zondag 22 februari 2009

Foutjes van oudjes/reisjes met grijsjes

Evaluatie Arie en Joke

Het valt voor onze kinderen, als dertigers niet mee, om ineens twee pensionados op sleeptouw te hebben. Wij gedragen ons toch niet zo vloeiend en makkelijk als Mascha en Edwin, die ondertussen al heel wat meer ervaring hebben opgedaan in Midden en Zuid-Amerika. Mascha spreekt Spaans als een echte Señora en Edwin bestelt en rekent af in het Spaans. Maar wij (vooral Arie) doen nog wel eens wat onhandig. Enkele voorbeelden:

Een onderdeel van de rondtour door de Sacred Valley van de Inca's (bij Cusco) was een lunchbuffet in een prachtig mooi restaurant. Er was van alles in te nemen. Beginnen met soep en dan vlees, vis, sauzen, allerlei salades, gebak en koffie. Dus we begonnen met een kopje soep. Arie als laatste in de rij dacht: "Ik neem ook nog even voor alle vier een broodje mee van de fantastische broodcollectie aan het einde van de tafel". Mascha zag al aan de gezichten van de zeven man personeel dat er iets verkeerds ging gebeuren. En ja hoor: het brood bleek er te zijn voor "decoracion" en niet om op te eten. Dus met een kop als vuur (kwam van de zon) werden de broodjes weer netjes teruggelegd. Later kwam een van de oberinnen gelukkig het echte brood brengen.

Bij vertrek uit ditzelfde restaurant was het ondertussen warm geworden. Dus buiten op het tuinterras deed Arie zijn bril af, trok zijn sweater uit, pakte zijn spullen weer bij elkaar en ging de bus in. Iedereen binnen, de motor wordt gestart en dan: "Waar is je bril?" vraagt Joke. Gauw de bus weer uit en overal in de tuin in het gras en op te tafeltjes gezocht. Gelukkig had een van de oberinnetjes betere ogen dan ik (kan ook niet anders zonder bril) en zag hem glinsteren in het gras.

Om Machu Picchu te bezoeken heb je heel wat reispapieren nodig. Twee kaartjes voor de trein. Een voor heen en een voor terug. Hetzelfde voor de bus, een entreebewijs voor Machu Picchu en je paspoort. Op de terugweg in de bus terug moest je je buskaartje af laten scheuren, de bundel papieren in een mapje weer in ontvangst nemen, de bus in, je plek zoeken, je rugzakje en je jas in bagagerek en gaan zitten. Zit je net, check je nog even of je alles hebt en is je mapje met reispapieren verdwenen. Paniek. Zoeken in je buikbuideltje. In alle zakken van je jack en alle zakken van je broek. In je rugzak en in het bagagerek. Ondertussen begint de bus te rijden, dus loop je weer naar voren, dwing de chauffeur tot stoppen, want misschien is het buiten op de grond gevallen en dan hoor je op zijn Spaans Arie roepen. Bleken de zo hard nodige papiertjes toch in het bagagerek te liggen. Het klamme zweet kan weer opdrogen.

Bustochten zijn trouwens helemaal niet zo makkelijk. We zaten bovenin de dubbeldeksbus van La Paz naar Oruru, die er 3 uur over zou doen, maar door demonstraties over een referendum zat al het verkeer rondom La Paz muurvast. Dat betekende een uur vertraging. Toen er nog zo´n 100 km te gaan was vroeg Arie met een verhit hoofd aan Mascha: "Weet jij of ze een toilet in de bus hebben?" Mascha dacht er een gezien te hebben onderin de bus. Bij nog 90 km ging Arie naar voren om te kijken of hij het toilet kon vinden. Het was er wel , maar bleek omgetoverd tot magazijntje. Volgestouwd met dozen en het zag er naar uit dat hij al jaren niet meer gebruikt was. Toen aan de chauffeur vragen of hij kon stoppen. Nog een half uurtje volhouden was het antwoord. Bij 60 km ging Arie weer naar voren en het antwoord was "Nog tien minuten" Bij 50 ging Arie met zweet op zijn voorhoofd opnieuw naar voren en kwam na 5 minuten opgelucht terug. De bus had niet gestopt, hoe kon dat. Arie die ineens weer praatjes had vertelde dat de bijrijder achter de chauffeur was gaan staan. Arie had een plastic zakje gekregen en kon met zijn rug half naar de chauffeur gekeerd voor de grote voorruit van de bus bijna een liter produktie maken in het zakje. Toen mocht het zijraam open en zakje met inhoud naar buiten slingeren. Een simpele en zeer bevrijdende oplossing.

Maar los van onze foutje hebben we het heel leuk gehad. Hier onze evaluatie:

Arie: "Ervaring van een oude rugzaktoerist"
Na 4 weken willen wij ook een keertje evalueren. Je moet toch ook een beetje proberen mee te doen, ook al vallen 28 dagen in het niet als je het vergelijkt met de 4 x zo lange tijd als jullie al hebben meegemaakt. Om te beginnen: "Het was fantastisch". Vanaf de aankomst in Lima. Daar stonden jullie al: met kop en schouder uitstekend boven de rest. Er was al gezorgd voor vervoer en slaapplek. Perfect! En daarna de steden, de drijvende eilanden en het eiland Taquile, Sacred Valley, Machu Picchu, het droogstaande meer, het feest van Maria Lichtmis met de optochten, de zilvermijnen, de zoutvlakte, het cactus eiland, de lagunes, de vliegtuig- bus- en taxiritten en de soms veel van elkaar verschillende overnachtingsplekken.

En ook al die andere dagen. Zo’n 16 tot 20 (als we weer eens heel vroeg op moesten staan) uur per dag, waren we aan en met jullie verbonden. En dat ging goed. Je leert elkaar dan toch wel heel intensief kennen.Samen op een kamer elkaars geluiden en luchten delen. Samen praten over de moeilijke en soms de te gemakkelijke stoelgang.Maar ook praten over ideeën, wensen en verlangens, emoties en gevoel, muziek en literatuur en natuurlijk over het spannende gevoel wat je krijgt bij een potje schaken.

Het Spaans van Mascha en de begrotingstechniek van Edwin compleet met administratie en dagelijkse verantwoording waren geweldig. Als er nog ruimte in het budget was leerde je van Mascha meteen hoe je een biertje of koffie met gebak kon bestellen om het begrotingsoverschot weer weg te werken. Bij veel ruimte was er zelfs tijd voor een mojito of een ander heel erg lekker drankje.

Dankzij jullie en samen met jullie hebben wij een heel bijzondere en aparte reis kunnen maken. We zullen hier nog heel lang met anderen over napraten en als jullie weer terug zijn gaan we samen met jullie deze kleine maand zeker nog een keer opnieuw doornemen. Wij wensen jullie, voor de rest van jullie zwerftocht over de wereld, alleen maar goeie dagen toe.

Joke: "Ervaring van een ja ja zestigjarige vrouw"
Het was heel bijzonder om als een “oudere” mee te mogen backpacken. Want bijzonder was het als je steeds bij jonkies in een hostal zit. Maar iedereen doet hetzelfde en dat geeft toch een band.

Ik kreeg steeds meer bewondering voor Mascha en Edwin, dat ze steeds dingen regelden voor ons. Kwamen we in een stadje aan hup moest er eerst een hostal gezocht worden. Wij op de bagage letten en zij kijken of het wel wat was. Nou de meeste hostels waren ook goed. Dan weer het volgende kijken hoe de bussen gaan, of in overleg waar gaan we eten. Dat vond ik wel eens teveel van het goede, je moet altijd buiten de deur eten, wat voor mij toch wel vreemd was. Ik hou zelf graag van koken, maar goed gegeten hebben we altijd. Het was wel lekker dat Mascha aardig wat Spaans spreekt, kon zij tenminste alles vertalen.

Maar het was een prachtige reis die ik niet had willen missen. En nu ging het ook allemaal nog, over tien jaar doe je dat niet wellicht niet meer, sjouwen met een rugzak. Edwin en Mascha hartstikke bedankt voor de goede zorgen en fijne reismaatjes.

Nog heel veel reisplezier en dikke kussen van een "oudere reisgenoot"

zaterdag 21 februari 2009

Iquique, even in de chill-stand

Dag 111 t/m 114 - 18 t/m 21 februari 2009, Iquique

San Pedro de Atacama is te duur, we moeten hier snel weer weg, want dagbudgettechnisch gezien is het niet slim hier te blijven. Arie en Joke vliegen vanaf Iquique, dus dat is onze bestemming voor vandaag. Ik schreef al eerder dat Chili nogal verschilt van Bolivia. Het is veel duurder en er zijn minder openbaar vervoersmogelijkheden. De Chilenen hebben eigen auto`s en hoeven zich dus niet in busjes te stoppen. De bussen die er wel rijden zijn luxe en rijden enorme afstanden waarvoor je moet reserveren. Het lukt me niet via internet (!!) te reserveren, dus we gaan op goed geluk. En het geluk is aan onze kant, want er is nog plek in de bus die in 5,5 uur naar Iquique rijdt. En die 5,5 uur is alleen door droge woestijn. Het is de droogste woestijn ter wereld (ik had echt geen idee!), er zijn plekken in de woestijn waar in 400 jaar nog nooit een druppel regen is gevallen.

Iquique ligt aan de kust. Maar is ingesloten door enorme zandbergen. Het is weer eenzelfde ervaring als Lima. We rijden en rijden door de woestijn en opeens is daar zicht op een stad, verscholen achter een enorme duin. Nadat we zijn uitgestapt worden we door een Chileense medereiziger getipt voor een paar hotels. Zijn besef van goedkoop is iets anders dan het onze, 150 dollar ontstijgt ons dagbudget toch enigszins ;-) We besluiten te lopen door de stad in plaats van een taxi te nemen, want het reizen heeft ons ondertussen geleerd dat hotels komen en gaan en de Lonely Planet dan weinig soelaas biedt. We vinden uiteindelijk een betaalbare kamer bij het YMCA (it's fun to stay at the YMCAAAA). Er wordt flink verbouwd en Mascha en ik besluiten de volgende dag ons heil elders te zoeken, dit in tegenstelling tot Arie en Joke die geen zin hebben wéér te verkassen.

De dagen in Iquique, de laatste voor Arie en Joke, doen we lekker rustig aan. We zitten aan een strip met allerlei leuke kroegjes en restaurantjes waar muziek gemaakt wordt en je heerlijke mojito's kunt krijgen tijdens happy hours Tussen 19:00 en 00:00) Erg handig als je met vier mensen bent want zo heb je veel drank voor weinig geld. Het strand en de zee zijn geweldig. Vette golven die keihard breken op de rotsen en overal jonge ventjes die aan het bodyboarden zijn. Een bezoek aan een heel oud theater en lekker slenteren door de straatjes. Wij vermaken ons wel en dit vormt een perfect einde van een prachtige reis samen met Joke en Arie.

21 februari om 12 uur vertrekken ze.. in een prachtige dikke auto stappen Arie en Joke in alsof ze de koning en koningin van het land zijn. Het is een raar gezicht om ze opeens weg te zien rijden. Terug naar Europa, terug naar hún 'zwerversbestaan'.

dinsdag 17 februari 2009

Jarig in Bolivia en Chili (deel 3)

Dag 110, 17 februari 2009

Lang zal ze leven, lang zal ze leven. Zestig worden in Bolivia is toch wel bijzonder. Jammer dat ze geen oog heeft dicht gedaan vannacht en dat de wekker om 04:00 ging. Maar hoe dan ook: Joke is jarig!

Om kwart voor vijf zitten we bibberend van de kou in de jeep. Stikdonker is het nog. We hebben geen idee waar we de zonsopgang gaan bekijken, maar we moeten onze badkleding (!!!) bij de hand houden. Badkleding? Weet je wel hoe koud het is! Eerst nog langs de geisers. Ze zullen vast wel spectaculair zijn, maar het is nog zo donker, dat we er eigenlijk niets van zien.

Een half uurtje verder rijden en daar ligt een ..tadaaa, warmwaterbron. Er staan mensen omheen met mutsen op en handschoenen aan (dat je wel even begrijpt dat het echt koud is) en in dat bad liggen mensen. En tien minuten later wij ook. Okay, je buiten omkleden is wel even afzien, maar het water is 32 graden. Lekker! En daar hoort dan een prachtige zonsopgang bij. De rode gloed schittert op het meer, we dobberen in het badje en voelen ons als god in Bolivia. Een half uur later zingt een vijftig koppig publiek Joke toe en eten we om zeven uur `s ochtends een kleffe taart!


De route voert verder naar het zuiden, langs nog meer prachtige meren, de Salvador Dali woestijn en dan uit het niets verschijnt een gebouwtje. Migracion Bolivia lezen we. We zijn bij de grens met Chili. Onze chauffeur gooit ons uit de jeep en keert terug naar Uyuni. Hij heeft nog negen uur voor de boeg. Wij stappen in een LUXEbusje dat ons naar San Pedro de Atacama brengt, het eerste stadje in Chili. En na al die armoede in Bolivia, de slechte wegen en de gare bussen, is Chili een paradijs. ER LIGT ASFALT. Midden in de woestijn rijden we nu meteen op de gladste ondergrond sinds weken. Wat een verschil. Ik zie zelfs vangrails. En borden met de maximumsnelheid.

Wat we ons totaal niet hebben gerealiseerd is dat het in Chili hoogseizoen is. Het is er grote zomervakantie. En San Pedro de Atacama zit propvol met Chileense vakantiegangers. Vergeet niet dat we nu weer veel lager zitten, op zo´n 2700 meter, midden in de woestijn en het is hier lekker warm vakantieweer. Na heel lang zoeken hebben we een veel te dure hotelkamer. Balen, maar we hebben geen keus. We vieren de verjaardag van Joke met een lekker dineetje en sluiten zo deze lange, maar bijzondere dag af! Salud!

maandag 16 februari 2009

Tour Uyuni, deel 2

Dag 109, 16 februari 2009

Zout slaapt prima. Weten we dat ook weer. Wat minder is, is dat we om 07:00 weer in de jeep moeten zitten. We hebben een lange dag voor de boeg en onze chauffeur (23 jaar, type `ik ben heel stoer`) wil niet te laat aankomen vanavond. De rit voert door een gebergte en dan weer door vlaktes die ons allemaal stil doen vallen. Net als bij het witte zoutmeer, zijn onze hersenen nu ook weer overuren aan het maken. Het is zo mooi, zo vreemd, zo leeg en tegelijkertijd zo veel te zien.

Dit is geen plek voor mensen. Er is geen water, geen struiken, zelfs geen grasjes. We zien af en toe een wilde apaca (soort lama), maar verder niets. Wel vulkanen, stenen. Soms zo veel grote stenen, dat je er weer leuk verstoppertje kan spelen. Verder alleen stof en zand. En dan ineens, na uren hobbelen, een meer met flamingo`s. Dus net als je denkt dat het niet gekker kan, sta je oog in oog met deze sierlijke vogels. Wow! En een applaus voor kokkie, die hier ook weer in staat is een heerlijke pastasalade en aardappeltjes op tafel te toveren.

Wie kent hem niet, Salvador Dali. Wil je weten waar hij zijn inspiratie vandaan haalde? Waar wij ons nu bevinden. Het landschap is zo raar, de vormen zo gek. Neem nou die de stenen boom. De kleuren, de vorm. Ja, dat werkt inderdaad erg inspirerend. Bedenk er trouwens wel bij dat het keihard waait en dat het best koud is.

Slapen doen we in een zoutgebouw. Het is minder luxe dan gisteren, maar toch is ook hier de wijn weer heerlijk, de douche prima en de bedden van...zout. Wekkertje staat op 04:00. Heeft te maken met een mooie zonsopgang....hmmm. ik prostesteer!

zondag 15 februari 2009

Witte vlekken in Uyuni, deel 1

Dag 107 en 108, 14 en 15 februari 2009, Salar de Uyuni

Na de indrukwekkende ervaring in Potosí staat alweer een volgende highlight klaar; het zoutmeer vanUyuni ofwel 'Salar de Uyuni'. Na een prachtige rit in de bus komen we aan in het stadje Uyuni waar alles draait om de toertjes door de Salar. Er zijn ongeveer 60 reisbureautjes die je een unieke ervaring beloven. Belangrijkste aandachtspunt is de jeep en vooral ook het onderhoud wat eraan gepleegd is. Mascha en ik weten een aardige deal te maken waarbij we een privé jeep krijgen en deze niet hoeven te delen met nog 2 passagiers. Iéts duurder maar wel als gevolg dat we ruim kunnen zitten, niet geheel onbelangrijk want we gaan de komende drie dagen zo'n 1000 kilometer afleggen door een woest landschap. Wij kiezen er ook voor om ons af te laten zetten bij de grens met Chili, zodat Arie en Joke daar hun vliegtuig terug naar Europa kunnen pakken.

Met een enorme voorraad water, twix-en, snickers en wc-papier gaan we de volgende ochtend op pad. Onze eerste bestemming is een rustplaats voor oude treinen uit de tijd van de mijnen. De hoeveelheid oud ijzer is gigantisch en een treinenliefhebber zal er zijn hart kunnen ophalen. We maken een paar leuke foto's en moeten dan alweer verder naar het volgende: een dorpje waar het zout wordt verwerkt tot het keukenzout zoals wij dat kennen. Maar naast keukenzout maken ze er ook hele woningen mee of kaarsenstandaards die aan de toeristen te koop worden aangeboden. Arie en Joke zwichten voor de smeekbede van een verkoopstertje en kopen wat souvenirtjes.

Na deze stop rijden we verder en bereiken we eindelijk de GROTE attractie. In de Lonely Planet wordt geadviseerd een skibril mee te nemen bij je bezoek aan het zoutmeer. Het is inderdaad net of je overeen grote vlakke skipiste rijdt waarbij het zonlicht extra sterk is. De reflecterende werking wordt ook nog eens versterkt door de grootte van het meer.
Lake Titicaca was al een aardig plas, maar dit drogezoutmeer is maar liefst de helft groter. Een kleine 120.000 m2 telt het, best veel korrels zout! Doordat het meer zo groot, vlak en wit is levert dit hele leuke plaatjes op. Het idee van diepte verdwijnt waardoor je erg grappige foto's kunt maken. Typisch iets waar je weer vreselijk in kunt doorslaan daarom tonen we alleen de visueel leukste ;-) Je had erbij moeten zijn!

En dan ineens zien we een `eiland`, midden in het grote wit. Het is natuurlijk geen eiland, want we zitten niet op water, maar toch wordt het zo genoemd en ziet het er zo uit. Isla de Pescado heet het (Fish island). Die naam slaat echt nergens op, want we zien alleen maar enorme cactussen. Echt enorm bedoel ik. Wat een bizar gezicht, dit is allemaal zo surrealistisch. Onze ogen en hersenen kunnen het maar moeilijk bevatten en verwerken, zo vreemd is het. Ook hier gaan we weer los met foto´s. Ons kokkie slooft zich voor de eerste keer uit met een zeer smakelijke picknick.

Na nog eens twee uur scheuren over het grote witte niets, zijn we in ons hotel. Ik heb nog nooit op een zoutbed geslapen, of aan een zouttafel gegeten. Maar hier kan het en het is best gek. Je kunt gewoon de muren likken of de stoel waar je op zit. En wat een hoop flauwe grappen kun je maken in een zouthotel (geef me het zout even aan, doe niet zo flauw). Ach, ook hier zeggen we: je had er bij moeten zijn hahhah. Kokkie denkt dat ze een heel leger moet voeden, maar flikt het om weer heerlijk te koken. Elke jeep heeft zijn eigen kokkie en elk kokkie heeft haar eigen hokje in het hotel om te koken. Alles is meegenomen vanuit Uyuni. Gasflessen, pannen, water en het eten zelf. Het hotel verkoopt alleen bier en wijn en snoep. Een keer raden wat heerlijk smaakt in een zoutig hotel.....

Kijk ook eens op http://nl.wikipedia.org/wiki/Salar_de_Uyuni

vrijdag 13 februari 2009

Potosi`s donkere kant

Dag 105 en 106, 12 en 13 februari 2009, Potosí

MIJNervaring in Potosí

Terug in Potosi, terug in het vertrouwde hostel in zelfs dezelfde kamer. Ik vertelde al eerder dat Potosi een mijnwerkersstadje is, net als Oruro. In Potosi krijg je de kans die mijnen ook te bezoeken. Een spannende onderneming, want niet geheel zonder gevaar. Helaas is Joke 's ochtends te ziek om mee te kunnen op 'expeditie' naar de mijnen en dus wagen er slechts drie amigo's de tocht in het donker. Omdat we elk het op een andere manier hebben ervaren, krijg je vandaag drie korte verslagen.

Hier komt de MIJNE
Doodzenuwachtig, er slecht van geslapen, benauwd bij het idee alleen al. Dat typeert mijn'voorbereiding' op een tochtje in de mijn. Misschien omdat ik nog niet fit ben, maar ik zeg eerlijk dat ik het bijna had willen afzeggen. Met een propje cocablaadjes in mijn rechterwang, extra chocoladereep in mijn zak en oogdruppels paraat ben ik er redelijk klaar voor. Goh, staat me leuk zo'n gele overal en wat een kek helmpje mag ik op. Ach, voor die paar cocakauwende, 96% alcoholdrinkende mijnwerkers hoef je je niet op te tutten. Ik krijg slechts twee kleine paniekaanvallen in de smalle schacht, verder ben ik superstoer en sta ik 1,5 uur later met mijn ogen te knijpen tegen het fellezonlicht. En blij dat ik weer verse lucht heb!

En Edwin:
Het scheelt gemiddeld 30 cm en pak 'm beet een kilo of 40. Ik, een royal-size toerist afgezet tegen de Boliviaanse mijnwerker. Hoe gaan die trapjes in de mijnen me in godsnaam houden en wordt het alleen maar kruipen of kom ik er zonder hernia uit. Die 'vraagtekens' vervliegen als ik de mijnen eenmaal betreed en sprakeloos ben van de werkomstandigheden. Donker, smal, diep, stoffig en identiek aan het gangetje waar we 5 minuten geleden door kropen. Voor een schamel loontje en een gemiddelde levensverwachting van 45 jaar vraag je je echt af wat die mensen bezielt dit werk te blijven doen.

Arie
De nacht ervoor werd ik wakker, badend in het zweet. Twee verstopte neusgaten, een prop slijm in mijnkeel en het gevoel alsof ik een stropdas te strak om had. Toen we in de mijn kruipend door een smalle lage gang omhoog gingen, af en toe klem zittend met het rugzakje kreeg ik dat gevoel opnieuw."Is het nog ver? Ik hou hier niet van" zei ik tegen de gids. Gelukkig bleek het mee te vallen. Maar dat mensen in een dergelijke omgeving zwaar lichamelijk werk moeten doen, waarbij ook nog enorm veel gevaarlijk stof vrijkomt is bijna niet voor te stellen. Dan kan je nog beter elke dag in de file staan.Mijn stoere moment? Ik was verantwoordelijk voor het dynamiet, wat een leuke knal opleverde!

Nog even wat feiten over de mijnen van Potosi
  • Vrouwen mogen de mijn niet in, tenzij ze op bezoek komen. Werken mag dus niet. De berg is Pacha mama (moeder aarde) en die kan jaloers worden...
  • In de mijn wordt elke vrijdag Tio geëerd. Er wordt veel aan hem geofferd, in de hoop dat de berg veel teruggeeft. Zo geeft men sigaretten, alcohol en cocablaadjes. De alcohol is 96%, in de hoop dat de berg ook pure grondstoffen levert.
  • Mijnwerkers werken 9 uur non-stop in de mijn, zonder eten. Hoe ze dat volhouden? Cocabladeren, soms wel 100 stuks in de wang. Het minst verdienen de mannetjes die met de karretjes sjouwen, zij ontvangen 50 Bolivianos per dag, zo'n 5 euro.
Kijk ook eens op http://nl.wikipedia.org/wiki/Potosí_(stad)

woensdag 11 februari 2009

Haar voor Jezus in Sucre

Dag 103 en 104, 10 en 11 februari 2009, Sucre

De meisjes zijn nog niet helemaal in orde, vandaar dat we met de taxi naar Sucre gaan en niet met de bus. Het is een stralende dag, de darmpjes houden zich redelijk goed en Sucre is prachtig. Weer zo'n koloniale stad, en zelfs Unesco werelderfgoed. Sucre is de juridische hoofdstad. Dus heeft het een groot gerechtsgebouw, mensen in pak (notarissen, advocaten) én veel demonstraties. Net als in Den Haag vaak het geval is. We zijn getuige van een demonstratie die 's avonds zelfs op het nieuws is. Waar de mensen voor demonstreerden is ons niet duidelijk, maar het zal te maken hebben met het willen krijgen van rechten voor boeren en/of inheemse volkeren.

Dan breekt de hemel en blijft het anderhalve dag regenen. Dan is zo'n stad toch minder charmant. Ach, kunnen we gelijk weer eens een keer cultureel doen; een museum dus. Het hangt vol met religieuze relikwieën uit de tijd van de Spanjaarden. Leuker is het deel met opgravingen, wapens en klederdrachten. Het meest bijzonder zijn vier schedels uit de pre-Inca tijd. Vroeger werden bij geboorte klemmen op hoofdjes gezet, zodat de schedels zich vormden tot 'mooie' punthoofden of de uiterst sexy hoofden met een diepe deuk in het midden. Je moet er van houden. Nou heb ik Edwin net nog even goed bekeken en ik heb het vermoeden dat ...

"Please, por Jesusito". In het kloostermuseum blijft de non smeken om een pluk van mijn haar. Er staat een beeldje van kindeke Jezus en daar moet nodig nieuw haar op. En dan het liefste mijn rode (gouden) lokjes. Ik weiger. De groeten, maar Jezus krijgt mijn haar niet!! En Edwin dan, wil die dan misschien een klein stukje geven aan Jesusito (kleine Jezus). Nope, we doen er niet aan mee. En dan kan zuster smeken en bidden wat ze wil, we doen het niet! Wat een raar gedoe. Arie zegt dat het juist stoer is, maar ik laat me niet een hap uit mijn haar halen voor een beeld van een persoon waar ik niet eens in geloof!

Joke en ik zijn nog steeds niet de 'strong women' die we normaal gesproken zijn, dus we doen het rustig aan in Sucre. We wandelen naar de mirador met, je raadt het al, mooi uitzicht op de stad, drinken kopjes thee en liggen op bed tv te kijken. Arie en Edwin gaan samen stappen, maar wild wordt het niet, want als ze terug komen ben ik nog wakker. Omdat het zo lang regent, duurt onze was langer dan gebruikelijk. Bij gebrek aan zon, wil het niet drogen en is het pas morgen om 13:00 uur klaar. Hmmm, we gooien de planning weer een beetje om en besluiten morgen na 13:00 al weer terug te gaan naar Potosí. Daar wacht ons namelijk nog een bijzonder spannend uitstapje.

Kijk ook eens op http://nl.wikipedia.org/wiki/Sucre_(Bolivia)

maandag 9 februari 2009

Op de POT(osi)

Dag 101 en 102, 8 en 9 februari, Potosí

Dag Oruro, tot nooit meer! En vijf uurtjes later zijn we in Potosí. Op 4060 meter hoogte, maar daar draaien wij onze hand niet meer voor om. Ook Potosí is in de ban van het aankomende carnaval en dat betekent, heel logisch, dat er op onschuldige voorbijgangers (lees: zeer onschuldige toeristen) met waterballonnen wordt gegooid. Ja, nu moet je lachen he, maar dat lijkt ons echt geen pretje, want op 4060 meter is het best koud en dan wil je niet met een natte broek lopen. We maken dus wat omtrekkende bewegingen en ontwijken zo de klierige jeugd.

Ons plan was om morgen de mijnen te bekijken, maar de meneer van het ´mijnexcursieburootje´ zegt dat het weinig zin heeft, aangezien deze avond de mijnwerkers feest vieren en dus morgen te katerig zijn om op hun werk te verschijnen. En mijnen kijken zonder mijnwerkers, dat lijkt ons niets. We gooien het schema om en gaan gewoon eerder naar Sucre. Maar zo zie je maar, je kunt plannen wat je wilt, maar je hebt het niet altijd voor het zeggen. Joke en ik worden die nacht ziek van het eten bij een lokaal restaurantje. Beroerd, koud, rillerig, poeperig en schijterig. Leuker kan ik het niet maken. We liggen allebei de hele volgende dag op bed. Arie en Edwin vermaken zich met schaken, koffietjes drinken en voor hun meissies zorgen. Bleeh, wat een flutdag!

P.S. Om begrijpelijke redenen zijn er van Potosi geen foto's. Uw fotograaf heeft alleen de wcpot scherp gezien. Excuses!

zaterdag 7 februari 2009

Alweer 100 dagen op pad

We zijn 100 dagen op pad! Na onze eerste 50 dagen hebben we een evaluatie gegeven van het reilen en zeilen en nu is het weer een mooi moment. Hier dus een stuk van ons beiden over onze ervaringen tot nu toe.

Edwin

Muziek Eén van de belangrijkste bezigheid die een knauw kreeg was muziek. Met de band ging het steeds beter en ons laatste optreden was geweldig. Zoiets achterlaten is moeilijk! Maar na 100 dagen heb ik er geen spijt van gekregen, integendeel. Door in aanraking te komen met nieuwe muziek, andere opvatting over muziek en het zien van bandjes ben ik ook weer anders naar mijn eigen muziek gaan kijken. Het grappige is dat ik weer meer terug wil naar mijn roots. Weliswaar akoestische liedjes, maar velen weten ook dat ik vroeger vooral met metal en fusion bezig was. Hoe ik dat voor me zie hou ik nog lekker even voor mezelf, maar het zal anders dan Leave worden.

Werk De eerste weken zit 'werk' toch nog wel in je hoofd: hoe zou het gaan met sommige projecten bijvoorbeeld. Dat is nu echt totaal weg. Ik moet er zelfs niet over denken om te werken. Ik moet overigens wel zeggen dat op reis gaan meer 'kwaliteiten' vereist dan je denkt. Je moet extreem flexibel zijn want alles gaat anders dan verwacht. Communicatie en cultuur zorgen vaak dat afspraken anders worden nagekomen dan je zelf verwacht. En je moet strak op je budget zitten. Af en toe een 'splurge' kan best, maar als je lang weg wilt blijven moet je dat toch inperken. Een doel voor ogen houden vereist discipline.

Landen Het is verrassend hoe je denkt dat een land is en het toch anders uitpakt. Was Nicaragua al bestempeld met een verkeerd beeld van drugs en corruptie. Over Peru en Bolivia krijg je ook vaak de meeste vreemde ideeën door tv en nieuws. Toch zijn dit tot nog toe écht de mooiste landen die ik ooit gezien heb. Door het landschap, de mensen, hun vriendelijkheid en hun zelfwaarde. Geluk is een zeer relatief begrip waarbij ik nog sterker van mening ben dat we in het 'Westen' helemaal de weg kwijt zijn.

Ons Met Mascha en mij gaat het top. Niet 'nog steeds' of 'tot nu toe'. Het gaat gewoon top! We zijn niet perse dichter bij elkaar gekomen, maar groeien verder, ontwikkelen ons verder. In een relatie kan 1+1= 3 zijn. "Het gaat er niet om wat je van elkaar verlangt, maar wat je bereid bent voor elkaar op te geven" las ik laatst in een boek en daar sluit ik me volledig bij aan. Als je je ballast laat vallen, ben je in staat elkaar naar nieuwe hoogten te tillen. En dat op 4000 meter ;-)

Mascha

En dan ineens ben je bij de honderste dag. Die is al net zo onverwacht gekomen als die 50e dag. Ik bedoel hiermee dat de tijd echt vliegt! 100 dagen onderweg. Wat hebben we al een hoop gezien en gedaan. De 50e dag vierden we in Costa Rica, ons vijfde land. Op de 100e dag zitten we in het 9e land, Bolivia én met mijn ouders. We hebben tussen dag 50 en dag 100 Midden Amerika afgesloten en zijn een nieuw deel begonnen. En Zuid Amerika is ook echt anders.

Het onderweg zijn gaat me goed af. Ik was bang dat er 'sleur' zou komen, maar merk dat ik nog steeds helemaal vol kan zijn van het zien van prachtig natuur, mensjes in kledendracht of een mooi stadje. Ik kan uren uit het raam van de bus kijken naar het landschap zonder me te vervelen. Ik sleep wel boeken mee, maar heb nauwelijks nog behoefte aan lezen. Ik doe al zo veel indrukken op.

Of ik al iets heb geleerd, wijzer ben geworden of nieuwe inzichten heb gekregen? Nou was ik al behoorlijk (eigen)wijs, dus daar is niets aan veranderd. Nieuwe inzichten, andere visie op de mensheid? Neuh...dat vind ik wat te ver gaan. maar ik besef me wel veel beter hoe mooi het hier is én tegelijkertijd wat een zwaar leven mensen hier hebben. Ploeterend op een stukje schuine rotsige grond voor een paar aardappelen. Of leurend over straat met een paar snoepjes en alleen maar vieze uitlaatgassen inademend.

Reizen is leuk en goed voor me. Dat vind ik echt. Ik ben zo blij dat ik dit al heb mogen meemaken. Ik geniet er volop van, wil dat het nog honderden dagen zo doorgaat. Met 'thuis' ben ik niet bezig. Ik heb moeite te bedenken wat ik nu aan het doen zou zijn als ik in Nederland zou zijn (behalve werken). Dit leven hoort en past bij mij. Ik vind het heerlijk om onderweg te zijn, samen met Edwin zo veel te ontdekken en beleven. Ik zou niet anders meer willen. Ik ga de komende 100 dagen maar eens bedenken hoe ik dit voor altijd zou kunnen doen :-)

p.s. en dan te bedenken dat ik dit schrijf terwijl ik ondertussen steeds naar de wc ren; ik heb mijn eerste voedselvergiftiging.....

Een speciale dag in Oruro

Dag 100, 7 februari, Oruro

Weer een belangrijke dag, de honderdste al weer. Zie ook onze 100 dagen evaluatie. Vandaag gaan we vanuit La Paz naar Oruro. Het is een tussenstop naar Potosi, zo knippen we het lange stuk met de bus op. Oruro wordt in de gidsen omschreven als een saai, koud, ongezellig en tochtig mijnwerkersstadje. Het is alleen leuk tijdens het carnaval. Het carnaval van Oruro schijnt net zo geweldig te zijn als dat in Rio. Dit jaar valt carnaval op 21 februari. Dit betekent dat wij Oruro meemaken op z'n onvoordeligst.

De busrit is spectaculair. Het altiplano (hoogvlakte van de Andes) geeft schitterende vergezichten, dan weer duizelingwekkende afgronden. Vaak is het is op een paar dorpjes na helemaal leeg en uitgestorven. Echter, na 3 uur in de bus wordt de schoonheid verstoort door wat fysieke alarmbellen: het lichaamsvocht begint zich te melden. Arie moest echt pissen als een reiger, maar de chauffeur wil niet stoppen. "Nog een half uurtje dan zijn we er". Maar Arie houdt het echt niet meer en meldt zich 10 minuten later weer bij de chauffeur. Deze wil nog steeds niet stoppen en geeft een plastic tasje. Zo verlicht Arie hiermee, al rijdend, zijn ondraaglijk geworden blaaspijn. Hij komt fluitend terug en heeft dan ook gelijk weer praatjes. De dames kunnen er niet om lachen, want die barsten inmiddels ook uit elkaar. Als we eindelijk aankomen in Oruro, vliegen Mascha en Joke als behendige zenmeesters de bus uit richting een wc. Zo, iedereen kan weer nadenken.

Aangekomen dus in Oruro. Er is niets te doen, behalve het bekijken van het meer Uru Uru. We vinden een taxichauffeur bereid ons voor 3,50 euro per uur daar naartoe te rijden en rond te leiden. Onze chauffeur is helemaal van slag omdat het meer praktisch helemaal droogstaat. Het is nu regentijd en het meer zou gevuld moeten zijn. Je kunt hier niet om de effecten van de klimaatverandering heen. We kunnen nu met de auto óver het meer heen rijden in plaats van er om heen. We zien op wat drassige stukjes een paar flamingo's. Aan het meer staan ook nog oude huisjes gemaakt van rotsen en klei. Het grappige hiervan is; de hoger de berg op, hoe groter de huisjes zijn. We zijn er laat in de middag, de zon is al aan het zakken en dat levert spectaculaire kleuren op. Wat een uitzonderlijk mooie plek.

Na een fascinerende twee uur zijn we weer terug in het stadje. We gaan naar de markt om daar een gezond fruitdrankje te drinken. Arie krijgt gelijk een glas met perenvocht en drie peertjes aangereikt door het vrouwtje. Ja, je moet uitkijken waar je naar wijst ;-) Daarna lopen we nog even naar het centrale plein waar de jeugd zich verzameld heeft rond 'gepimpte' auto's. Duidelijk de kinderen met rijke ouders en te veel MTV-invloed. Sommige auto's zouden de Nederlandse APK niet halen, maar zijn wel voorzien van een soort V8 motor waardoor niemand elkaar nog kan verstaan. En alle auto's hebben speakers alsof de Arena van geluid moet worden voorzien. Het gaat vooral om indruk maken en 'hoe' doet er niet toe.

Na deze herrie besluiten we weer terug naar ons hostal te gaan en ons geestelijk voor te bereiden op de nacht. Dit hostal is zo goedkoop en zo slecht dat we allemaal tegen de nacht op zien. De bedden bestaan uit ijzer, karton en een matje wat het matras moet voorstellen. Een stel dronken jongelui houden ons de halve nacht wakker. De douche is een schimmelbende. Wat een klotezooi, weg hier!

vrijdag 6 februari 2009

Te paz en te onpaz

Dag 98 en 99, 5 en 6 februari, La Paz

"Wauw, hé Ed, moet je kijken!"
"Aááár, moet je dat zien!"
"Ongelooflijk!"

Op 4 amigo's na was dit voor de inzittenden een gewoon busritje van Copacabana naar La Paz. Maar wij keken onze ogen uit van de prachtig besneeuwde bergtoppen die achter de heuvels tevoorschijn kwamen. We zitten al op een gemiddelde hoogte van 3800 meter maar voor ons rezen toppen van zo'n 6000 meter op. Ze noemen dit het Tibet van de Andes en we kunnen uit ervaring spreken dat deze vergelijking absoluut klopt. "Soooo!!!!", wat moeten de mensen wel niet van ons gedacht hebben.

Als je dan denkt het gehad te hebben, écht niet! Want wat we dachten dat La Paz zou zijn was slechts een buitenwijk. Een bochtje naar links en we zien in het dal opeens een miljoenenstad opdoemen. Arie verslikte zich en Joke vroeg zich hardop af hoe de weg in deze stad te gaan vinden. Wij hebben al een portie Mexico stad gehad dus we schakelden iets sneller. Opeens werden we door de chauffeur van de bus geadviseerd uit te stappen, want de desbetreffende plek zou het dichtst bij het centrum zijn. Uhh, ok dan maar. Daar staan we vervolgens, nieuwe stad, nieuwe regels, geen flauw idee waar we precies zijn en op zoek naar een hotel waarvan we de naam niet uit kunnen spreken. Gelukkig vinden we een taxi met chauffeur die alfabeet is en wel chocola kan maken van de naam Jach'a Inti.

Door de nauwe en drukke straatjes weet hij ons in korte tijd vlak bij ons hotel af te zetten. En dan een klein probleem, we hebben alleen maar 'grote' biljetten en het verkeer toetert bijgestaan door een verkeersagent die de taxi maant door te rijden. Ik spring de taxi weer in en met een geïrriteerde chauffeur naast me beantwoorden we de agent zijn gebaren en zijn weg. 50 meter verderop vindt de chauffeur een plekje om even te parkeren en krijg ik netjes mijn wisselgeld. Vertrouwen is goed, maar ik zag al gebeuren dat de taxichauffeur weg zou scheuren en ik kon fluiten naar het wisselgeld. Een minuut later ben ik weer terug bij de familie die zich ondertussen afvroeg waar ik in godsnaam gebleven was. Ach ja!

We zijn lekker op tijd in La Paz aangekomen en dus hebben we 's middags nog tijd genoeg om door de stad te banjeren. We nemen een route die ons langs marktkraampjes leidt. De meest bizarre dingen die we zien in de kraampjes zijn opgedroogde lama lijkjes, hopelijk van doodgeboren lama's. Maar dat is niet het enige, want er hangen slangenvellen, puma leer, coca extract, gedroogde kikkers en dingen waarvan we niet willen weten of het is wat we denken dat het is. Snappie'm nog? Na deze wandeling komen we in de buurt van het muziekinstrumenten museum. Een super gaaf museum waarvan ik helemaal ga stralen. Allerlei soorten gitaren, panfluiten, trommels en lokale instrumenten. Er hangen instrumenten van meer dan 150 jaar oud.

Een ander oud gebruik in Bolivia is het drinken van api. Api is een ontbijt wat bestaat uit een warme maïsdrank met een soort van kaassoufflé. Baggervet natuurlijk, maar wel echt heerlijk. De maïsdrank smaakt naar stoofpeertjes en wordt gemaakt van kaneel, suiker en donkere maïs wat hem ook zijn kleur geeft. Als ontbijt smaakt het ons om vier uur 's middags echt prima! Het is nu wel weer tijd om even uit te buiken in ons hotel en te bedenken waar we 's avonds gaan eten. Ja lezer, er komt een hoop planning kijken bij een wereldreis!

'Hutspot met een gehaktbal en jus', het staat zelfs in het Nederlands op de menukaart. Overal op de wereld vindt je wel weer die Hollanders de ergens een handeltje in zien. Zo ook dit restaurant wat gerund wordt door een medelander. Ik waag het op de vegetarische roti wat ik toch wel mis van Nederland. Het is niet helemaal zoals het 'hoort' maar goed genoeg om weer een warme nacht onder de lakens tegemoet te gaan.

Half negen klopt Joke tegen het raam van onze kamer. Wauw, we hebben gewoon weer eens uitgeslapen en hadden nooit verwacht zo laat wakker te worden. Snel douchen onder de elektrische douche om daarna weer lekker doelloos door de stad te slenteren, tenminste, dat dachten we. Na het ontbijt gaan we nog langs een reisbureau om ons te laten informeren over het zoutmeer en hij enthousiasmeert me voor de "Dodelijkste route ter wereld": met een mountainbike 5 uur lang van een berg af denderen. Toch is dat enthousiasme maar van korte duur want Mascha vind op internet een verslag van Michael Liebreich die de Yungas Road heeft gefietst. Hij is getuige van een valpartij en ziet de deelnemer 50 meter naar beneden storten. Hulp werd daarbij niet geboden door de lokale gidsen en door die laksheid redt de zwaargewonde deelneemster het uiteindelijk niet. Als ze uit het dal wordt getakeld krijgt ze een ademstilstand die haar fataal is. Het dragen van een T-shirt met de tekst "I survived the world's most deadliest road" klinkt dan even stoer, maar eigenlijk toon je totaal geen respect voor de mensen die hun leven hebben gelaten op deze weg. Echt belachelijk dat deze 'attractie' überhaupt bestaat!

Na een bak koffie nemen we een taxi naar een uitkijk in de stad. Als we in een taxi zitten weten we een leuke deal met de chaffeur te sluiten. Voor 7 euro rijdt hij ons vieren door de stad heen en is hij anderhalf uur onze privé chauffeur. Hij brengt ons naar de 'vallei van de maan' waar we drie kwartier rondwandelen. Door de erosie is deze vallei een spookachtige omgeving geworden waar de Inca's allerlei dingen in zien die wij moeilijk kunnen ontdekken. Het maakt het er echter niet minder indrukwekkend om. Het is wel weer een typisch actie van ons. Volledig onvoorbereid op het heetst van de dag, zonder water uiteraard, een park bezoeken waar de zon recht op je kop schijnt. Je kent het ondertussen wel van ons.

Door deze verrassende wending van de dag eten we weer veel te laat. Compleet uitgedroogd en uitgehongerd wachten we in een restaurant op ons eten. Het lijkt wel of de kok uit de andere uithoek van de stad moet worden opgetrommeld om voor ons wat eten klaar te maken. Maar het wachten wordt beloond met heerlijk gebakken casave en rijst met kaas. Een vreemde combinatie die erg lekker is. Maar, de verrassingen voor vandaag zijn uiteraard nog niet voorbij, want we hebben veel te weinig geld bij ons. Afwassen is geen optie dus ga ik met Arie en de baas van het restaurant op zoek naar een ATM om geld te pinnen. Er is er natuurlijk geen één op de hoek dus eer we terug zijn kunnen we bijna weer gaan eten.

Wat we trouwens nog niet echt gemeld hebben. Bolivia is echt belachelijk goedkoop en erg bevorderend voor ons dagbudget. Was Peru nog een aardig rib uit ons lijf met bijvoorbeeld Machu Picchu, hier weet je bijna niet van gekkigheid hoe je je geld op moet maken. Mascha heeft bijvoorbeeld zo'n typisch Boliviaanse muts gekocht, je kent ze wel met al die kleurtjes en oorbescherming. Hier komt ie: 1,50 euro! Of ons ontbijt vandaag, voor 4 personen rekenden we 2,80 euro af. Taxi, gemiddeld 1,25 euro voor een kwartier city crossen. En de avond heb ik afgesloten met een Jameson whiskey, ach, ik hou op hiermee, straks komen jullie allemaal deze kant op.

woensdag 4 februari 2009

Genaaid naar de grens

Dag 97 - 4 februari 2009, Grens Bolivia, Copacabana

Je moet naar je gevoel luisteren. dat weten wij wel, maar soms doen we het niet en dan worden we keihard genaaid. Ja, ik zeg het maar even duidelijk, maar dat is wel wat er is gebeurd. Financieel is er niets aan de hand, het gaat maar om 12 euro, maar de manier waarop! OEI, ik kan die man wel villen.

Wij willen vanuit Puno naar Copacabana (dus vanuit Peru naar Bolivia). De goeie toeristenbussen gaan om zeven uur 's ochtends en na al dat vroege opstaan en het gekke slapen op het eiland willen we eigenlijk uitslapen. Er zullen toch wel meer bussen gaan? Ja, hoor, een vrolijke , joviale (nu moeten onze bellen al gaan rinkelen!) reisbureaumedewerker weet een bus om 11 uur en dan ben je 3,5 uur later in Copacabana. Kosten? Slechts 20 soles, dus dat is 4 eurie. Alles wordt door vlugge Henkie geregeld en hij haalt ons zelfs op bij het hotel. Mooi! Zodra we zijn kantoor uitlopen krijgen Edwin en ik allebei een beetje raar gevoel. want Henkie was wel hééél vrolijk. We wuiven het weg, eten lekker, slapen uit en wachten om 11:00 de volgende dag op ons vervoer. Te laat, maar okay, dat vergeven we hem, rijdt hij ons naar het busstation. Niet het gewone busstation, maar het kippenbusjesbusstation.

We worden zonder blikken of blozen in een zeer krap volkswagenbusje gepropt en hoewel we nog protesteren (Joke: "You are a liar, you promised big bus!"), hebben we weinig keus en zitten we tussen de dozen, mensen en kinderen in. Henkie lacht het weg, zegt dat we er snel zijn en dat deze bus de goeie is. Ook is alles in orde bij de grens. Er staat daar een volgende bus die ons verder naar Copacabana brengt. De chauffeur zal ons helpen. We sputteren nog wat tegen, gaan brommend zitten en denken er het onze van.

Gelukkig is de route prachtig, de chauffeur rijdt beheerst en we zijn netjes volgens schema bij de grens. En dan begint het te dagen. Er is geen andere bus, we moeten zelf de grens over lopen (denk aan de zware rugzakken) en de locals zien we allemaal 6 soles afrekenen! De chauffeur begrijpt dat we genaaid zijn, maar kan er verder ook niet veel aan doen. Hij wil ons nog wel een stukje dichterbij Immigracíon brengen, voor een leuk bedrag uiteraard, en dan staan we daar. Bij een ketting over de weg die Peru scheidt van niemandsland. De meisjes die er snoep en drank verkopen zien vier grote witte toeristen een potje ongehoord grof vloeken. Edwin roept dat 'ie de site van Henkie gaat hacken. Mascha brult dat ze de Lonely Planet gaat schrijven. Joke en Arie zeggen steeds: "Hoe kan dat nou toch?" En zo lopen we, onderweg al stempeltjes halend, van kantoor naar kantoor en komen we zonder kleerscheuren aan de Boliviaanse kant van de grens. Daar nemen we voor een kwartje (!!) per persoon een klein busje naar Copacabana.

Na een grote pot bier, een mooie zonsondergang op Titicacameer en heerlijk eten kunnen we er wel om lachen. Ja, wereldreizen is elke dag je lesje leren en de ezel in je in bedwang zien te houden.

dinsdag 3 februari 2009

Feest in Puno, bijkomen op Taquile

Dag 93 t/m 96, 31 januari t/m 3 februari 2009, Puno en Taquile

31 januari waren we na al dat geklim op de Machu Picchu hard aan rustdag toe. Nou ja rustdag , we zijn achter kaartjes aangegaan om met de bus naar Puno te gaan. Dat werd dus vijf keer heen en weer lopen voor we de kaartjes hadden. Verder zijn we ook nog naar de lokale markt van Cusco geweest en de supermarkt. De lokale markt waar weer van alles verkocht wordt van fruit tot beestenspul aan toe. ´s Avonds hebben we onverwacht heerlijk gegeten bij een vegetarisch restaurant, die pas een maand open was. De eigenaar had voor verschillende chartermaatschappijen gewerkt en nu voor zich zelf begonnen. Dit had echt smaak en vooral zijn chocoladefudgecake was om te kwijlen!

1 februari 2009 - naar Puno

Vroeg op want we moeten met de bus mee naar Puno. We stonden bepakt en bezakt klaar voor een taxi. De hele dag rijden ze rond, maar nu was nu even moeilijk, want het was zondagmorgen en dan rijden er toch wat minder. Op de hoek van de straat stond een agent en die regelde even een taxi voor ons. Hij hield gewoon een auto aan en zei dat hij ons mee moest nemen. Zo makkelijk gaat dat!

Gelukkig zijn we op tijd op het busstation waar het een drukte van belang was. Inchecken en de goede bus zoeken. En wat voor bus: zeer luxe, bovenin, voorin met goede beenruimte en relax stoelen. Het is een hele mooie rit van 7 uur. Nog een uur te gaan toen we stopten in Juliaca, waar een man instapte die probeerde een hotelkamer aan ons te slijten. Maar wat een vreselijke kerel! Hij stonk naar de drank en bleef maar aanhouden, van dat het goedkoop was met mooie kamers enz. Natuurlijk hebben we deze niet genomen. Toen we bij het busstation aankwamen werden we alweer hartelijk ontvangen door hordes nieuwe aanbieders van kamers. Even overleggen toen we op een aanbod van een vrouw ingingen.

Zij bracht ons naar de taxi, hup alle bagage erin en dan is het natuurlijk achterin erg vol. Maar zij bleek ook nog mee te moeten, dus ging ze maar boven op de bagage zitten-liggen. Opgepropt dus. Gelukkig was het niet zo heel erg ver en kwam ze er ongeschonden uit.

We treffen het erg want het is feest in Puno; Maria Lichtmis en van 16.30 tot 22.30 (met eten tussendoor) hebben we naar optochten gekeken. Muziek, dans, prachtige kleding. Het was één grote show. Er waren een heleboel optochtgangers zo onder invloed van ´Maria´ dat ze bijna niet meer op hun benen konden staan.

Op 2 februari waren we om half zes weer op om met de bus naar de haven te gaan. Vandaag hebben we een uitje. We gaan het Titicacameer op, de drijvende eilanden bekijken en slapen op een ander eiland. Onze boot ging om 8.00 uur. Arie heeft een soort cowboyhoed gekocht om zijn bolletje tegen de wel heel erg felle zon te beschermen. Eindelijk een hoofddeksel waarvan hij niet lelijker wordt. Hij is nu mijn cowboy. Op het Titicacameer bezochten we eerst twee van de 48 drijvende eilanden. Hier wordt alles, zelfs huizen en boten, van riet gemaakt. De mensen hebben geen stroom, drinken water uit het meer en leven van visvangst, jagen en natuurlijk toerisme. We krijgen uitgebreide uitleg hoe de drijvende eilanden worden gemaakt. Het is zo raar als je erover heen loopt en het deint een beetje.

Daarna gingen we naar het eiland Taquile. Op dit eiland zijn geen auto´s , fietsen, motoren en ook geen honden. Super rustig dus. We krijgen een heel leuk ontvangst met demonstraties van breiende mannen en handwerkende en wevende vrouwen plus dans en muziek. Ook werd verteld dat stelletjes eerst twee jaar moeten samenwonen en daarna pas mogen trouwen. Scheiding is daarna uitgesloten. Getrouwde mannen herken je aan een rode muts, vrijgezellen aan een rood-witte muts. Zo handig! We hebben ook mog een vegetarische lunch gehad met vis. Vlees eten doen deze mensen alleen op hoogtijdagen. Ze zijn dus bijna vegetarier.

Ook hier was weer feest i.v.m. Maria Lichtmis op het centrale plein met veel dansen, bier drinken en cocabladeren kauwen. Daarmee schijnen ze het urenlang vol te kunnen houden.

Van onze groep waren wij de enige die bleven overnachten bij een familie. Dus toen waren we enige vier blanken op dit eiland. Heel rustig en relaxt. We hadden met zijn vieren één kamer, zonder stroom, zonder water en zonder toilet. Gelukkig hadden we wel een zaklamp zodat we s nachts de moeilijke afdaling naar een veraf gelegen toiletgebouw konden vinden. Gelukkig waren dichterbij ook nog bosjes. Bij kaarslicht gedineerd en toen uit armoede maar om 20.00 uur naar bed.

3 februari - lekker Cocathee drinken

Wakker geworden om 6.00 uur door een hele harde hagelbui. Op een golfplaten dak klinkt dat driedubbel zo hard. Dus niet wassen, niet douchen, tandenpoetsen met water uit een flesje. We kregen wel een heel lekker ontbijt met pannenkoeken en heel aparte wentelteefachtige broodjes. Ze hebben hier geen gewone thee, alleen cocathee en nog een ander soort lekkere thee van een kruid wat overal op het eiland groeit.

Voordat de toeristenstroom weer op gang kwam hadden wij de gelegenheid een lekkere rustige wandeling over het eiland te maken. Daardoor kregen we een indruk van hoe deze mensen wonen en leven. Daarna weer met de groep van deze dag met de boot terug en om 17.30 uur waren we weer in Puno. Snel de tassen op de kamer en de stad in om een bus naar Copacabana te regelen.....Hoe dit afloopt...

Joke