 18 tm 21 juli, Miri en Lambir Hills

Het is weer een busritje van niets; slechts drie uurtjes, aircootje erbij en gewoon wat om je heen kijken als je Brunei verlaat. De grensovergang gaat ook moeiteloos. Vandaag staat Miri op de agenda, een weinigzeggende stad op het zuidelijke deel van Maleisisch Borneo, Sarawak, waar vooral de omgeving van belang is. Want rondom Miri vind je verschillende nationale parken die de moeite waard zijn te bezoeken. Onze intentie was om naar Mulu NP te vliegen vanuit Miri, maar de prijzen zijn al wel erg verwesterd. Ander keertje dus ;-) We besluiten een dagje in Miri te blijven, maar echt heel spannend is het allemaal niet. Meest schokkende is nog wel het restaurant waar ze een aquarium hebben met grote groene levende kikkers. We vragen of dat is voor de kikkerbilletjes, maar de serveerster zegt dat ze gewoon in het geheel worden opgediend - sambal bij? Wij nemen wel een visje.

Tijd om de stad te verlaten en naar Lambir Hills National Park te gaan. Eigenlijk veel interessanter dan Mulu, want dit is het enige stuk oerwoud ter wereld waar zo'n grote verscheidenheid is aan flora en fauna. Een giftig slangetje hier en daar, maar het zijn vooral de enorme woudreuzen die de aandacht trekken van een permanent gevestigd onderzoekscentrum in het park. Dan moet het wel tof zijn toch? We krijgen een prachtige éigen chalet aangewezen, zonder airco (!) waar we lekker in kunnen vertoeven. De eerste dag lopen we door de dichte jungle naar een waterval van 25 meter. Mooi plekje om even af te koelen. Het water is echt heel koud! 's Avonds krijgen we een klein bordje rijst met twee verdwaalde erwten. Veel keus is er niet en al helemaal geen koud biertje, dus gaan we maar vroeg naar bed. Want? De volgende dag zullen we wel eens écht het oerwoud gaan 'ontdekken'. Tarzan en Jane eat your heart out!

Tering wat heet! We hadden het kunnen weten natuurlijk, Lambir HILLS. Niet Lambir Vlak dus. Stel je een sauna voor die heel groot is, waar je lekker rond kunt huppelen en heuvels op kunt klimmen, omdat je zo nodig uitzicht over het oerwoud wilt hebben. En dan natuurlijk wel met de kleertjes aan. Want bloot daar houden ze in Maleisië niet zo van. Elysium is er niets bij! We zweten ons echt een ongeluk, kledder en kleddernat zijn we. Maar het is wel echt waanzinnig om hier zo rond te lopen. Enorme bomen, varens, dikke mieren, kleine slangen, apengeluiden, gestjilp en gekwetter en vooral veel exotisch groen waar je bij de Intratuin maximaal voor in de portemonnee mag.

Na vier lange, warme, kleffe, klotsende uren zijn we weer terug bij de Park Headquarters en word ik toch wel met een glimlach aangestaard als ik twee koude blikjes met sportdrank ga halen bij de kantine. De kantinedame vraagt me in gebrekkig Engels of we het bos in geweest zijn. “Nee hoor, ik zweet van mezelf nogal!”, mompel ik. De rest van de dag zitten we echt voor apegapen voor onze (zweet)hut. Het hiken zijn we niet meer gewend, maar vooral niet bij deze temperaturen..pffffffff

Tot slot vermelden we maar eens wat het nu kost om al dit avontuur te beleven. Ons chalet kost ons maar liefst een tientje per nacht, eten gemiddeld 1 euro per maaltijd en als je een drankje wilt leg je al snel 40 cent neer. Het hakt erin!

vrijdag 17 juli 2009

Rijke stinkerds in Brunei

Dag 258 tm 261, 14 tm 17 juli, KK en Brunei

Vlak voor we op jungleriviertocht gingen hebben we afscheid genomen van Martine en Mario. Zij gaan helaas vandaag al weer terug naar Nederland. M en M, het was superleuk dat jullie er waren!

Wij hebben geen zin in weer een dag in Sandakan en nemen 'direct' na onze laatste ochtendriviercruise de bus naar Kota Kinabalu. We worden langs de kant van de weg afgezet en moeten dus maar wachten wanneer er een bus aankomt. Echt lang hoeven we gelukkig niet te wachten in die bloedhitte. De bus is lekker koud (zo koud dat ik zelfs een trui aan doe).

Eenmaal terug in Kota Kinabalu ga ik meteen naar de apotheek. Ik word gek van die snotneus, de druk op mijn voorhoofd, dat gehoest en mijn oren willen ook nog steeds niet open. Binnen een minuut sta ik weer buiten met antibiotica en nog een stapeltje andere pillen. Vooruit dan maar. Omdat ik zo 'sielug' ben, trakteer ik mezelf op een voetreflexmassage. Lucky Edwin mag dat ook, ook al is hij niet ziek. De meisjes zijn net aan 1,50 lang, ultratenger en ik verwacht er weinig van. Maar wat een sterke klauwtjes hebben deze minivrouwtjes! Au au au, niet zo hard! Met een serene glimlach op hun witgekalkte gezichtjes (hoe blanker hoe beter hier, alle gezichtscremes in de winkels bevatten whiteners), kneden ze mijn voeten en kuiten. En als extraatje ook nog een nek- en schoudermassage. Wij kunnen er na 1,5 uur weer helemaal tegen.

De volgende dag staan we om 06:00 uur op. We willen vandaag in één keer door naar ons 18e land, Brunei, maar daarvoor moet je eerst een boot nemen naar Labuan eiland en dan nog een andere boot naar Brunei. En we hebben nog geen kaartjes, dus het is verstandig om niet te laat bij de haven te zijn. En ach weet je, zo vroeg op staan is niet erg, want dan is het nog lekker koel...ahum. Omdat wij kostenbesparend bezig zijn, lopen we het hele stuk naar de haven in plaats van met de taxi te gaan, en dan is je tsjirt alsnog lekker drijfnat.

Om half drie komen we aan in Muara, onze eerste grensovergang via het water. Ook hier weer bij de immigratie en paspoortcontrole de inmiddels gebruikelijke temperatuurchecks vanwege de varkensgriep (die ik blijkbaar niet heb, want de meter slaat niet uit als ik langs de warmte-meet-camera's loop). Nu nog een stuk met de bus en dan eindelijk zijn we in Bandar Seri Begawan, de hoofdstad van Brunei Darussalam.

Voor wie niet bekend is met Brunei; het is een minilandje met 375.000 inwoners en aan het hoofd staat de gruwelijk rijke sultan. De beste man was gisteren jarig (63 alweer) en dat is normaal gesproken het hoogtepunt van het jaar met parades en andere festiviteiten. Dat hebben we dus op één dag na gemist. Maar later horen we dat het dit jaar niet grootst is gevierd, vanwege de varkensgriep. Maar goed, Brunei dus, een stinkend rijk islamitisch olielandje. Medische zorg is er gratis, net als scholing. Een liter benzine kost 25 eurocent, belasting op auto's is er niet, dus IEDEREEN rijdt een hele dikke nieuwe SUV maar..... het is er een beetje saai. De hoofdstad, afgekort BSB telt maar 85.000 inwoners, een dorp dus. In een uur heb je je rondje door de stad wel gelopen. Er staat in het centrum een gigantische moskee, er zijn uiteraard winkels en wat restaurants en heel veel banken, maar het is zo rustig. En de mensen zijn ook zo beschaafd. En oh ja, alcohol is écht (!) niet toegestaan in dit land. Dat verklaart ook wel het e.e.a.

Maar je hoeft je niet te vervelen in Brunei. De volgende dag nemen we om negen uur het openbaar vervoer naar Bangar. Dit OV bestaat uit een speedboot die snoeihard over de junglerivier sjeest. Onderweg zie je alleen maar tropisch regenwoud en mangroves. Het is een wirwar van riviertakken, af en toe een meer en nog meer rivieren. Ik snap niet dat de kapitein de weg weet, want het is (ons) totaal niet duidelijk hoe dit waterstelsel -het wegennet dus- in elkaar steekt.



In Bangar blijven we maar een half uurtje, want er is niets te doen en dus scheren we via dezelfde ingewikkelde route weer terug naar BSB. Zodra we de stad naderen zie je kilometers lang een sliert van huizen op palen. De zogenaamde watervillage. Hier wonen zo'n 30.000 mensen in houten huizen die via vlonders en bruggen met elkaar verbonden zijn. Een bijzonder gezicht, zeker omdat ik niet verwachtte zulke huizen te zien in een rijk land als Brunei.

Majesteit de sultan Haji Hassanal Bolkiah Muízzaddin Waddaulah en Yang Di-Pertuan (en zijn volledige naam is wel vijf keer zo lang) heeft ook een eigen museum. Hier is informatie te vinden over zijn leven, de vorming van Brunei nadat het in 1984 onafhankelijk is geworden van Engeland en het staat vol met cadeaus die hij ooit van andere staatshoofden heeft gekregen. Tja, je moet er van houden, van al dat goud, zilver, diamant, marmer en ander blingbling.

maandag 13 juli 2009

Riviercruisen op Kinabatangan

Dag 256 en 257, 12 en 13 juli Kinabatangan River

Vanuit de boot heb je het meeste kans op het spotten van wilde apen in de jungle. Met al mijn oogkracht loer ik langs de takken en boomkruinen op zoek naar de bijzondere neusaap. En ja hoor, kijk ze daar nou eens zitten met die enorme neus, dikke pens en rare piekhaar. Ze zijn absoluut niet moeders mooiste en heten ook nog eens Dutch monkey. Juist ja, vernoemd daar de Hollanders die hier een paar honderd jaar geleden langs kwamen. Ineens wisten de Malays hoe ze die lelijke apen moesten noemen!

We hebben een package geboekt. Dat wil zeggen twee overnachtingen in een lodge aan de rivier Kinabantangan, diners, lunch en ontbijt en vier riviercruises en drie junglewandelingen. De boottochtjes zijn trouwens om 16:00 's middags en om 05:45 's ochtends (!!!). “Want dan maak je de meeste kans op het zien van wildlife”, zegt de gids. Nou, dat is zo, ze komen mijn neus uit, die neusapen. En meer van dat soort apengrappen. Er zijn ook pygmee olifanten, maar die hebben er deze twee dagen geen zin in om zich te laten fotograferen. En dan de tweede dag, tijdens de middagcruise, hangt daar ineens een enorme oerangutan in de boom. Kijk, die in Sepilok Rehabilitation Centre zijn semiwild, maar deze is écht wild. We klikken ons helemaal wezenloos, want dit is toch wel zo enorm tof. Wat een beest, zo groot en zo rustig! Onze dag kan niet meer stuk! En zal je net zien, niet veel later zien we er nog één. Weliswaar wat moeilijker te zien, maar evenzo tof. Tja, dan zijn die andere makakenaapjes en neusaapjes maar saaai hahahha.

Hoewel we hebben getwijfeld of we wel zo'n dagbudgetoverschrijdende trip moesten maken, zijn we nu echt heel blij. En dat onze broeken volhangen met bloedzuigers als we op nightwalk gaan, nemen we maar op de koop toe.

zaterdag 11 juli 2009

Aapies loeren in Sandakan

Dag 254 en 255, 10 en 11 juli Sandakan

94,6%. Zegt jou dat percentage iets? Interessanter is eigenlijk 5,4%. Dat maakt namelijk het 'grote' verschil tussen mij en de oerang utan die tegenover me zit. Ons DNA komt voor 94,6 procent overeen met deze 'man of the forest'. Weinig hè! Het maakt o.a. dat ik in een huis woon en hij in een boom en ga nou niet grappig doen door te zeggen dat dat het enige verschil is tussen mij en de aap :-).

We zijn in Sandakan en vanuit hier kun je heel gemakkelijk naar de jungle en aapies kijken. In Sepilok, drie kwartier met een minibusje voor 0,80 cent, bevindt zich het Sepilok Orangutan Rehabilitation Centre. Een plek waar oerangutans worden opgevangen en weer op krachten kunnen komen om ze vervolgens weer in het wild uit te zetten. De apen zijn semiwild, dat betekent dat ze voor zich zelf kunnen (leren) zorgen, maar indien nodig extra voedsel of medisch verzorging krijgen. Martine en Mario treffen we daar weer; zij komen net terug van een tweedaagse rivierjungleverblijf en willen nogmaals de apen in Sepilok bekijken, want drie dagen geleden hadden ze niet veel geluk. Ook nu willen de apen niet zo. We zien er twee die worden gevoederd en nog eentje dichterbij, maar er staan zo veel toeristen omheen dat het effect een beetje weg is.

Edwin en ik besluiten nog een trail te lopen door de bagger en het dichte groen en tot onze grote verbazing zien we na een half uur modderwandelen een lieve oerangutan op het pad zitten. WOW! Zo dicht ben ik nog nooit bij zo'n aap geweest. Ik bedoel, ik woon al tien jaar samen met een wilde aapachtige, maar deze is veel ...eh..echter! Edwin geeft het beest zelfs een handje en praat wat met hem in apentaal. Ik durf wel met hem op de foto. Hij mist een arm, wat mij niet zo handig lijkt als aap, maar voor de rest zit ie er tevreden bij. Raar he, dat we voor 94,6 % gelijk zijn. Denk daar maar eens over na...

Met z'n vieren gaan we ook nog langs het Rainforest Discovery Centre waar ze een canopywalk hebben en een tropische tuin. Na 1,5 uur haalt de taxi ons op. Wij hebben nu vooral behoefte aan koelte, want wat is het allejezusheet....Maar zelf de tropische regenbui en het onweer brengen geen verkoeling 's avonds.

donderdag 9 juli 2009

Kalm aan in Kota Kinabalu

Dag 249 tm 253, 5 tm 9 juli 2009, Kota Kinabalu (Borneo)

Maleisië bestaat uit twee delen, het schiereiland en het deel van Borneo. Vandaag gaan we met Martine en Mario per vliegtuig naar het Borneodeel, naar Kota Kinabalu. Vanuit het vliegtuig lijkt het net of we over enorme broccoli's vliegen, helaas is het échte oerwoud voor een groot deel vervangen door palmplantages. We hadden al eens, toen we over land reisden, gezien dat er enorm veel aan palmoliewinning wordt gedaan,maar vanuit de lucht is het pas echt indrukwekkend en triest tegelijk. Waar nu palmbomen staan was vroeger oerwoud en je kunt al raden dat dit vooral ook heel nadelig is geweest voor de populatie van het wildleven. Orang-oetans, tijgers, luipaarden, neusaapjes, het zijn allemaal bedreigde diersoorten tegenwoordig.

Borneo, klinkt als primitieve stammen met botjes door de neus en bamboetattoes. Tenminste, wij hadden vroeger zo'n beeld van dit eiland in de Zuid Chinese Zee. Nou, in Kota Kinabalu is het gewoon modern met shoppingmalls, verkeersopstoppingen en meer van die Westerse ellende. Je krijgt er geen oerwoudgevoel bij, hooguit het urban jungle gevoel. De tijd in Kota Kinabalu (KK voor de insiders) gebruiken we vooral om even te relaxen en om Mascha weer een beetje fit te krijgen, want die is non stop aan het hoesten en niezen en d'r oren zitten potdicht. We verblijven in de Rainforest Lodge, maar dan wel midden in de stad. Airco op 20 graden, rugzak af en koud water om weer even op een menselijke temperatuur te komen. Het stadje heeft niet heel erg veel te bieden op wat eilandjes voor de kust en een park met vogels na. Wel hangt er een ontspannen sfeertje. De eerste dag wagen we het erop om naar het vogelreservaat te gaan, maar de taxi brengt ons helemaal verkeerd. We eindigen bij een heel hoge kantoortoren waar we uiteraard de ingang worden geweigerd, tenzij we voor het restaurant komen wat op de 18de verdieping ligt. Dat is 'uiteraard' onze bedoeling en zo kunnen we in ieder geval genieten van het uitzicht. Als we uiteindelijk met een taxi wel het vogelreservaat bereiken blijkt het dicht te zijn, het zou er vandaag ook niet veel beter op worden.

De volgende dag vliegen Mario en Martine naar Sandakan en blijven Mascha en ik nog achter, we hebben tijd zat immers! Vandaag gaan we lekker snorkelen op Mamutik, een tropisch eilandje voor de kust. Heerlijk relaxed strandje met een prachtige zee. We zien vissen die we nog niet eerder hadden gezien. Het is net alsof je in een groot aquarium zwemt. Doordat de mensen de vissen voeren zijn sommige soorten vis behoorlijk tricky; ze komen heel dichtbij en als je niet oplet bijten ze je. Niet hard, maar hard genoeg om er kleine wondjes aan over te houden. Op een gegeven moment gaat Mascha nog op een ander stuk snorkelen en daar wordt het bijna zwart voor haar ogen van de vissen. Je zou er bijna claustrofobisch van worden en na verloop van tijd vindt ze het ook niet leuk meer.

's Avonds gaan we nog even naar de avondmarkt waar het echt genieten is. Overal stalletjes met heerlijk eten en het meest bijzondere, garnalen zo groot als mijn hand. Zie de foto met bewijsmateriaal, wij hadden ons al eens afgevraagd hoe groot die dingen kunnen worden. Overal worden we uitgenodigd om te komen eten, maar die avond hebben we al heerlijk Indiaas op. We slaan het dus even over, maar we willen zeker nog een keer zo enorme garnaal gaan proberen.

De dag erop gaan we toch nog een poging wagen om naar het vogelreservaat te gaan. De taxi is weer een typische ja-knikker en na herhaaldelijk vragen of hij wel de goede kant op gaat blijft hij bevestigen dat het ok is. Ik begin me behoorlijk op te vreten aan dat stronteigenwijze gedrag. Op een gegeven moment ben ik het echt zat en zeg hem dat hij niet weet waar hij naartoe rijdt en dat hij terug moet naar het centrum. Daar luistert hij gelukkig naar en we rijden dat hele stuk weer terug. Hij haalt de hulp van collega's erbij en dan opeens breken de wolken en ziet hij het licht. Hij weet het! We hadden echter beter gelijk uit kunnen stappen, want het reservaat was echt een aanfluiting. Geen vogel te zien, overal in de mangrove dreven plastic flessen en troep. Het was gewoon een verwaarloosd park wat heel nodig de revisie in moet. Echt zonde van alle moeite en tijd.

Alsof het vandaag nog niet gek genoeg was besloot ik het erop te wagen naar de kapper te gaan om mijn baard weer eens te laten opknappen. Het was ondertussen een organische proeftuin geworden en met deze hitte lijkt alles harder te groeien. Het kapstertje vindt het doodeng en begrijpt gelukkig ook niet wat de bedoeling was. Binnen no-time zet ze de tondeuse op mijn baard en trekt één lange kale baan in het midden van de baard. “HOOO!! Stop!!! Not everything, just shorter!!”, schreeuw ik uit. Het vrouwtje schrikt zich rot en durft bijna niet verder te gaan. Mascha had me nog gezegd dat ik moet vragen of ik het zelf mag doen. Tja, blijf toch weer eigenwijs met dit soort dingen. Het enige voordeel hier is dat veel jongeren ook met kapsels rondlopen wat lijkt op een gefolterde kat dus opvallen zal het niet. Denk ik. Hoop ik....

KK is zo wel weer genoeg geweest, meer avontuur valt er waarschijnlijk niet te halen en het niveau ervan is ook al niet om over na huis te schrijven. Al zit ik dat nu uiteraard wel te doen ;-) Morgen pakken we de bus naar Sandakan vanwaar we wat meer wildlife hopen te gaan zien.

Onze foto's van Kota Kinabalu staan uiteraard weer op Flickr!

maandag 6 juli 2009

250 dagen evaluatie

Evaluatie 250 dagen, 6 juli 2009 vanuit Kota Kinabalu

Tja, wat nu weer te schrijven. Dat we nog steeds lekker aan het reizen zijn? Dat zeker. Afgelopen 50 dagen stonden in het teken van grote wisselingen; van temperatuur, mensen en natuurlijk de grond waar we op gestaan hebben. Het bijzondere is dat in onze laatste drie landen op drie verschillende continenten de Hollanders duidelijk aanwezig zijn geweest in de geschiedenis. Van veroveringen op de Portugezen in Brazilië naar Afrikaners in Zuid Afrika en tot slot de overblijfselen van de specerijenhandel in Maleise. Toeval?

Het is raar om nu, op dag 250, op het laatste continent te zijn die op onze planning staat. Het geeft je het idee al weer bijna naar huis te moeten, terwijl we pas net over de helft zijn als je de dagen telt. De landen in Azië zijn ook zoveel kleiner dan bijvoorbeeld Brazilië. De afstanden die we zullen reizen zullen dus sterk afnemen, al zullen we er wel rekening mee moeten houden dat de wegen hier een stuk minder zullen zijn.

Een korte evaluatie dit keer, als het al een evaluatie te noemen is. Maar na onze opsomming van hoogtepunten en dieptepunten van Midden- en Zuid Amerika zijn we een beetje uitgepend. Zuid Afrika was een mooie tussenstop, maar veel te kort. We gaan dus zeker nog een keer terug om meer van zuidelijk Afrika te zien. We gaan nu eerst lekker het Azië avontuur induiken en zien wel wat dat met ons doet ;-)
Oh ja, en voor degene die denken: “Op de helft??? Ze komen toch in november terug?” Eh, we proberen het nog wat langer vol te houden en pas in februari/maart 2010 terug te zijn...Als we nou heel zuinig aan doen in Azië, moet dat wel lukken. Klik dus nog maar eens lekker vaak op onze advertenties!

Liefs,

Mascha en Edwin

zaterdag 4 juli 2009

Singapore? Shopping!

Dag 247 en 248, 3 en 4 juli 2009, Singapore

Tropische eilandjes blijven alleen maar leuk als je er niet te lang blijft. We reizen verder naar Singapore. Eerst 's ochtend (half 8 is en blijft verdomde vroeg) een boot naar het vasteland en dan nog een paar uurtjes met de bus. Singapore is een verhaal apart. Het is een land, maar bestaat voor het grootste deel alleen maar uit één stad. De grensovergang is vrij omslachtig; onze temperatuur wordt gemeten om te controleren of we geen griepje hebben en we moeten een paar keer met rugzak en al in en uit de bus en als we dan eindelijk in Singapore zijn is er nergens meer een bus te verkennen.. gloeiende! En in de bloedhitte met je rugzakkie sta je niet heel graag te wachten. Komt wel weer op z'n pootjes terecht natuurlijk, uurtje later zijn we op plaats van bestemming; hartje Singapore stad.

Als je denkt dat mensen hier nog in hutjes op palen wonen, vette pech! Singapore is het shoppingparadijs van de wereld en doet er alles aan om een zo modern mogelijk land te zijn. Dat betekent enorme winkelcentra (maar liefst 74 grote, megagrote eigenlijk) met alle, maar dan ook echt ALLE grote designermerken. (Louis Vuitton, Chanel, Prada, Gucci, Armani noem maar op). De PC Hoofdstraat is een smerige steeg vergeleken met dit hedonistische winkelgeweld. Money is key en er zijn hier heel erg veel deurtjes te openen.

Toch wordt dit monetaire systeem strak bestuurd. Zo mag er veel, maar wat niet mag wordt dan ook zwaar bestraft. Roken 500 euro boete, eten of drinken in de metro: 250 euro boete en zo vind je overal op straat wel bordjes die wijzen op de kosten van een kleine misstap. Gelukkig worden de oudjes wel weer goed beschermd. Blijkbaar zijn er bepaalde gebieden waar veel ouderen lopen, want we kwamen een prachtig verkeersbord tegen.

Het is vandaag de verjaardag van Mario. Gefeliciteerd! En we gaan vanavond uit eten. Dat doen we eigenlijk elke avond, maar nu hebben we ook echt iets te vieren. We belanden bij een bekend Indiaas restaurant met z'n beroemde vissekop curry. Nu hebben we niet zo heel veel zin in om een vissekop leeg te lepelen dus kiezen we voor een iets meer doorsnee curry. Verdomde lekker uiteraard en iets, laten we zeggen 'vriendelijker'. Mascha en ik hebben een hotelkamer in Little India en zijn dus omringd met allemaal lekkere geuren en kruiden. In Little India vergeet je even de duizenden wolkenkrabbers en shoppingmalls.

Naast het eten, waar we altijd erg van kunnen genieten, is het hoogtepunt van Singapore toch wel de ontmoeting met een oppermonnik die ons uitnodigt naar zijn klooster in het noorden van Maleisië te komen. Hij is op bezoek in Singapore om daar met zijn leerlingen een grote tempel te bezoeken. We moeten erg lachen met één van de kleine monniken die met mij op de foto wil. Mascha noemt ze 'kaalgeschoren geelkleden' en vermoedt dat ik er ook zo ga bijlopen als we op bezoek gaan bij deze mensen. Ik kijk er in ieder geval wel naar uit om naar zijn afgelegen bergklooster te gaan. De tempel waar we nu rondlopen is ook erg indrukwekkend met enorme gouden beelden. Terwijl wij hier in alle rust rondlopen, wordt er buiten door Chinezen met cowboyhoeden gelinedanced op countrymuziek. Een erg leuk contrast! Multiculti Singapore.

Diezelfde avond spreken we met Martine en Mario af in de Chinese wijk waar alles versierd is met leuke lampionnen. Singapore is weliswaar een behoorlijk grote stad, en ook een land, maar na twee dagen hebben we het wel weer gezien. Morgenochtend vroeg nemen we het vliegtuig naar Kota Kinabula. We gaan weer lekker terug naar het veel goedkopere Maleisië, maar dan op het andere deel, namelijk Borneo.

donderdag 2 juli 2009

Gastredacteur op tropisch Tioman

Dag 244 tm 246, 29 juni tm 2 juli 2009, Pulau Tioman

Door Martine Hartog

Dus jullie komen echt, het is geboekt?” Ja, we komen echt. “Leuk! Wil je dan gastredacteur zijn?” Uh... tuurlijk. Al voelt het toch een beetje als werken. Nou niet echt natuurlijk. Zittend op de veranda, met links de heldere blauwe zee en rechts uitzicht op het oerwoud. Toch wel iets anders dan schrijven over de kernwaarden van de rechtsstaat of over waar een tbs'er aan moet voldoen om op proefverlof te mogen. Niks justitieels in dit stukje, maar alles over de reis van Malaka naar Pulau Tioman en onze belevenissen in dit tropische paradijsje.

Lompe bestuurder
Pulau Tioman ligt in de Zuid Chinese Zee, aan de oostkant van Maleisië. Om er te komen nemen we de bus en rijden we in vier uur van Malakka naar Mersing. We vertrekken vroeg in de ochtend. Onderweg zien we hectaren voormalig oerwoud, gekapt voor palmbomen (palmolie). Tegen het eind van de rit krijgt de buschauffeur haast. Met 90 km per uur door de bocht, waar je 50 mag. Zelfs met een gewone auto levensgevaarlijk. Verder maar niet meer op de teller van de chauffeur kijken en op hoop van zegen... Niet veel later wordt de lompe bestuurder van de weg gehaald door de politie met als resultaat een bekeuring. Net goed. Maar daarna gaat íe weer vrolijk doorjakkeren alsof de bekeuring nooit heeft plaatsgevonden. Gelukkig komen we uiteindelijk heelhuids aan in Mersing.

Even schakelen
Na een boottocht van anderhalf uur in een soort vrieskist komen we aan op Tioman. Een tropisch eiland uit het boekje. Op de omringende eilanden wordt jaarlijks Expeditie Robinson opgenomen, dan hebben jullie lezertjes een beetje een idee. We verblijven in Kampong Salang. Voor Mario en Martine is het wel even schakelen; de hutjes zijn klein en simpel. Een bed met klamboe en de douche met alleen koud water (hangt recht boven de wc). Maar de prachtige omgeving maakt alles goed. Onze twee hutjes met aangrenzende veranda liggen direct aan een mooie tuin. Apen lopen hier rond om uit de vuilnisbakken te jatten, varanen zwemmen in een riviertje achter het hostel.

Brutale aap
De volgende ochtend zien we pas echt goed waar we zijn. Ik schrik op door een aap die achter me uit een palmboom komt racen. Hondsbrutaal zijn die beesten. De uitdrukking 'brutale aap' is vast hier uitgevonden. Tijd voor ontbijt. Niet iedereen is hier even goed in de Engelse taal. Na wat ja-knikken en ons glazig te hebben aangestaard, verschijnen er vijf (!) scrambled eggs (besteld twee) en de fried egg en beans is vervangen door alleen een kommetje beans. Maar na lang wachten hebben we onze buikjes rond en is het tijd voor snorkelen!!

“Ik zie een schildpad!”
Visjes in alle kleuren van de regenboog, zo voor de deur van onze hutjes. 's Middags komt Mascha hijgend het water uitgerend: “Ik heb een schildpad gezien, zo mooi! Martine, kom kijken, kom kijken!” En inderdaad even later is de schildpad er nog steeds. Een groot exemplaar dat gracieus door het water beweegt. Zo bijzonder! 's Avonds liggen alle mooie visjes klaar bij de bbq voor het avondmaal. We kiezen een catfish die we met z'n vieren lekker oppeuzelen aan een tafeltje op het strand.

Agressieve ...-vis
De volgende dag gaan we met een bootje naar Coral Island. Nog meer tropische vissen en veel koraal. Tussendoor maken we een stop bij een echt bounty eiland. Nog maar even snorkelen vanaf het strandje, want wat is het heet. Dan word ik gebeten door een agressieve kutvis. Blijkbaar is het nodig om mij in mijn bovenbeen en kuit te bijten. Ik ben er klaar mee. Een dag later staan de tandjes nog in mijn benen. Maar dan heb je wel het echte Robinson-gevoel.